Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 128
124
onderzoeksprogramma maakt voor een belangrijk deel gebruik van twee grote
longitudinale databestanden: AMSTEL (Amsterdam Study on the Elderly) en
LASA. In het AMSTEL onderzoek worden predictoren en beloop van cognitieve
stoornissen onderzocht bij in Amsterdam wonende bejaarden tussen 65 en 84
jaar, die ingeschreven stonden in 30 huisartspraktijken. Hieruit werd in twee
fases een cohort geselecteerd. In fase 1 werd een vaste proportie van personen
uit elke huisartspraktijk willekeurig geselecteerd uit de vier vijf-jaars strata.
Vervolgens werd in fase 2 uit deze populatie door middel van de 'Mini Mental
State Examination' (MMSE) een steekproef genomen uit drie MMSE strata,
respectievelijk een score van <22, 22-26 en 27-30. Deze personen werden daarna
uitvoerig onderzocht op dementie volgens een gestandaardiseerde methode
(CAMDEX: 'Cambridge Mental Disorders of the Elderly Examination'). Tevens
werden specifieke neuropsychologische testen afgenomen en vond bij een
deelpopulatie 'brain-imaging' onderzoek plaats. Tijdens de follow-up periode
werd het fase 1 cohort (n=538) viermaal onderzocht met intervallen van één
jaar, conform de procedure van de basismeting. De basispopulatie (n=4051) uit
fase 1 werd na vier jaar opnieuw onderzocht.
Het AMSTEL onderzoek leidde tot richtlijnen voor bijstelling van cognitieve
screeningsinstrumenten, onder andere ten behoeve van het werkterrein van de
huisarts, en aanzetten tot verbetering van de vroege diagnostiek van de ziekte
van Alzheimer. Bovendien werd een begin gemaakt met het onderzoek naar
predictoren voor versnelde cognitieve achteruitgang. Omdat bij alle proef-
personen in de basispopulatie tevens een gestandaardiseerd instrument was
afgenomen voor het meten van depressiviteit bij bejaarden, kreeg ook het
onderzoek naar risicofactoren voor depressies bij ouderen aandacht. Dit leidde
tot een nieuw inzicht in de typologie van depressies bij ouderen.
LASA is eveneens een longitudinale studie, gericht op het onderzoek naar
predictoren en consequenties van veranderingen in het fysiek, cognitief,
emotioneel en sociaal functioneren van ouderen. Uit de bevolkingsregisters van
drie regio's met verschillende urbanisatiegraad, werd een steekproef genomen
van 3805 ouderen in leeftijd van 55 tot en met 85 jaar. De basismeting vond
plaats in 1992/1993. Gegevens werden gekregen van 3107 proefpersonen. Er zijn
twee herhalingsmetingen gepland met een interval van drie jaar. Het cognitief
functioneren wordt in LASA beoordeeld met een eenvoudige dementietest, en
met testen die respectievelijk intelligentie, geheugen en snelheid van informatie-
verwerking meten. Het emotioneel functioneren wordt onder meer beoordeeld
met een gangbaar screeningsinstrument voor depressie, de 'Center for
Epidemiologie Studies Depression Scale' (CES-D), en in een deelpopulatie met
behulp van een diagnostisch instrument, het 'Diagnostic Interview Schedule'
(DIS). De deelstudies van LASA met betrekking tot het cognitief en emotioneel
functioneren hebben onder meer gegevens opgeleverd over de prevalentie van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's