Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

KUYPER - BIBLIOGRAFIE.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KUYPER - BIBLIOGRAFIE.

8 minuten leestijd

door J. C. RULLMANN.

XXII.

20 Opstellen in De Heraut, onder redaotip' van Dr C. Schwartz.

Reeds in 1869 is ook de journalistieke arbeid var DT Kuyper begonnen.

Het toenmalige half-kerkelijke, half-politieifce weekblad De Heraut sleepte een kwijnend beti, taan voort, se'dert de hoofdredacteur in Londen woondie. Maar tijdens een kort ve-rblijf van dezen iri Holland kwam tot Dr Kuyper het aanzoek om hem te vervangen. En ofschoon Groen van Priosterer hem waarschuwde, zich niet aan dit weekblad te verbinden, omdat het in slechten reuk stond, gaf Dr Kuyper toch gevolg aan het aanzoek, overwegende, dat De Heraut het onzerzijds meest gelezen kerkelijk weekblad was, dat zich voor ons kleine land inderdaad in een zeldzaam uitgebreid debiet verheugen mocht.

Reeds had hij dan ook den 9den Juli 1860 in dit bladj tegenover een rerfceerde voorstelling van de Nieuwe Groninger Courant, de officieel e verklaring geplaatst, die bij' gelegenheid der kerkvisitatie te Utrecht dit jaar schriftelijk door hem was ingediend.

En nadat in de nummers van 16 en 23 Juli het officieel verslag was opge.nomen van de vergadering inzake de kerkelijke goederen, gehouden te Utrecht op 7 Juli 1869, nam De Heraut van 17 September ook de door Dr Kuyper gestelde circulaire op, door het Centraal Comté 8 September d. a. \^ aan de belrokken besturen toegezonden.

Deze circulaire lokte discussie uit in de N. R o 11., de A rnh'emsclie, de Sneeker en de Kerkelijke Courant. En het was in deze discus sie, dat Dr Kuyper de pen opnam om, niet zijn naam voluit onderteekend, zijn eerste artikel te plaatsen in De Heraut van 8 October 1869 onder den titel: Eerlijke discussie!!

Als een familietrek van het viertal organen, die het debat hadden geopend, noamde hij de absentie van eerlijkheid in de discussie. Met name nam hij de vrijheid om op de grove beleedigende insinuation der Sneeker Courant en haar .Arnhem s c h e zuster aldus te rep'Möeeonen:

Onder m.eer in onze circulaire, waarop men aanvalt, wordt vooral storm geloopen op onze verklaring:

Men weet, hoe die vr ij beid, in schier on beperkten izin meerdan twee eeuwen • door onze gemeenten genoten, in 1795 voor haar te loor ging.

„In schier onbeperkten zin meer dan twee eeuwen genoten!" Dat is het flagrante delict. Dat schreit ten hem«l. Zuljj een logen! Of ze niet om wrake roept!

Dat durven mannen zeggen, als Groen en De .Geer. Durven dat zeggen tegen beter weten in. Durven de geschiedenis zoo onbeschaamd in het aangezicht slaan. Een historicus als Groen. Een kenner onzer oudheid als De Geer. En - dan zulke infame logens.

Ziet toe, gemeenten!.... en uit de schatkist van oude kerkscbandalen, wordt dan een jammerlijke schilderij opgehangen van al de knevelarijen, al de geweldenarijen en tyrannieke misbruiken, die de Staat die beide eeuwen lang zich ten laste liet komen jegens onze gemeenten.

Convincant, nietwaar! Hoe ziullen De Geer en Groen ooit weer hun o.ogen van schaamte durven opslaan tegenover het Nederlandsche publiek!

Maar nu, ik stel daartegenover, dat öf die dat schreef de circulaire niet verder las (en dus geen recht van spreken had) óf wel las, maar dan tegen beter weten in dus sprak (en dus oneerlijk is).

Waar dan de schoen wringt? Eenvoudig hier.

Men kan van vr ij beid der gemeenten, en van vrijheid der kerk spreken.

Vrijheid der kerk is vrijheid van de kerk tegenover den staat; dus vrijheid naar buiten,

Vrijheid der gemeenten is vrijheid der enkele gemeenten tegenover het kerkelijk ge­heel, dus vrijheid in eigen boezem.

Wie nu van 1595—1795 van vrijheid der kerk tegenover den staat dorst spreken, zeker, die loog.

Wie daarentegen niet weet, dat er van 1595—1795 schier in onbeperkten zin vr ij beid der gemeenten tegenover het kerkelijk geheel heeft bestaan, kent de geschiedenis niet.

Waarvan nu is in de circulaire sprake? Zoo van vrijheid der kerk, dan is de Arnhemmer in haar recht, en zijn De Geer en Groen misleiders des volks. Maar zoo van vrijheid der gemeenten, dan spraken Groen en De Geer waarheid, en heeft de Arnhemmer oneerlijk gedebatteerd.

Men zie de circulaire in. Wat staat er?

„..... die vrijheid, in schier onbeperkten zin meer dan twee eeuwen door onze gemeenten genoten."

Dus de juiste uitdrukking. En hoe wordt die vrijheid verder omschreven? „ Onze gemeenten, schier vrij en zelfstandig, werden zaamgesmolten in de valsche, kerkgenootschappelijke eenheid, en van izelfhandelende leden van een levend lichaam tot oneelfstandige deelen vem een geesteloos raderweit verlaagd."

En verder: „Herinnering der verloren vrijheid is dua

alleen mogelijk door herstel van de autonomie der gemeente n."

Overtuigend duid-elijk dus: niet de v r ij h e i d .d e r kerk tegenover den staat, maar de autonomische vrijheid der gemeenten tegenover het .kerkelijk geheel is bedoeld. De geheele circulaire is ten bewij.ze.

En izeker, nu is h& t wel geoorLoold, zelf zoo weinig helder te denken, dat men die beide verwart. Maar wat niet geduld mag, het is: dat men, waar mannen als Groen en De Geer helder denken, en de begrippen juist onderscheiden, op hen de schuld van eigen gebrek aan logisch denken werpt, en hen aJs misleiders des volks ten toon stelle.

Dat noem ik oneerlijk, en ik acht, dat eene courant, die aulk eene oneerlijkheid opnam, zich alleen kan Tehabiliteeren door een ridderlijk „amende honorable".

In de „Nederlandsche Gedachten" van 18 Ooiober nam. Groen van Prinsterer een gedeelte van dit artikel over, en voegde er aan toe: „Met den hoogl. de Geer ben ik aan Dr Kuyper dankbaar, dat hü' ons m De Heraut van gebrek aan historie-kennis, zoo niet van erger schuld vri|gepleit heeft."

Intusschen had Dr Kuyper in het Kerkelijk Weekblad, orgaan van de Confessioneele Vereeniging, gewezen op de droeve figuur van Minister Va, n Bosse, die op de Staalsbegrooting een post van f 7000 had uitgetrokken als |; oelage voor de CoUegiën van Toezicht. En toen nu openbaar was geworden, dat de Minister bij Kabinetschrijven een officiëele erk nning van het Algemeen Collöge had weten te verwerven en dat de Synode.' drie afgevaardigden naar dat College committeerde, volgde in De Heraut van 15 October van Dr Kuyper's hand een artikel: Beginsellooze houding van Ministerie en Synode inzake de kerkelijke goederen, waarin hij wees op de samenwerking van het radicalisme in den staat met 'de despolie des ongeloofs in de kerk, en constateerde, dat de Synode op, haar terrein deed, wat Mr van Bosse deed namens den Staat: tiots den tegenstand der gemefeinten op onwettige wijze een Collegie kroonen, dat de vrijheid der gemeente verkort.

Van week tol week levert Dr Kuypter nu voorts geregeld kerkelijke en politiekie opstellen in De B e r a u t:

29 Oct. Een eigen rigling. 5 Nov. De Kieswet. 12 Nov. en volg. nrs: Vrijmaking der Kerk.

10 Dec. Voorstel ter Schoolwetsherziening van liberale zijde.

17 Dec. Mr P. P. van Bosse en het Departement van Hervormde Eeredienst.

24 Dec. De leei der onsterfelijkheid ien de S taatsschool.

31 Dec. De Staat en de Openbare Zede l ij b h e i 'd.

Ook geeft Dr Kuyper in De Heraut telkens een overzicht van de staatkundige en de kerkelijkei pers.

Groen van Prinsterer vestigde in zijii „Nederlandsche Gedachten" nu meermalen dö aandacht op Dr Kuyper's artikelen.

Zoo schreef hij 16 Dec. 1869: „Onder de aanwinsten, voor onze periodieke drukpers lel thans iedereen, vriend en vijand, op de zelfs tan digo medewerking van Dr Kuyper aan De Heraut."

18 Maart 1870 spreekt Groen over Dr Kuyper's geregelden bijstand in de Christelijke journalistiek: , , Het reeds geleverde moet worden herlezen en overdacht. Afzonderlijke uitgaaf zou wensehelijk zijn, althans van zijne hoofdartikelen in De Heraut, over onderwerpen van wetgeving nog aan d? orde, of waarvan men do ernstige behandeling over ©enigen tijd tegemoet ziet. — Bijv. Een eigen rigting (29 October), De Kieswet (5 Nov.), De l-3'or , der onsterfelijkheid en de Staats scihiool (24 Dec); De Staal en de Openbare Zedelijkheid (31 Dec); Hooger Onderwijs (21. en 28 January), De Bewaarscholen, enz. — Geen onzer volksvertegenwoordigers, die de hoogste volksbelangen behartigt, zal niet, na aandachtige lezing van dergelijk een bundel, erkennen, dat hij deze opstellen, als gewigUge bijdrage van parlemfentair onderzoek, waardeert."

31 Maart 1870 verwijst Groen naar een Herautartikel, „mei de geaccrediteerde letter K".

Dr Kuyper n.l., die zijn opstellen eerst möt zJjn naam voluit onderteekende, deed dit al spoedig enkel met de letter Ki.

In De Heraut van 31 Dec. 1869 nam de hee.. I. Esser afscheid van de lezers in een artikeltje, dat aldus aanving: „Straks is door mij gezegd en herhaaldelijk in dit blad vermeld, dat ik or alleen in schreef, omdat meer bevoegden zwegen., | Thans echter is door Gods goedheid onze uitnemende broeder K. als medearbeider in De Heraut opgetreden, en daarmede is voor mij' zefer natuurlijk het oogenblik gekomen om afscheid van de lezers te nem'on".

En in hetzelfde HerauUiummer schreef Ds L. J. va.n Rhijn: „Ik betuig mijn dank voor de belang-, rij'ke artikelen en meesterlijke overzigten over onze j journalistische pers van de hand van Dr K. Ik I hoop zeer, dat zij de aandacht zullen wekken •, onzer Christelijke landgenooten".

Zie voor Dr Kuyper's relatie met de toienraalige Heraut: Kuyper, De Strijd over het Vrije Beheer, blz. 138; Gedenkboek 1897, blz. 7; De Heraut, 14 November 1920.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

KUYPER - BIBLIOGRAFIE.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken