Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

5 minuten leestijd

Kuyper is dood Ze hebben hem gisteren begraven.... Weg is hij, weg voor goed.... .^ . , Maar zijn werk "is er nog. . .: g; |^|^J, . En ld at dit als een heilige - erfsbhal; zal verder vruchtbaar worden gemaakt voor de zaak van Gods Koninkrijk, daarvoor zullen, als Hy er ons de kracht toe w-il geven, wij en met ons onze kinderen e'n kindskinderen zorgen! Mr A. Ane.ma, Stemmen des Tijds, Deo. 1920.

door J. C. RULLMANN.

I.

In den Almanak van het Studentencorps der Vrije Universiteit, 1921, wekte Professor Anema do studenten op, om zich den schat, dien Kuyper ions naliet, eigen te maken. Het beste „in memopiam", ziO'O schreef hij, dat een ieder van ons aan Dr Kuyper kan wijden, is een deugdelijk en liefdevol doordringen in zijn gesdhriften.

Maar die geschriften mtoeten uit den tijd van hun ontstaan verklaard Avorden. En van dien tijd Aveet het tegeuAVoordig geslacht Aveinig meer.

Daarom meenen Ave o^nzen lezers een dienst te doen met een historische toelichting - bij die geschriften.

Wö volgen daarvoor op den voet de in. 1915 door Kok uitgegeven: Volledige Lijst der Boeken en Geschriften van Dr A. Kuyper, verschenen gedurende de jaren 1860—1915 en geplaatst naar 'het jaar van uitgave.

Hier en daar echter 5: uilen we ons een verbeteri'ng of een aanvulling van deze Lijst veroorloven.

1. Beantwoording van de Prijsvraag, door de TheoJoigische Faculteit te Groningen uatgöschreven: „Inter se cionferantur Calvini et Johannis a Lasoo sententiae de Ecclesia; exponatiir qnomodo ie|x utriusque Reformatoris historia et ingenio sint ortae fe't oum reliqua utriusque doctrina cohaereant; ^d Evanigelii normam diiudictentur." 1860.

Abraham Kuyper, den 29sten October 1837 te Maassluis geboiren, werd den IBden Juli 1855 aan de Leidsche Universiteit als student ingeschreven A'-oor de letteren en de godgeleerdheid.

Hij (werkte hard; legde 22 Declember 1855, m'agiaa cum iaude, het klein-miatihesis; 1 Mei 1857, summa cuim Iaude, het gBoot-mathesis, en 29 April 1858, ook weer sumtoa cum lande, het candidaatsexaimen in de klassieke' letteren af.

Ook Avas hij nog repetitor_ van verscheidene studenten.

In de laatste dagen van hef'jaSJr" 1858 vestigde Professor Matthijs de Vries zijn aandacht op de Groningier 'Prijsvraag^ Avaarin verlangd werd een oordeelkundige vergelijking ran de gevoelens van Calvijin en a Lascioi over de Kerk.

Deze prijsvraag trok hem aan, en hij toog aan den arbeid. Calvijns werken waren spoedig op zijn kamer; maar die van a LasoO' waren nergens te vinden, 'zelfs niet in de biblio: th'eken van Londen of Petersburg.

Toen zag Kuyper van het dingen naar den prijs, af, ien ging dit. den Holoigleeraar de 'Vries mededeelen. Deze had echter met Kuypers besluit geen vrede, en ried hem, löens bij^ zijn vader. Ds De Vries te Haarlem, te inlortneeren. Die had in ziijn boekeriji veel van kerkhistorie. Er naar gevraaigd zei deze echter niet te Aveten, of hij' iets van a Lasco bezat. Maar hij zou eens zien. En acht dagen later toonde de man aan Kuyper een cioUeotie Lasciana, rijker dan eenige bioekerij' in gansch Europa bezat. Dien schat, voor Kuyper. het „tO' be or not to be" bij zijn prijjsvraag, ' te vinden bij' een man, naar Avien hij verwez'en werd door een trouwen vriend, die för niets van af Avist, dat die schat er schuilde; ja bij een man die een week tevoten zich den naam van a Lascoi sladhts vluchtig 'herinnerde én zielf niet wist 'te zeggen: , of er van dien Poiolschen hervormer iets so'hool ondei-z^^n preciosa., . het was voor Kuyper een wonder Gods op 'zijn levensweg^ en voor het eerst vernieuwde hij het lang gestaakte dankgebed. Zie: Confidentie, blz. 36—39; D'C Heraut, nrs. 1968 lan 1988.

De arbeid aan de prijsvraag ontving' hierdoor een zóó geheiligd en gewijd karakter, als dusver aan zijn studie vreemd was gebleven. De acht maanden, eraan besteed, gaven een plooi aan zijn. 'geest, die er sinds niet mteer is uitgegaan. Kuypers antwoord op de proj'svraag Averd met goud bekroond.

Prof. Dr J. Lindeboom schreef in het Ned. Archief V. Kerkgeschiedenis, Nieuwe Serie, Deel XVI, Afl. 1, 1920, blz'. 32, in een ai-tikel over „Het Notulenboek der Groninger Theologische Faculteit gedrwehde de 19e - eeuw" ten aanzien van Kuypers antwoord:

„In het faculteits-archief bevindt zich het o-oa*deel der faculteit, opgesteld door Prof. Muurlinig'. Het is buitenjgewöon vleiend voor den bekroonde, Avien geen lof gespaard wordt. Als gebreken, welke overigens 'de waarde van het geheel niet A^erminderen, woirden genoemd een bevangen blijven in de leer van het Evangelie, die geformuleerd Avordt mtet yeronjachtz'aming van de daden Gods en Christi, in het Evangelie verhaald."

Op deöjzelfden dag waarop de godgeleerde faculteit in Groningen den arbeid van Kuyper met goud bökroohde', verleende ' de rechtsgieleerde faculteit aldaar Jeen accessit aan den heer A. F. de Savoirnin Lehman. 'Geen hunner heeft toeM. zeker vermoed, hoö'vaak, in later jaren, hun beide namien nogmaals te 'zamen zouden worden genoemd.

Na - het biü-tengewoon vleiend indicium van de Groninger Faculteit, kwam bij Kuyper voor hiet eerst de gedachte op: „zou ik iets' meer kui-men dan 'n ander? " Zie: Gedenkboièk, 1907, blz. 407. Maar spoteidig volgde de reacüe. Zijn hersenen waren totaal overspannen, zoodat de harde werker absolute rust moest nemen.

Tóch kon 'hij niet werkeloos zijn en, sympathie als Kj van der jeugd af voor het zéemanslelven 'had, bouwde Jiij' 'nu een miniatuurschip. Zijn meisje maakte er eein Avimpel voior, die, op zijn verzoek, met haar naam: Joihanna prijkte. En die tweemaster „Johanna" 'kreeg Als staaltje van Kuypers huisvhjt, , een plaats in de Adtrine van zijn studeerkamer. Zie: Herinneringen van zijn ziustet, blz. 29. Volgens het particulier E enig num^mer van Dö Standaard, .1 April 1897, en violgens een mededeteling in De Ster van 14 Noiv. 1920, zie 'Gede'nkboek 1921, blz. 93, zou Dr Kuyper dit sdhip gedurende z'ijn ziekte in .1876 gebouwd hébben. Een afbeelding van het scheepje is opgenomen in Het Kuyperhuis, 1921.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 1921

De Reformatie | 8 Pagina's

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 1921

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken