Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

4 minuten leestijd

door J. : C. RULLMANN.

XC

72. Aan Reets. Opgenomen in De Heraut vair 29 Januari 1882. '

In het jaar 1874 heeft Reets het volgende leeldedichtje geschreven: '

AAN DEZEN EN GENEN.

Gij zijt wel Jiiannen van mijn richting, iVIaar zijt geen mannen naar mijn hart; Uw weA is niet tot vredestichtiag. En zij het strijden óók verplichting, Gij doet veel meer, gij tergt en sart. Gij zijt wel mannen van mijn richting. Maar zijt geen mannen naar mijn hart.

Ik' mag, ik wil U niet bestrijden, Maar m e t 'u strijden • kan ik niet; Veel liever nw miskenning lijden En in de hardheid dezer tijden. Zijn wat law soort lafhartig hiet. Ik mag, ik wil u niet bestrijden. Maar met 'u strijden kan ilc niet.

1874. 2 Sam. 3:39m.

Dit sloeg blijkbaar op de p'artij van actie onder 6roen en Kuyper, met wie Beets sinds het gebeurde «p , de jaarvergadering van Christelijk Nationaal te Utrecht 19 Mei 1869 finaal gebroken had'.

Door het onderschrift:2 Sam. 3:39 m. zijdelings voor zichzelf naar David en rechtstreeks voor de pai'tij van actie naar de zonen van Zeruja, de kinderen der verkeerdheid, verwijzend, hoonde Beets daarmee die partij als „soort" van lieden. En het verwijt, dat hij en de zijnen andereii tergde en sarde, griefde Dr Kuyper diep.

Reets hield „Ie beau role" aan zich. Mannen Vian zijn richting — geen mannen na, ar zijn hart —

dat waren ze, deze lieden „harder" dan hij. Maar — zoo vragen we met Postmus, Calvinistische Vertoogen blz. 78, — wat zou ervan Nederland geworden zijn, indien een Groen en de zijnen al even „teeder" geweest wajren, als de man, die — te goeder trouw, zeer zeker, maar in onbegrijpelijke kortzichtigheid — „geheel zijn volk" wilde behooren!

Na!da, t nu Reets dit versje in zijn Naja^arsb la den had gepubliceerd, zong Dr Kuyper daar anoniem in De Heraut van 29 Januari 1882 het hier volgend vers op tegen, met terugslag op 2 Sam. 3:39 m. dat Reets, helaas, als motto koos:

2 Sam. in:39m.

[„Maer ick ben heden teeder, ende gesalft ten Koningh; en de dese mannen, de sonen van Zeruja, zijn harder dan ick; ds Heer© zal den boosdoender vergelden nae syne boosheyt."]

AAN BEETS.

Neen, 'tzif'em in geen „doen door latea!" Te laten 't niets doen eischt hier plicht. Of wat zal steen en slinger baten. Als Isrel voor den Hoonor zvricht?

Woudt ge u bij David vergelijken, Strijd dan als hij de s t r ij d e n Gods, Doe zelf dan heil'ge „geestdrift" blijken. Tot Goliath vall', 't pantsier ten trots!

Neen, 't zijn geen Zonen van Zeruja, Die broederen van uw tegenzin. Maar 'k vraag U op den man af — u ja. Gaf „teedérheid" dit dicht u in?

Of is het niet u kwalijk kwijten. Van wat voor 't schaap de Herder doet, Nu 't H e r d e r 1 i e d bij 't s c h a a p kwam pleiten, Voor scbotvrijheid van 't wolfsgebroed? i)

En als dan God zijn vuur'ge schichten, Van andrer pees joeg; en door 't volk. Tot eer zijns naams een werk liet stichten, Waar troost van afvloeit naar dat volk.

Zal Beets zijn broedren dan beschimpen, Als „s a r d e r s", „t e r g e r s" ? — „Soort" van volk Ze noemen, die van angst doen krimpen, Den wijzen twijflaar? Wierd Beets tolk

Van die verdoolde tegenstanders. Die 't Woord, ja, ceren op hun wijs. T'och niet naar 't Woord eischt! Neen, vlak anders! Niet d' ingedaalden Geest; meer 's menschen [geest ten prijs?

Onder den titel: Dr Kuyper als dichter werd' dit vers ter gelegenheid van den ta: chtigsten verjaardag van Dr Kuyper geplaatst in De Stichtsche Courant van 27 October 1917 als „het eenigste gedicht, dat Dr K. ooit heeft gemaakt".

We twijfelen echter of dit laatste niet te sterk! gesproken is. W& iit ook de dichtregelen: „o Volk van God, dat zonkt in smaad" enz., opgenomen in het Feestnummer van De Heraut bij de oprichting der Vrije Universiteit, schijnen van Dr Kuyper te zijn.

Maar het bekende: „Voor mij! één zucht beheerscht mijn leven", (zie Gedenkboek 1897, blz. 77) is slechts een variatie op Da Costa's: „Voor mij! één doel slechts heeft mijn leven!" Zie ook: Maranatha, blz. 24. '


¹) Dit ziet kennelijk op de omschrijving in ons BevestigingS' formulier van het ambt der dienaren gegeven: dat het hwi

plicht is: „te w e d er 1 egg; he n alle dwalin^ett en ketteryen die tegen de zuyver© leer sfirijden". Zich er builen houden is dus met de gelofte van de dienaren des Woords rechtstreeks in'strijd. Zie Hand. 20; 28T.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 11 January 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

Bekijk de hele uitgave van Friday 11 January 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken