Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 53
51
are of an unquestionable extramural character', aldus het rapport.
In een Nederlandstalige samenvatting van het, voor het overige Engelstalige,
rapport van de externe commissie wordt geadviseerd het EMGO-programma
voor een tweede fase van vijf jaar te continueren. Echter, aan dit advies worden,
behalve het voorstel om na drie jaar een volgende evaluatie uit te voeren, een
aantal essentiële voorwaarden verbonden, waaronder de volgende:
- de fondsen voor het EMGO-Instituut blijven in een beschermde categorie, en
dit wordt vastgelegd in richtlijnen of een contract;
- het jaarplan wordt vastgesteld door het EMGO-bestuur, en gedurende de
budget-periode wordt er in principe (buitengewone omstandigheden
uitgezonderd) niet van het plan afgeweken; de directeur heeft wezenlijke
controle over het programma, waarvoor hij de verantwoordelijkheid draagt;
- de Wetenschappelijke Advies Raad (WAR) beoordeelt de toewijzing van
projecten; in de WAR dienen minimaal twee leden van buiten de VU zitting
te hebben, waaronder bij voorkeur één buitenlander; verder zou de WAR
kandidaat-onderzoekers en hun vorderingen (jaarlijks) beoordelen;
- onderzoekers dienen tenminste 70% van de werktijd aan onderzoek te
besteden;
- de nieuw te werven directeur dient 'veld-ervaring' en een goede theoretische
achtergrond te hebben, alsmede ervaring met patiëntenzorg;
- er dient, ten behoeve van een toekomstige evaluatie, een duidelijke definitie
van extramuraal gezondheidszorgonderzoek te worden geformuleerd.
Aan deze voorwaarden is in de jaren na 1990 slechts gedeeltelijk voldaan, en
aan de volgende onderdelen is geen uitvoering gegeven (vaak bleek dat gewoon
onmogelijk): hoewel in eerdere rapporten de WAR als onderdeel van de
EMGO-structuur was opgenomen, is deze raad is bij mijn weten nooit op de
bedoelde wijze actief geweest; met name voor praktiserende (huis)arts-
onderzoekers bleek een aanstelling van 70% voor onderzoek té omvangrijk; een
wetenschappelijk directeur met én veld-ervaring, én een goede theoretische
achtergrond, én ervaring met patiëntenzorg, bleek ook in 1990 nog niet
voorhanden. Overigens is het ook van de voorgestelde evaluatie na drie jaar (dat
zou in 1993 geweest moeten zijn) nooit gekomen.
Behalve voorwaarden voor het continueren van het EMGO-programma,
werden door de evaluatiecommissie aanbevelingen gedaan voor wat betreft de
toekomstige ontwikkeling van het EMGO-Instituut. Hierbij zou vooral aandacht
besteed moeten worden aan de relatie met de vakgroep Huisarts- en
Verpleeghuisgeneeskunde, de samenstelling van de senior-staf, de omvang van
de te beschermen personeelsformatie, de samenwerking met het Projectbureau
(tegenwoordig Onderzoeks Centrum) Eerste-Tweede Lijn, de wetenschappelijke
output en het verwerven van subsidies via de derde geldstroom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's