De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 44
Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit te Amsterdam
42 doet alzoo als die door de wet der wijsheid zult geoordeeld worden). Maer indien iemant een precijsheyt soude verstaen van voorsichtigheyt Eph. 5 : 15 (Ziet dan lioe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen maar als wijzen), van het nau oppassen op alle Gods geboden, sonder yet hemselven of andere daarvan te ontbinden, Matth. 5 : 19.
Item in het
vorderen ende verstaen van goede tucht ende discipline in Godes ghemeynte, sonder yemants vleesch te flatteren of na yemants oogen, of na deze of die
wereldsche
consideratien
om
te
sien:
sulcken precijsheyt
ende
strengichheyt is gansch loffelijck, ende hy moeste wel ruym ende ongebonden zijn, die hem derselver vyandt soude verklaren. Met een woord, soodanigh Precisiaen ende van sulcken humeur was JOHANNES CALVINUS, ende zijne medearbeiders in de Gemeynte tot Geneven, die daarom boven vele andere Gereformeerde
Leeraars
ende
Kercken niet weynich opspraeck ende
wederweerdigheyt hebben moeten uytstaen." AVat nu
het
tweede
betreft,
het
niet genoegzaam
onderscheiden
tusschen het voorbijgaand nationale en het blijvend menschelijke in Israels wetgeving, dan vindt men deze onderscheiding wat b. v. de geldigheid der lex forensis betreft, bij VOETIUS veel juister.
Hij toch maakt een
verschil tusschen wal: iïi die wetten gegrond was in de wet der natuur en de zedevvet en wat op de eigenaardige positie van Israel in zijn karakter van afgezonderden kerkstaat te midden der volkeren zag. Het eerste heeft voortdurende
geldigheid,
het
tweede
is afgeschaft.
Dit komt o. a.
uit in de straffen, die, naar de Puriteinen wilden, op echtbreuk, diefstal en andere misdrijven moesten gesteld.
Eischt b. v. AMESIUS bij dubbel
overspel voor beide schuldigen op grond van Deut. 22 : 22 den dood '), VoEïius ontkent, dat „poena adulterii semper debeat esse capitalis, ut in politia Mosaica" ^). En ook hierin, dat hoe sterk VOETIUS ook naar de puriteinsche opvatting van den Sabbat overhelde, hij toch nooit een anderen eisch stelde, dan dat niet alleen slaafsche werken, maar alle werk moest gestaakt, „voor zoover het de openbare en private Godsvereering op den Dag des Heeren belemmeren zou" ").
;ri;.;i;:..>
"Én eindelijk in de derde plaats de leer der Puriteinen van het wilsi^riiBaat. 1) De Conscientia, V, 40, f. 2) Disp. Select, IV, p, 807. 3) Dr. A. KoYPER, ïractaat van den Sabbath, p. 67, waar Yoor het citaat verwezen wordt naar Disp, Select. III, p, 1234,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897
Rectorale redes | 92 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897
Rectorale redes | 92 Pagina's