De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 38
Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit te Amsterdam
36 door WILLEM TEELLINCK. gewonnen.
Zelf getuigt hij van dezen: ,,hij
heeft mijne oogen geopent". i) TEELLINCK, in 1579 te Zieriksee geboren, had als jonge man eenige jaren in Engeland in de puriteinsche kringen verkeerd, toen hij van daar in 1606 naar het vaderland terugkeerde. Het was in deze Engelsche kringen, dat, zooals IÏEPPE zegt, ,,die innere Gottseligkeit
mit einem
ihn tïberraschenden
Eifer gepflegt ward -)
en in zijn geestelijk leven die verandering plaats greep waardoor hij besloot zich voortaan aan den dienst des Heeren te wijden. Hij .studeerde daarop te Leiden in de Theologie, werd eerst predikant op het eiland Schouwen, en sedert 1613 tot aan zijn dood, in 1629, te Middelburg.
Het
is
TEELLINCK
geweest
die
nog
vóór
AMESIUS
puriteinsche richting in Nederland gebracht en door zijn en talrijke werken ") gesterkt heeft.
de
predikaties
AMESIUS zelf zegt dan ook in de
dedicatie van zijn „De Conscientia" aan de Staten van Zeeland, dat het aan TEELLINCK'S invloed was te danken, dat de doctrina pietatis in de Kerken van hun gewest „magis efficaciter ad praxin" was gekomen, dan
in vele andere
gemeenten.
VOETIUS,
die
TEELLINCK
zooals
hij
zegt slechts twee- of driemaal had hooren prediken en er toen zulk een „impressie" van kreeg, dat hij wenschte, dat hij en alle leeraars hier te lande ,,sulck een fatsoen en kracht van prediken mochten navolgen" •'), is vooral door de schriften van TEELLINCK, in wien hij ,,een tweeden THOMAS k KEMPIS", doch — voegt hij er tusschen twee haakjes bij — een Gereformeerden ziet, met de puriteinsche literatuur bekend geworden. Hij las toen PERKINS,
BAYNES,
DYKE, PRESTON en andere Engelsche schrijvers
en de vrucht van deze lectuur zien wij reeds in 1627, toen hij nog prediker te Heusden was. In dat jaar toch verscheen van zijn hand een werk, waarvan de titel, , , P r o e v e v a n d e k r a c h t d e r g o d z a l i g h e i d " •''), reeds van den puriteinschen invloed getuigt.
1) Praefatie voor de Werken van TEELLINCK. 2) HEPPE, Gescliiclite des Pietismus und der Mystik in der Reformirten Kirclie. Leiden, 1879. p. 107. 3) Zijn zonen hebben er een uitgave van bezorgd, waarvoor .VOETIUS „de praefatie" schreef. In 1656 gaf de Rotterdamsche predikant P B . RIDDERÜS er een bloemlezing van onder den titel: „De menschc Gods." i) Vgl. de „praefatie". 5) VoETiDS' P r o e v e is opnieuw uitgegeven en van een voorrede voorzien door ALEXASDBR COMRIE in 1763. In 1833 geschiedde dit nog eens met het t w e e d e deel van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897
Rectorale redes | 92 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897
Rectorale redes | 92 Pagina's