Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 23

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 23

2 minuten leestijd

21

zekere hoogte mogelijk is om de voor- en nadelen van een interventie samen te

vatten in een 'number needed to treat' (om één ongewenste uitkomst te

voorkomen) en dat deze grootheid sterk afhankelijk is van het 'baseline risk' (op

die ongewenste uitkomst).

Het derde cluster van problemen betreft de extrapolatie naar de praktijk. Het

gaat om de individualisatie van de kennis over gemiddelde doeltreffendheid en

doelmatigheid. Soms kunnen subgroepanalyses binnen een systematische review

een informatief licht werpen op het belang van bepaalde patiënten-

karakteristieken of aspecten van de wijze waarop de interventie wordt

uitgevoerd. Hierbij steken echter allerlei methodologische problemen de kop op.

Bovendien worden veel patiënten van onderzoek uitgesloten op grond van

kenmerken (bijvoorbeeld leeftijd en aanwezige comorbiditeit) die in de praktijk

juist frequent voorkomen. In die gevallen kan een extrapolatie alleen op

expliciete redenering berusten.

Samenvattend kan worden gesteld dat vooralsnog de route van

literatuuronderzoek naar de patiënt is bezaaid met voetangels en klemmen. De

winst van de recente inzichten bestaat eruit dat de bronnen van onzekerheid

beter in beeld komen en dat de essentiële rol van waardering van uitkomsten

concreter en zichtbaarder wordt. Een mogelijke ongewenste bijwerking van de

geschetste ontwikkeling is dat enerzijds te veel wordt gevaren op de koers van

schijnzekerheden, terwijl anderzijds de nadruk op het subjectieve en arbitraire

karakter van veel beslissingen het vaak zo belangrijke placebo-effect kan

aantasten.

Evidence-based huisartsgeneeskunde:

een contradictio in terminis?

Dr. S. Thomas

Evidence-based denken in de geneeskunde en richtlijnontwikkeling voor het

medisch handelen zijn loten van dezelfde paradigma-stam. Dit paradigma gaat er

van uit dat kwaliteit in de praktische uitoefening van de geneeskunde bepaald

wordt door de mate waarin rekening wordt gehouden met bewijs dat verkregen

is uit onderzoeksresultaten.

Evidence-based denken impliceert vrijwel automatisch dat er behoefte aan

richtlijnen ontstaat. Voor de individuele arts is het immers onmogelijk om in

iedere praktische situatie, en zeker voor alle te nemen deelbeslissingen, de

'evidence' paraat te hebben. Dit geldt bij uitstek in de huisartsgeneeskunde, een

vak gekenmerkt door een grote breedte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 23

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's