Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 118
114
Omdat eind 1996 de grens ligt voor de dataverzameling voor het nieuwe
Disciplineplan Geneeskunde van de Koninklijke Nederlandse Academie voor de
Wetenschappen, zal per begin 1997 (en dus vanaf het Annual Report 1997) deze
nieuwe indeling de huidige 12 onderzoekslijnen vervangen. Projecten die na 1
januari 1997 van start gaan, zullen conform de nieuwe systematiek worden
ingedeeld.
Taken van programmaleiders
De nadere profilering van het extramurale onderzoek wordt tevens
aangegrepen om in de structuur van het instituut een aantal modificaties door te
voeren die een gevolg zijn van de doorgemaakte expansie van de afgelopen
jaren. Het zwaartepunt van de onderzoeksorganisatie zal komen te liggen op de
onderzoeksprogramma's. Hierbij is een belangrijke rol toebedacht aan de
programmaleiders. In principe wordt deze rol vervuld door een hoogleraar en
een ervaren senior-onderzoeker die het zwaartepunt van hun onderzoek hebben
liggen binnen het betreffende programma.
In twee onderzoeksprogramma's is vooralsnog gekozen voor een
driemanschap vanwege het feit dat deze onderzoeksprogramma's vanuit
verschillende tradities zullen worden ingevuld, waardoor de toekomstige
consistentie extra aandacht behoeft. Op termijn zal ook voor deze
onderzoeksprogramma naar een duo worden gestreefd.
De programmaleiders bewaken de voortgang en consistentie van het
onderzoek in hun programma, alsmede de output (kwaliteit en kwantiteit). Zij
signaleren knelpunten, exploreren nieuwe mogelijkheden, en nemen het initiatief
met betrekking tot het toekomstig onderzoeksbeleid. Deze rol wordt niet in
hiërarchische zin gedefinieerd, doch het gaat om een 'primus inter pares' positie
die haar legitimatie ontleend aan het periodiek overleg dat programmaleiders
organiseren met de senior-onderzoekers die binnen het betreffende programma
actief zijn. De programmaleiders zullen voor alle onderzoekers die zijn
betrokken bij projecten binnen het programma regelmatig werkbesprekingen
organiseren. Deze werkbesprekingen hebben een belangrijke functie aangaande
scholing, onderlinge toetsing en informatievoorziening, en dienen derhalve zeker
niet vrijblijvend te zijn.
De programmaleiders zullen vijf maal per jaar gezamenlijk overleggen met de
directie, telkens enkele weken voor een bestuursvergadering, over zowel het
beleid als het management van het instituut. Per onderzoeksprogramma zal
tenminste eenmaal per twee jaar een gesprek tussen de programmaleiders en het
bestuur worden gearrangeerd over de voortgang van het onderzoek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's