Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 13

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 13

2 minuten leestijd

11

De toegevoegde waarde van extramuraal

geneeskundig onderzoek

Abstracts van het Wetenschappelijk Symposium

Extramuraal geneeskundig onderzoek in historisch perspectief

Prof.dr. W. Brouwer

Gedurende de periode 1945-1955 bestond het extramuraal geneeskundig

onderzoek vrijwel uitsluitend uit dissertaties van praktiserende huisartsen. Hun

onderzoekgegevens putten zij uit hun eigen praktijk. In vrijwel alle gevallen ging

het om beschrijvend, observationeel onderzoek.

Na de oprichting van liet Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) in 1956

kwamen er jaaronderzoeken, gebaseerd op gegevens uit een vrij groot aantal

huisartspraktijken van NHG-Ieden De onderzoekende huisartsen ontvingen

daarbij steun van de Commissie Wetenschappelijk Onderzoek (CWO) van het

NHG en vanaf 1964 ook van de afdeling Onderzoek van het in dat jaar

opgerichte Nederlands Huisartsen Instituut (NHI).

Toen vanaf ongeveer 1970 de Universitaire Huisartsen Instituten (UHI's) hun

entree maakten binnen de geneeskundige faculteiten, kwam een nieuwe

ontwikkeling op gang. Vanaf die tijd waren de promoverende huisartsen meestal

huisartsen die hun praktijkbeoefening combineerden met een parttime

aanstelling bij een UHI. Deze combinatie bood hun de mogelijkheid zich te

verzekeren van steun van andere universitaire medewerkers. Aldus werd

huisartsonderzoek voor een belangrijk deel instituutsonderzoek. Deze gang van

zaken werd nog versterkt door de entree van gedragswetenschappers binnen de

UHI's. Met hun kennis op het gebied van onderzoekmethodiek ondersteunden

ze de onderzoekende huisartsen, terwijl ze zich met eigen onderzoek richtten op

andersoortige onderwerpen zoals huisarts-patiëntrelatie en het functioneren van

de huisarts.

Vanaf ongeveer 1980 gingen landelijke instituten zoals het Nederlands

centrum Geestelijke volksgezondheid (NcGv), het Nederlands Instituut voor

Preventieve Gezondheidszorg TNO (NIPG/TNO) en het Nederlands Instituut

Voor onderzoek van de Eerste Lijn (NIVEL, voorheen NHI) zich meer en meer

bezig houden met extramuraal geneeskundig onderzoek. Een van de gevolgen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 13

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's