Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 46
44
inclusief het ontwikkelen van formulieren. Drs. J.N.D. de Neeling begon op 1
november 1987 zijn werk als algemeen wetenschappelijk assistent met als
hoofdtaak het assisteren bij protocol-ontwikkeling van nieuwe projecten.' Dit duo
werd later tijdelijk aangevuld met Piet van der Meulen, en nog later Rob
Scholten (die overigens al per 1 april 1988, gefinancierd door de Stichting Maria
Roepaan, begonnen was bij het EMGO-Instituut als onderzoeker bij het project
'Etiologisch verband tussen ovopathie en aangeboren afwijkingen', een functie
waarin hij in augustus van dat jaar werd opgevolgd door Menno Reijneveld).
Eind 1987 werd ook de sollicitatieprocedure voor zogenaamde administratieve
project-coördinatoren (later ook wel APC-tjes genoemd) gestart. Een
sollicitatiecommissie bestaande uit Marten de Haan, Faith Maddever en de
auteur van dit hoofdstuk voerde gesprekken met een tiental sollicitanten.
Achteraf opvallend, maar in die jaren niet ongebruikelijk, was het ontbreken van
computer-ervaring bij veel kandidaten. Tijdens de sollicitatieprocedure
ontwikkelde zich het idee om op basis van de gesprekken een 'koppeling' te
maken tussen APC's en onderzoekers, terwijl elke APC naast de
projectgebonden taken tevens een algemene taak toebedacht werd indien de
omvang van het project dat toeliet. Zo werden begin 1988 de volgende APC's
aangesteld (in alfabetische volgorde) bij de verschillende projecten: Janny
Buschman voor de projecten op het gebied van diabetes mellitus van Henk de
Vries en Paul Cromme, John van Duin voor het project over vaginale klachten
van Joan Boeke en Janny Dekker en voor algemene ondersteuning op het gebied
van computergebruik (met name hardware), Andries Tahapary voor het
osteoporose-onderzoek van Paul Lips en voor algemene ondersteuning op het
gebied van computergebruik (met name software). Ank Versteegh voor het
onderzoek naar de thuisbehandeling van peuters met astma-aanvallen van Ad
Nagelkerke, en Annet van der Wel voor het wiegedood-onderzoek van Adèle
Engelberts en vertaal-werkzaamheden.
De administratieve staf werd gedurende 1988 verder uitgebreid met Mieke
Leenheer (die Nelleke Meester als rechterhand van Faith opvolgde en de
bibliotheek van het EMGO-Instituut beheerde), Kim Ophorst voor het
Nedocromil-project van Wouter van Hensbergen en Nel van der Kreeke voor het
osteoporose-onderzoek.
Het eerste 'officiële' (=door directeur en bestuur van het EMGO-Instituut
goedgekeurde) project waarvan de dataverzameling van start ging, was het
onderzoek 'Bacteriële vaginose en vaginale klachten' van Joan Boeke en Janny
Dekker. Overigens was het idee voor dit project afkomstig uit de Commissie
Wetenschappelijk Onderzoek van het NHG waar beide onderzoekers lid van
waren. In eerste instantie werden de vragenlijsten niet ingevoerd (er waren,
behalve bij Faith, nog geen computers op het instituut en van DBase hadden we
nog nooit gehoord), maar werden de codes met de hand op ponskaart-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's