Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 176
172
De huisartsgeneeskunde-lobby
In het begin van de jaren tachtig heeft men vanuit de huisartsgeneeskunde
geprobeerd om invloed uit te oefenen op de besluiten van het departement.
Elzinga: 'Ik zie nog de hooglerarenlunch op de VU voor mij waar collega
Kramer van Onderwijs en Wetenschappen was uitgenodigd. Hij meldde:
'Huisartsgeneeskunde is ook wetenschap, dit is nieuw in deze wereld maar de
tijd zal leren of we dit goed gedacht hebben". Hoe kwam deze gedachte tot
stand? De huisartsgeneeskunde poogde, en misschien niet ten onrechte, de
politiek te overtuigen met argumenten als: jullie hebben een probleem met de
beheersing van de kosten van de gezondheidszorg en de oplossing is een
versterking van de eerste lijn, en dus van de huisartsgeneeskunde, maar je moet
ons dan wel een stevig verankerde academische status geven. Met een dergelijke
argumentatie heeft huisartsgeneeskunde destijds een voet aan de grond
gekregen. Het beleidsbesluit van Deetman om de extramurale geneeskunde aan
de VU te versterken was daarvan een gevolg.
Frustraties
De frustratie binnen de medische faculteit was groot. Er bestond sterk het
gevoel dat er een sigaar uit eigen doos werd aangeboden: een deel van het
budget van de universiteit werd weggehaald en dit kon de VU deels terugkrijgen
als men zich schikte in het overheidsbeleid. Bovendien was de medische faculteit
niet erg gelukkig met het accent op extramurale geneeskunde, aangezien de
faculteit op dit punt geen enkele traditie kende.
De bemoeienis van de overheid met de inhoud van het onderzoek leidde tot
heftige discussies binnen de faculteit. De academische vrijheid en autonomie zijn
een groot goed en de vraag werd opgeroepen: hoe ver moet een departement
gaan in het aansturen van de universiteit; moet het departement niet slechts de
juiste kaders aangeven en vervolgens de invulling los te laten? De overheid kan
weliswaar maatschappelijk relevante thema's aangeven, maar de universiteit wil
de academische signatuur hoog houden. Drs. H.J. Brinkman, de toenmalige
voorzitter van het Collega van Bestuur, heeft er destijds op aangedrongen dat de
medische faculteit op loyale wijze invulling zou geven aan de ombuiging naar de
extramurale geneeskunde, maar wel met behoud van het universitaire karakter.
Elzinga was met anderen van mening dat het op dat moment niet gewenst
was om het voortouw te geven aan de vakgroep Huisartsgeneeskunde, aangezien
er daar onvoldoende onderzoekskwaliteiten aanwezig waren. Het idee
domineerde dat als men het geld aan vakgroep Huisartsgeneeskunde zou geven,
dit niet voldoende zou bijdragen tot de academische status van de faculteit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's