De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 34
Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit te Amsterdam
3'i „res ipsae credendae", dus objectief,, maar iets in het subject zelf. Fides, zegt RAMUS, est fiducia in Deum de ipsius beneficiis erga suam ecclesiam. i) En
zoo nu
vinden
wij
het bij PKRKINS en bij diens leerling AMESIUS.
Alvorens op VoKTn;s terug te komen hebben ^^ij den arbeid op ethisch gebied van dezen Puritein, die in 1610, om in Engeland, zijn vaderland, de vervolging te ontgaan, naar Holland kwam, gade te slaan.
Met hem
vooral, aan wien nog niet lang geleden ten onzent een monographie is gewijd -), kwam de puriteinsche invloed onmiddellijk in de Gereformeerde ethiek.
AMESIUS, wiens aandeel in den strijd .tegen de Remonstranten
en ook tegen den kardinaal BELLARMIXUS ik hier slechts heb te memoreeren, is als ethicus vooral van belang endoor zijn ,,M e d u l l a T h e o l o g i c a " , opgesteld van
ten behoeve
Amsterdamsche
der bursalen te Leiden, die daar op kosten
kooplieden in de 'I'heologie studeerden en wier
regent hij van 1619—1622 is geweest, èn door zijn „ ü e c o n s c i e n t i a et
ei us
iure
vel
casibus,
libri
quinque",
opgesteld
ten
behoeve der studenten van Franeker, wier professor hij van 1622—1633 is geweest. De Theologie is ook voor AMESIUS evenals voor RAMUS doctrina Deo vivendi •') en heeft gelijk bij hem twee deelen, die AMESIUS f i d e s e t observantia
noemt, waarbij fides dan ook weer den subjectieven zin
heeft van ,,acquie=centia cordis in Deo, tamquam in authore vitae vel salutis aeteinae".
Geeft het eerste deel der M e d u l l a wat wij zouden
noemen de dogmatiek, in het tweede deel krijgen wij de ethiek, of de leer der observantia.
Dit woord, dat ook RAMUS reeds gebruikte en dat
denken doet aan de ,,observanten" der middeleeuwsche geestelijke orden, wier onderhouding van de regels strenger was dan van andere ordebroeders, kenmerkt het Puritanisme als de meer strengere, de „praecise" onderhoudingvan 's Heeren geboden.
Het schema waarin AMESIUS zijn ethiek geeft,
vertoont groote overeenkomst met dat van POLANUS e. a.
Onder het
begrip van Cultus Dei en wel immediatus en mediatus wordt ook hier de ethische zijde van het leven bezien.
De decaloog is daarbij streng
1) In het antwoord op de 21ste yraag van den II. C. is deze tweeërlei zin van de fidcs zeer gelukkig gecombineerd. 2) D E . Hroo TISSCHF.R, „G U i 1 i el m U S A m e s i u s , zijn l e v e n en w e r k e n " , Haarlem 1894. • 3) M e d u l l a I, 1.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897
Rectorale redes | 92 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897
Rectorale redes | 92 Pagina's