Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 177
173
Elzinga; 'Over huisartsgeneeskunde niets dan goeds, maar het ging hier om de
academische profilering. Bij ons bestond het idee om uit te gaan van erkende
wetenschappers en huisartsen te laten aansluiten bij deze wetenschappers.
Epidemiologie werd gezien als de geëigende methodologie om onderzoek binnen
de extramurale geneeskunde op te zetten. Onze gedachte was om mensen te
zoeken die in de epidemiologie iets voorstelden en deze personen het voortouw
te geven, omdat het zelf ontwikkelen van een onderzoekstraditie vanuit het niets
onmogelijk werd geacht'.
Na de succesvolle lobby van huisartsgeneeskunde beantwoordde deze
invulling niet aan het verwachtingspatroon en dit leidde tot teleurstelling bij de
oorspronkelijke initiatiefnemers uit de huisartsgeneeskunde.
'Zij zagen mij als een soort Machiavelli die hun plannen verstoorde'
Waar zijn er mensen te vinden die in de epidemiologie iets voorstellen? Het
eerste idee was om de vakgroep Epidemiologie uit Rotterdam 'binnen te halen'.
De groep van onder andere Valkenburg, Hofman en Vandenbroucke
(Valkenburg zou achterblijven) had wel oren naar de vele formatieplaatsen. Dit
was bijna gelukt, maar op het laatste moment liepen onderhandelingen met het
faculteitsbestuur spaak.
Daarmee stond men na ongeveer anderhalf jaar onderhandelen met lege
handen. Ondertussen werd er flink druk uitgeoefend vanuit het ministerie:
gebeurt er nu nog wat? Samen met prof.dr. L. Feenstra, met wie hij, zo
benadrukt Elzinga, altijd erg plezierig heeft samengewerkt, zocht Elzinga toen
contact met prof.dr. W. Spitzer en prof.dr. O.S. Miettinen. Wat zijn de
alternatieven? Na het aftasten van verschillende mogelijkheden werd, na veel
duwen en trekken, uiteindelijk Miettinen gevraagd om het voortouw te nemen.
Het uiteindelijke advies van de BAC-STOEG was om een facultair centrum
te vormen waar men zich vooral zou richten op interventie-onderzoek en
normontwikkeling. De gedachte van interventie-onderzoek kwam van Miettinen
en was volgens Elzinga een erg goede gedachte. In zijn huidige functie bij het
RIVM ziet hij dat vooral door het gebrek aan interventie-onderzoek onze kennis
vaak wordt belemmerd. Je kunt in beschrijvend onderzoek heel veel relaties
blootleggen, maar het vaststellen van relatieve risico's zegt nog niets over de
effectiviteit van interventies. Als je een maatschappelijk relevant onderzoek wilt
doen binnen de huisartsgeneeskunde, is interventie-onderzoek van groot belang.
Elzinga meent dat als in de beginfase het interventie-onderzoek binnen het
EMGO-Instituut op grote schaal zou zijn opgezet, het instituut wetenschappelijk,
en ook in de zin van de maatschappelijke betekenis, hoog had kunnen scoren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's