Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 147
143
Het Amsterdams Groei- en Gezondheids Onderzoek
Het Amsterdams Groei- en Gezondheids Onderzoek (AGGO) is een
multidisciphnair onderzoek dat in 1977 aan de Universiteit van Amsterdam is
gestart bij een groep van circa 250 middelbare scholieren, die bij aanvang allen
ongeveer 12 jaar oud waren. Tot en met 1980 werden drie vervolgmetingen
verricht, gevolgd door een vijfde meting in 1985 en een zesde en een zevende
meting in 1991/1993. Thans (1996/97) wordt het longitudinale cohort op een
leeftijd van circa 32 jaar voor de achtste maal gemeten, gelijktijdig met een even
groot cohort dat tijdens de tienerjaren slechts eenmaal is gemeten. De jaarlijkse
metingen omvatten een groot aantal biologische en psychologische variabelen
(zoals antropometrie, persoonlijkheid, fitheid, bloeddruk, bloedlipiden en
botmineraaldichtheid), en leefstijl variabelen (de mate van dagelijkse lichamelijke
activiteit, voedings- en rookgedrag, alcoholconsumptie en coping-gedrag). In
eerste instantie was het onderzoek beschrijvend van aard, terwijl thans meer de
nadruk ligt op het analyseren van (quasi-) causale verbanden tussen de gemeten
variabelen. Van 1984 tot 1992 werd het onderzoek mede vanuit de Vrije
Universiteit (Faculteit der Bewegingswetenschappen) uitgevoerd. Vanaf 1992 is
het onderzoek uitsluitend bij de Vrije Universiteit ondergebracht. Begin 1996
vond, met de overgang van beide senior-onderzoekers (Han Kemper en Willem
van Mechelen), inbedding in het EMGO-Instituut plaats.
Huidige stand van zaken
Weke-delen aandoeningen van het bewegingsapparaat
Een belangrijk deel van het onderzoek betreft effectiviteitsonderzoek van
therapeutische en preventieve interventies. Dit gebeurt in de vorm van
gerandomiseerde experimenten (RCTs), onder meer in het kader van het Fonds
Ontwikkelingsgeneeskunde (OG) van de Ziekenfondsraad en daarnaast in de
vorm van systematische reviews onder andere in het kader van de 'Cochrane
Collaboration'. Tevens wordt onderzoek gedaan naar vormen van diagnostiek bij
klachten aan het bewegingsapparaat. Het betreft onderzoek naar de
reproduceerbaarheid van classificatie van schouderklachten, en de waarde van
lichamelijk onderzoek en röntgenonderzoek bij rugklachten. In diverse
deelonderzoeken wordt aandacht besteed aan de validering van meet-
instrumenten die functionele status beogen te meten bij patiënten met
rugklachten en met schouderklachten.
Een ander belangrijk deel van het onderzoek betreft studies naar incidentie,
beloop en prognose van rug-, nek- en schouderklachten bij patiënten uit de
huisartspraktijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's