Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Taalbederf door de school van Kollewijn - pagina 28

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Taalbederf door de school van Kollewijn - pagina 28

Rede bij de 54ste herdenking van de stichting der Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

20

houden nogal van Bargoensche woorden", deelt men vriendelijk, zonder afkeuring, of waarschuwing mede. '^ En KoUewijn, met zijn heiligen afkeer van „boekewoorden" en het „verschrijftalen", stelt gaarne vormen voor „met een plat tintje", die „toch veel in de beschaafde spreektaal worden gehoord", en dikwijls slechts „plat schijnen, als men ze voor 't eerst geschreven ziet". ^^ In de syntaxis werd rechtstreeks weinig gewijzigd; dat er aan verscheidene veranderingen niettemin gewichtige syntactische gevolgen noodzakelijkerwijze verbonden waren, is duidelijk; voor* naamwoorden, met naamvallen en buiging, grijpen te diep in bij den zinsbouw, dan dat het anders zou kunnen. Verder verge* noegde men zich met een eersten naamval te leveren: de man die (zei), bij den tweeden: de man z'n (verhaal),^* en met een ietwat ziekelijke voorliefde voor als na comparatieven.^^ Bovendien waarschuwt men tegen „de zgn. aanvoegende wijs", die „slechts in enkele vaststaande wens* en berustingszinnen voorkomen" zou; maar een bijkomstig schijnende jongere opmerking erkent het veelzijdigste gebruik: een goede aanwijzing, hoe onjuist het uitgangspunt dezer taalbeschouwing is. ^^ Overigens geeft men ook voor de syntaxis den regel: „schrijf zooals je in beschaafd gezel= schap spreken zou"; en: „niet de logica beslist, maar eenvoudig het gebruik". Het is dan ook heel gemakkelijk; fouten tegen de syntaxis vindt men, behalve bij verwarde denkers, vooral bij de schrijftaabmenschen. °^ Dat men syntactisch zich ook aan geen ouderwetsch regelgezag wil storen, blijkt herhaaldelijk aan de practijk. Buitenrust Hettema schrijft uitdagend „meest4astigste"; de Proevesmakers zeggen, dat „dit alles aan 't logiese denken bevredigt", en een Kollewijniaansch Kamerlid vraagt: „waarom of iets een revolutionnair werk is, ja of neen". *' Hoe onvrij de „grammatics geschoolde" Nederlander is, verge* leken met den man, die zich aan het juk der spraakkunst heeft ontworsteld, toont KoUewijn nog met een krachtig voorbeeld. Men vindt verwarring van liggen en leggen barbaarsch, en toch zegt men misschien tienmaal op een dag: „ik heb het hier zelf neergelegen". Wie ze nog onderscheiden kan, hoeft ze niet te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 1934

Rectorale redes | 142 Pagina's

Taalbederf door de school van Kollewijn - pagina 28

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 1934

Rectorale redes | 142 Pagina's

PDF Bekijken