Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 121
117
Diabetes mellitus
Jacqueline Dekker, Rob Heine
Inleiding
In Nederland heeft 8% van de bevolking van 50 tot 75 jaar niet-insuline-
afliankelijke diabetes mellitus (NIADM), al is uit eerder onderzoek gebleken dat
de helft van hen zich daarvan niet bewust is. Pas als er duidelijke symptomen en
complicaties optreden wordt de diagnose gesteld, meestal door de huisarts, en
neemt de behandeling een aanvang. Ondanks deze behandeling ontwikkelt een
groot deel van de NIADM-patiënten complicaties (hart- en vaatziekten,
retinopathie, ncphropathie en neuropathie) die de kwaliteit van leven sterk
kunnen verminderen, en een groot beslag op de gezondheidszorg leggen. Mede
als gevolg van de vergrijzing kan in de komende jaren een sterke toename van
het aantal patiënten met NIADM worden verwacht.
Het is duidelijk dat preventie van NIADM en van de aan NIADM
gerelateerde complicaties, een belangrijke bijdrage kan leveren aan de reductie
van de ziektelast bij ouderen. Het diabetesonderzoek van het EMGO-Instituut
richt zich dan ook op de identificatie van risicofactoren voor enerzijds het
onstaan van NIADM, en anderzijds voor het optreden van de complicaties van
de ziekte. Deze kennis kan in de huisartspraktijk leiden tot gerichte voorlichting,
vroege diagnostiek, en adequate behandeling.
Ten behoeve van de primaire preventie, het voorkómen van diabetes, wordt
bij het EMGO-Instituut onderzoek verricht naar risicofactoren voor het ontstaan
van NIADM. Dit betreft met name observationeel onderzoek bij vrijwilligers
naar leefgewoonten, zoals voeding en lichamelijke activiteit, naar biomedische
risicofactoren, zoals insuline-resistentie, en erfelijke aanleg in relatie tot het
risico op ziekte.
Ten behoeve van de tertiaire preventie, gedefinieerd als het voorkómen van
complicaties van NIADM, wordt onderzoek naar risicofactoren voor het
optreden van deze complicaties uitgevoerd bij diabetespatiënten. Daarbij wordt
onderscheid gemaakt naar complicaties die het gevolg zijn van schade aan de
kleine bloedvaten (de zogenaamde microangiopathic) en aan de grote vaten (de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's