Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 187

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 187

2 minuten leestijd

183

van interventie-onderzoek leken allerlei klinische vakgroepen mee te kunnen

varen op de royale geldstroom. Het maakte bij de voorstellen kennelijk niet

zoveel uit welke afdeling of groep dit onderzoek ging uitvoeren. Echter, de

commissie zat ook met een dilemma. Over het algemeen was men van mening

dat de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek in de huisartsgeneeskunde

gering was en dat binnen de kliniek wel deze benodigde kwaliteit aanwezig was.

Mandema heeft de indruk dat in die tijd de huisartsen niet konden opboksen

tegen de faculteit die in de richting van de kliniek bewoog.

Mandema stelt zich de vraag of de invulling van het extramuraal onderzoek

aan de VU anders had gekund. Hadden we als commissie moeten zeggen:

'Kliniek, dit geld is niet voor jullie bedoeld'? Was het gelukt om met weinig

onderzoekstraditie zoiets volledig van de grond te tillen? Heel veel vragen maar

het einde van de discussies telt: de commissie bracht een positief advies uit aan

de minister met een aantal kritische kanttekeningen. Een van de aanbevelingen

was om het geld gefaseerd te verstrekken: 2,5 miljoen per jaar.

Wat verbazing opwekte bij Mandema was dat door de minister naast geld

voor de medische faculteit (EMGO-Instituut) ook geld werd vrijgemaakt voor

het ziekenhuis, respectievelijk het project waaruit later het Onderzoeks Centrum

Eerste-Tweede lijn (OCl-2) ontstond, zonder dat daaraan de voorwaarde tot

samenwerking was verbonden, teiAvijl in feite beide financiële impulsen op

hetzelfde doel gericht waren.

De tweede evaluatie

De commissie van het eerste uur had voorgesteld om na drie jaar het

EMGO-Instituut opnieuw te evalueren. Behalve de mensen van het eerste uur

Borst, Huygen en Mandema was ook prof.dr. W. Spitzer (hoogleraar Klinische

Epidemiologie en 'chairman' van het Department of Clinical Epidemiolgy van de

McGill University in Montreal, Canada) bij de tweede evaluatie in 1990

betrokken. Een pikant detail is overigens dat het ministerie, ondanks aandringen

van de commissie, uitdrukkelijk alleen het EMGO-Instituut wilde laten

evalueren. De afdeling die op het ministerie verantwoordelijk was voor het OC

1-2 meende dat dit een groot succes was, en bij deze afdeling bestond niet de

behoefte om zich te engageren met het schimmige EMGO-Instituut.

Over de presentatie van de projecten van het EMGO-Instituut was de

commissie erg tevreden. Wel stelde Spitzer allerlei vragen op gebied van de

epidemiologie en de ethiek, en hij hield daarmee de onderzoekers een spiegel

voor. Bijvoorbeeld de vraag: 'Hoe zinnig is vroegdiagnostiek van diabetes als je

bedenkt dat een patiënt als gevolg daarvan 20 jaar lang weet dat hij

ouderdomsdiabetes heeft; misschien is deze persoon beter af zonder deze

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 187

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's