Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 42

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 42

Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

40 in een afzonderlijk

werk heeft bearbeid i).

Als ,;Scientia Sacra regendi

Ecclesiam visibileni", valt zij met haar drie deelen: d e a g e n d i s , d e p e r s o n i s en de a c t i o n i b u s , buiten de ethiek en dus buiten ons onderwerp.

Na dus op de inrichting van zijn onderwijs en de indee-

Hng der ethiek als m o r a a l

en

ascetiek

te hebben gewezen,

ga

ik thans in het licht stellen, hoe VOETIUS de ethiek in de Gereformeerde Theologie tot haar hoogtepunt heeft

gebracht.

Ik wijs dan

allereerst op het goed recht van haar bestaan, doof hem bepleit.

Dit

pleidooi heeft hij ons nagelaten in die zes verhandelingen D e T h e o 1 ogia

Practica,

welke in het begin van het derde deel zijner „Dispu-

tationes" staan afgedrukt. Eerst wordt hier het wezen van de Theologia Practica bepaald; dan wordt aangetoond, dat de Theologie der Gereformeerden volstrekt niet zooals de Roomschen en de Remonstranten beweren, mere speculativa, maar wel degelijk ook op de praktijk des levens gericht is.

Verder wordt met een

beroep op den toekomstigen werkkring van de ministerii candidati; op den arbeid van MELANCHTHON, CALVIJN en zijn medearbeiders en eindelijk op de Schrift zelf -) hare noodzakelijkheid bewezen.

De beschuldiging van

,met liaar een nieuwigheid in te voeren

met bewijzen uit de

wordt

liistorie weerlegd, waarbij vooral de arbeid der Puriteinen ten behoeve der practica wordt in bescherming genomen.

Op het verwijt: „puriorem

c^uandam puritatem supra communem et receptam reformationem videntur veile introducere, qui practicam theologiam et praxin tantojjere urgent •'), antwoordt VoEi'ius, dat zijne vrienden de Puriteinen goede Gereformeerden zijn, en zegt hij: ,,quod ad observantiam et praxin pietatis, quam reformat! hominibus inculcant, et nos cum illis, eam Verbo Dei repugnare, non memini hactenus a het bijzonder

(juocpiam probatum." ')

de casuïstiek besproken en

Vervolgens wordt in

eindelijk, na de expositio

decalogi als het eigenlijke van de Theologia moralis te hebben aangewezen, de ware tegenover de valsche methode van behandeling gesteld.

1) Door hem in de j a r e n l(i(;3—l(i7() uitgegeven. SEI'P, H e t G o d g e l e e r d o n d e r •wijs i n N e d e r l a n d , gedurende de IGde en 17de eeuw, II, p. 339, noemt het een „monumentum acre perennius". 2) VOETIUS citeert hier 1 Tim. G : 3 ; Tit. 1 : 1 ; Act. 24 : 1 0 ; Disp. Sel., III, p . 9. 3) Disp. Sel., I I I , p. 17. 4) Disp. Sel., III, p . 18.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897

Rectorale redes | 92 Pagina's

De ethiek in de gereformeerde theologie - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1897

Rectorale redes | 92 Pagina's