De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 45
Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit te Amsterdam
43 Wij weten, dat dit zijn oorzaak had in de philosophie van RAMUS.
Welnu,
VoETius heeft zich onomwonden tegen de wijsbegeerte van RAMUS uitgesproken. RAMUS' afkeer van de ,,prima philosophia", waarin ook AMESIUS in zijn bestrijding van de metaphysica ^) hem volgde, wordt door hem een vooroordeel genoemd, aan wangunst toegeschreven afgekeurd der
en even sterk
als RAMUS' algeheele miskenning van de betrekkelijke waarde
wijsgeerige
ethiek.
De metaphysica op zich zelf acht
VOEÏIUS
evenmin onder de oorzaken der haeresie te moeten rekenen als de logica, de physica of andere wetenschappen.
Een warm pleidooi levert hij dan
ook voor de Aristotelische wijsbegeerte in het algemeen.
Hij stelt haar
zelfs boven die van PLATO en toont uitvoerig aan, dat zij in allen gevalle in Col. 2 : 8 - ) , in welke bijbelplaats tegen philosophie wordt gewaarschuwd, niet bedoeld is. De Ramisten mogen toezien; bij hun vrienden de Arminianen bleek, waarom het te doen was. Van deze laatsten zegt h i j : „Haec ergo arma nobis ex manibus excussa velint, ut inermibus commeiita pseudo-philosophica et absurda quaevis pro vera philosophia obtrudcre possint."
En VOETIUS herinnert hierbij zelfs aan JULIAAN
Ja, ook
waar deze Aristotelische philosophie in de Scholastiek, vóór en na, den invloed der Christelijke Theologie heeft ondergaan, ut philosophia christiana non minus dicenda sit quam peripatetica, acht hij haar gansch niet verwerpelijk. Het gebruik dat de Gereformeerden van de Roorasche philosophie hebben gemaakt teekent hij in de woorden: „Philosophiam illam communem Scholarum e Papatu acceptam, tamquam vasa et spolia Aegypti converterunt in usum tabernaculi." ^) Doch genoeg, wij zien, hoe VOEÏIUS als voorstander der ,,oude philosophie" evenzeer tegen RAMUS als tegen DESCARTES is gekeerd.
En wat nu liet punt in (juaestie betreft, zoo laat VOEÏIUS ^)
1) DK. VissciiKR, A. w., p, 90. 2) „Ziet toe, dat u niemand als een roof vervoere door do philosophie, en ijdele verleiding, naar de eerste beginselen der wereld en niet naar Christus," 3) Vgl. voor dezen passus de voor VOETIUS' oordeel over de philosophie zoo belangrijke disputatie „de errore et haeresi". Disp. Select., III p, 750 v. 4) Disp. Select., V, p. 233. An determinatur voluntas ab ultimo iudicio practicoy Het probleem lieeft zeker aan beide zjjden zijn moeilijkheden. Prof. CAMKKO, te Saumur, leerde in 1018 het primaat van het intellect op een wjjze dat de ombuiging van den wil in de wedergeboorte tot een niotus et h i c u s werd,in stee van, naar Gereformeerde leer, een actus jihysieus te zijn. Zeer juist druklicn de Canones van Dordt zich dan ook uit; „in den wil stort Hij nieuwe hoedanigheden" en£, C. III en IV. C. XI. Aan de loer van het wilsprimaat zijn echter nog grootere bezwaren verbonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897
Rectorale redes | 92 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897
Rectorale redes | 92 Pagina's