Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 49
47
Onno Omta, de management directeur, ging in 1990 van start met een
promotie-onderzoek gericht op het management van basaal en toegepast
medisch onderzoek. Het onderzoek werd na zijn vertrek naar de Rijksuniversiteit
Groningen aldaar afgerond, en hij promoveerde in 1995 in Groningen op het
proefschrift 'Critical success factors in biomedical research and pharmaceutical
innovation'.
Didi Kriegsman, tenslotte, werd in 1989, naast algemeen-methodologische
taken, betrokken bij de coördinatie van de Eenjarige Opleiding Epidemiologisch
Onderzoek (de tegenwoordige POE: Postdoctorale Opleiding Epidemiologie).
Per 15 oktober 1989 verruilde zij haar baan bij het EMGO-Instituut voor een
baan als onderzoeker bij de vakgroep Huisarts- en Verpleeghuisgeneeskunde
(om later via een omweg weer bij het EMGO-Instituut terecht te komen).
Eén van de lopende projecten waar Hans Valkenburg zich gedurende zijn
interim-periode als directeur wel zeer actief mee bezig hield, was de Hoorn
Studie. Hier was een wat onduidelijke situatie ontstaan: het idee voor een
bevolkingsonderzoek naar glucosetolerantie was weliswaar afkomstig vanuit de
vakgroep Huisartsgeneeskunde, en het onderzoeksvoorstel was uitgewerkt door
een huisarts (Henk de Vries) en een internist (Peter Razenberg), maar zowel
een verantwoordelijk hoogleraar bij de vakgroep (Cor Spreeuwenberg had in
1987 zijn functie neergelegd) als de beoogde projectleider (Paul Cromme verliet
het EMGO-Instituut in juli 1988) ontbraken. Het EMGO-Instituut hechtte er
dan ook aan de Hoorn Studie in eigen beheer te houden en uit te breiden,
hoewel, tegelijk met de benoeming van Hans Valkenburg als interim-directeur
per 1 oktober 1988, Jacques van Eijk werd benoemd als hoogleraar Huisarts-
geneeskunde, in het bijzonder ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek.
Meer over de Hoorn Studie is te lezen in het hoofdstuk 'De Hoorn Studie en
hoe het allemaal gekomen is'.
Ondertussen zat de vakgroep Huisartsgeneeskunde nog steeds met de
vacature die ontstaan was door het vertrek van Cor Spreeuwenberg. Met de
komst van Jacques van Eijk (op EMGO-formatie) als hoogleraar was de
voortgang van het huisartsgeneeskundig onderzoek weliswaar weer gegarandeerd
(en dat goldt ook voor de door de vakgroep Huisartsgeneeskunde ingebrachte
projecten in het EMGO-Instituut met uitzondering van de Hoorn Studie), maar
er was dringend behoefte aan een tweede hoogleraar ten behoeve van het
onderwijs. In een interview met Jacques van Eijk in Ad Valvas van 30 september
1988 vinden we het volgende: 'Om optimaal te kunnen werken, moet de door de
faculteit ten langen leste beoogde tweede hoogleraar huisartsgeneeskunde er wel
snel komen, vindt de nieuwe hoogleraar. Die zal zich over het onderwijs moeten
gaan buigen'. Gelukkig voor de vakgroep zat er inmiddels een gepromoveerd
huisarts bij het EMGO-Instituut, en in oktober 1989 verruilde Marten de Haan
zijn functie als co-directeur bij het EMGO-Instituut voor zijn huidige functie als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's