Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 171
167
Besturen is oorlog?
Het inhoud geven aan de opdracht 'versterken van het onderzoek op het
gebied van de extramurale geneeskunde' was geen peulenschilletje. Er was
hiervoor een aanzienlijke hoeveelheid geld gereserveerd - politiek geld en dus
eigenlijk een nathoudertje, aldus Feenstra - en gebaseerd op adviezen die
politiek Den Haag had gekregen vanuit de Nederlandse huisartsgeneeskunde.
Binnen de vakgroep Huisartsgeneeskunde verwachtte men dit geld te kunnen
gaan uitgeven. Echter, na een korte fase van intensieve studie was de voor
huisartsgeneeskunde teleurstellende en harde conclusie van Feenstra dat binnen
de Nederlandse huisartsgeneeskunde in die tijd onvoldoende kennis én ervaring
bestond om wetenschappelijk onderzoek van de grond te krijgen. Kortom, het
geld ging niet direct naar de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Wat ook een rol
speelde bij dit besluit was het feit dat de huisartsgeneeskunde toentertijd geen
duidelijke prioriteiten voor onderzoek kon formuleren.
Wat is eerstelijnsonderzoek? Sociaal bewogen analyses van oude dames
in veipleeghuizen, kijken naar niggen, beschrijvingen van de praktijk,
participerende obseivatie, plasjes onderzoeken ?'
Met stellige toon: 'Ik geloofde niet zozeer in de versnippering in bijvoorbeeld
sociologie, psychologie, etcetera. Onderzoek in de extramurale geneeskunde
moet je doen volgens een bepaalde 'harde' methode', wil je wetenschappelijk
kunnen gaan scoren. De gewenste methodologische hardheid zag Feenstra terug
in de epidemiologie.
De conclusie van Feenstra met betrekking tot het onderzoek binnen de
huisartsgeneeskunde en de implicaties hiervan, hebben veel stof doen opwaaien.
Feenstra: 'Ik werd publiekelijk afgemaakt en ook Medisch Contact bemoeide
zich ermee'. Een voorbeeld van een stekelige reactie: 'Feenstra, wat verbeeld je
je wel, je bent zelf niet eens een toponderzoeker'. In de krant verschenen
stukken met als strekking: bestuurders en klinici weten niet wat huisarts-
geneeskunde is en daarom is de invulling die zij geven aan wetenschappelijk
onderzoek binnen de extramurale geneeskunde zeer discutabel. Dergelijke
reacties gaan niet in de koude kleren zitten. Feenstra: 'Ik voelde me soms wel
eens de gebeten hond, dit heeft mij echter geen moment aan het twijfelen
gebracht, zelfs nu nog denk ik dat wij juist gehandeld hebben'. Wel kan Feenstra
zich goed voorstellen dat niet iedereen met een prettig gevoel terugkijkt op deze
periode. 'Mensen zullen mijn onwrikbare hardheid en de dogmatische
rechtlijnigheid vervelend hebben gevonden, er was echter geen tijd voor
omslachtige vergaderingen en tijdverslindende procedures: falen konden wij ons
niet veroorloven'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's