De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 23
Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit te Amsterdam
21 meerde een ,,triplex usus legis", doch de usus normativus draagt bij de Lutherschen een eenigszins ander karakter en wel dat negatieve waarop ik reeds wees.
De decaloog dient bij den Luthersche om hem bij de kennis zijner
zonden te houden, hem te leeren wat hij niet doen moet i), wat onzedelijk is. AVel was dit bij MELANCHTHON eenigszins anders, maar LUTHER heeft ook hier
getriumfeerd.
Dit
is zeer merkbaar in
de
Luthersche
ethiek,
die in haar positief gedeelte veel meer descriptief dan imperatief is. Het decalogisch
schema, nog bij
CALIXTUS te vinden, is al spoedig ver-
dwenen uit de Luthersche ethiek.
Ieder schrijver werkt naar een eigen
schema en LUTHARDT klaagt dan ook in zijn ten vorigen jare verschenen K o m p e n d i u m -) bij de ethica over ,,der Mangel der Uebereinstimmung in der systematischen Ordnung des Stoffes, wie eine solche Uebereinstimmung wenigstens im Groszen und Ganzen in der Dogmatik stattfindet". Anders is dit van meet af bij de Gereformeerden.
Het verschillend
uitgangspunt, „van den mensch" of „van God uit", heeft ook hier zijn invloed geoefend.
CALVIJN is voorgegaan.
Voor hem was de decaloog
de zoo positieve als negatieve norm voor het nieuwe leven der geloovigen. In zijn „Commentaar op de vier laatste boeken van Mozes" worden de tien geboden ieder afzonderlijk verklaard, de plaatsen die op de uiteenzetting van ieder gebod betrekking hebben als ,,appendices" toegelicht en daarna achter . ieder gebod de verspreid liggende stukken verklaard uit wat de Reformatoren, • in onderscheiding van den decaloog of de lex moralis, de lex ceremonialis en forensis noemen, terwijl het geheel besloten wordt met de exegese van teksten die CALVIJN saambrengt onder de rubrieken „usus" en „sanctiones legis". Over de behandeling van den decaloog in de I n s t i t u t i e sprak ik reeds.
Ik ^
heb er hier alleen nog op te wijzen, hoe CALVIJN zelf een drietal exegetische regels °) opstelt voor de explicatie van den decaloog, die dan ook in de Gereformeerde ethiek zijn gevolgd.
Deze regels zijn: i" ieder
verbod sluit tevens een gebod in zich, 2" in iedere soort van overtreding zijn
alle
andere
uitwendige zonde zijn zegt
dan
gelijksoortige
mede
vervat, ^en 3° mèt tie
de innerlijke gezindheden verboden.
ook LOBSTEIN ' ) :
,,Unter allen
Reformatoren
Te rcclit ist CALVIN
1) Vgl, L u t h e r s C a t e c l i i s m i. 2) G. E. LuïiiiKDT, K o m p e n d i u m d e i ' Xh o o i o g ' l s c h e n K t h i k . T>ei|)zii;' 1896, 3) Inst. II, 8, G —11). i) A. W . p . 4U.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897
Rectorale redes | 92 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897
Rectorale redes | 92 Pagina's