Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

ALLE DINGEN BEPROEVEN.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

ALLE DINGEN BEPROEVEN.

9 minuten leestijd

III.

Met zijn uitspraak: „Beproeft alle dingen" wil Paulus' zeggen, dat wij alle dingen t o e t s e n, keuren moeten, zooals de goudsmid het goud en het zilver toetst. >

Dat dit zijn bedoeling is blijkt ook daidelijk uit hel verband, waarin dit woord voorkomt.

Er gaat aan vooraf: „Bluscht den niet uit. Veracht d!e profetieën Geest niet".

Als de apostel van. „den Geest" spreekt, bedoelt hij natuurlijk niet den Heiligen Geest zelf. De Heihge Geest, die een Persoon is in het Goddelijk Wezen, kan niet uitgebluscht worden. Maar hij duidt met dit woord werkingen van den Heihgeu Geest in menschen aan. En dan niet die werkingen, die aan eiken geloovige geschonken wor-_£lej3, ^_.ilaa.r Geesteswerkingen v^n b; ".onderen en buitengewonen aard, zooals er in de 'jeugdige Christelijke kerk in veelheid voorkwamen, en nader zulke werkingen, die zich openbaarden door s p r e k e, n.

Wanneer een lid der gemeente door den Geest Gods sprak, dan sprak hij uit een hart, dat ontgloeid was in geestdrift, in bezieling, in enthousiasme. Vandaar, dat die werking des Geestes door Paulus vergeleken wordt bij een vuur. De Geesteswerking was in hem^ als een vuur, als een felle brand, als een laaiende gloed. En nu waarschuwt de apostel er tegen, dat vuur uit te blusschen. Dat zou men b.v. doen, als het spreken door den Geest in de samenkomsten der gemeente vei'boden werd of wanneer het op de eene of andere manier werd tegengewerkt of wanneer het geen aandacht en ontvankelijkheid bij de hoorders vond, maar op onverschilligheid en geringschatting stuitte. •

Als Paulus hier' nu op laat volgen: Veracht de profetieën niet", noemt hij een bepaald geval van het uitblusschen van den Geest. Een der vormen toch van het spreken door een bizondere werking van den Heiligen Geest was het prof e fee ren en wie de profetieën verachtte, maakte zich a, an het uitblusschen. van het vuur des Geestes schuldig. Paulus 'doelt hier alzoo niet op de profetieën van het Oude Testament, maar op die profetieën, die in de vergaderingen der gemeente werden, uitgesproken. Er traden immers in de jonge kerk van Christus profeten op; menschen, die door den Heihgen Geest werden verlicht, bezield. en aangedreven om te spreken, met kracht en geestdrift te spreken, over de dingen Gods. Die door openbaring des Geestes (1 Ccr. 14:30) den wil van God verstonden en konden bekendmaken en de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen konden onthullen. Wier spreken tot opbouwing, tot vermaning en tot vertroosting der gemeente strekte (1 Cor.. 14:3).

Nu zegt 'de apostel: „Veracht de profetieën niet". Er zullen er dus waarschijnlijk in de gemeente van Thessalonica geweest zijn, die dat deden. Die de profetieën weinig in de rekening hadden. Die er met verachting op neerzagen en er een zekere antipathie tegen gevoelden. En die dat ook, 't zij in de samenkomst der gemeente, 't zij daarna, openlijk toonden. Zij wilden er niet naar luistererL Of zij hoorden ze aan met laatdunkendheid of spot. Alisschien trachtten zij ze wel tegen te spreken en als uitingen van een overspannen geest voor te stellen. Of zij spraken het na de vergadering der gemeente uit, dat zij om die profetieën niels gaven. En vooral zullen zij zoo gedaan hebben, als de inhoud der profetieën hun niet naar den zin was.

Maar Paulus wil niet, da, t zij de profetieën verachten zullen. v.]

Zij moeten bedenken, 'dSt in de profetieën het vuur des Geestes zijn vonken uitspat. En wanneer zij de profetieën met minaciiting bejegenen, dan wordt dat vuur gedempt. Dan wordt de Geestesweiking tegengestaan, belemmerd en onderdrukt. Dan wordt een domper gezet op het vuur des Cïeestes. Dan wordt dat vtiur gedoofd en uitgebluscht. En daarom: „Veracht de profetieën niet".

En op dat „veracht de profetieën niet" volgt dan: „beproeft alle dingen". Dat beteekent alzoo: beproeft alles wat de profeten zeggen.

Niet verachten, maar wel beproeven.

Wie de profetieën veracht laat ze liggen, vindt het niet de moeite waard ze in zich op te nemen en er over na te 'denken, hij . bekommert er zich niet om. Maar Paulus eischt: veracht' de profetieën niet, . bef)roeft ze veeleer. Luistert er naar en als ge ze gehoord en in u opgenomen hebt, onderwerpt ze dan aan een toetsing.

Terwijl de apostel'niet wil, dat de Thessalonicenzen de profetieën zullen verachten, wil hij dus evenmin, dat .ze' die maar voetstoots aannemen, als waarheid erkennen en er in de praktijk naar handelen zullen.

't Kon toch gebeuren, dat iemand voor een openbaring des Geestes uitgaf wat uit zijn eigen hart was opgekomen, 't Kon zelfs gebeuren, dat een profeet hetgeen hij sprak in gempede voor een woord des Geestes aanzag en dat het toch niet in de werking des Geestes zijn oorsprong had. 't Kon ook gebeuren, dat iemand wel sprak door de werking van den Heiligen Geest, maar da, t hij de openbaring des Geestes onzuiver weergaf en met gedachten van zichzelf vermengde.

Zooiets is ook in Thessalonica wel voorgekomen. In zijn Tweeden brief aan de Thessalonicenzen, niet lang na den eersten geschreven, lezen we: En wij bidden u, broeders, door (d.w.z. in betrekking tot) de toekomst van onzen Heere Jezus Christus en onze toevergadering tot Hem, dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief als' van • ons, alsof de dag van Christus aanstaande (eigenlijk: ^aangebroken) ware" (2 Thess. 2:1, 2). Hieruit blijkt, dat in Thessalonica de meening verkondigd werd, diat de dag van Christus er eigenlijk reeds was. Een prediking, waardoor de menschen in een toestand van opgewondenheid kwameii en hun nuchterheid verloren. Daarom schreef Paulus, dat zi.j zich niet moesten laten opwinden „noch door geest, noch door woord noch door zendbrief als van ons". Op dat laatste: „noch door woord noch door zendbrief als van ons" behoeft hier niet te worden ingegaan, maar wel wil ik wijzen op de uitdrukking „noch door geest". Wij hebben hierbij te deuken aan. profetie. Een of meer profeteji hadden bev> 'eerd, dat de dag van Christus reeds aangebroken, was, een bewering, die door Paulus inet kracht bestreden en oen misleiding genoemd wordt: , dat ii niemand verleide op eenigerlei wijze" (vs. 3). Hiermede wil Pauhis niet zeggen, dat deze profeten bewust en opzettelijk de menschen misleidden; maar hetgeen zij omtrent de toekomst van Christus gezegd hebben, was in strijd met de waarheid en dus bedrog en verleiding.

Dat ik hierop wijs, is niet omdat die profetenwoorden omtrent den dag' van Christus voor Paulus de aanleiding zouden, geweest zijn om te schrijven, dat men de profetieën beproeven moest. Deze profetenwoorden waren toen nog niet gesproken; we lezen er pas van in den tweeden brief. Maar wel wijs ik er op om te laten zien, dat de profetieën onwaarheid .konden bevatten. 'En dan behoefden het nog geen woorden van valsche profeten te zijn. Neen, ook menschen, die' inderdaad de geestelijke gave dor profetie bezaten, in wie het vuur des Heiligen Cieestes brandde, konden profetieën geven, waarin uitspraken werden-gedaan, die niet aan. openbaring des Geestes ^xm-iKi te danken en dus geen echte profetie waren. En daarom wil Paulus, dat de Thessalonicenzen alle dingen, die zij de profeten hooren verkondigen, zullen toetsen.

Waaraan moeten zij dan de profetieën toetsen'.'

Dat staat er niet uitdrukkelijk bij, maar het spreekt vanzelf, dat zij ze toetsen moesten aan de waarheid, die zij kenden. Aan het Evangelie, hun door Paulus en. Silas gepredikt. En aan het Oude Testament, dat zij, ook voorzoover zij uit het heidendom waren toegebracht, erkenden als Gods Woord. Er waren er in Thessalonica, die zich lutshntend aan het Oude Testament en aan de apostolische prediking wilden houden en van de nieuwe openbaringen, die de Heilige Geest door middel van de profeten schonk, niets wilden weten. i\Iaar op dat standpunt staat Paulus niet. De profetieën mogen niet worden veracht; maar ze moeten worden getoetst, getoetst aan de openbaring, die reeds geschonken is. Daarmede moeten ze in overeenstemming zijn, daarbij moeten ze zich aansluiten, zullen ze als echte openbaringen des Geestes kunnen erkend worden. Wat don toets aan' het Oude Testament en aan het apostolisch Evangelie kan doorstaan, ' dat is goed, dat is schoon, dat is echt. En dat moet dan ook behouden worden.

Van zulk een beproeven van de woorden der profeten spreekt Paulus ook elders.

In 1 Cor. 14:29 zegt hij: en dat twee of drie profeten spreken en dat de anderen oordeelen". Hij schrijft hier alzoo voor, dat in een, samenkomst der gemeente slechts twee of drie profeten het woord mogen voeren, maar ook dat hun profetieën moeten beoordeeld worden. Beoordeeld door „de anderen". Of Paulus hier nu met „de anderen" bedoelt de andere profeten of al de leden der gemeente, kan in het midden gelaten worden. In elk geval is ook hier van een oordeelen over de woorden der profeten sprake.

\-an Andel in zijn verklaring vtm den Eersten Corintherbrief merkt hierover op, dat Paulus „de profetische bezieling niet gelijkstelt met de inspiratie der Schriftuur. .Immers wil hij, dat er zijn zullen, die het door de profeten gesproken woord

? )eoordeelen. Rekent hij hier slechts met de mogelijkheid, dat - er valsche profeten kunnen insluipen, die door de kritiek der gemeente ontmaskerd moeten worden? Er schijnt geen reden te zijn, om de vreeze van den apostel tot de valsche profeten te beperken. Hij rekent ook met de mogelijkheid, dat de profeet onopzettelijk en onbewust het goddelijk licht door eigen inmengselen verontreinigde. De profeet was ongetwijfeld door den Geest Gods bezield, maar di© bezieling sloot juist niet in zich, dat hij tegen alle dwaling bewaard werd, gelijk het geval was bij de profeten, wier woord God voor de Schriftuur bestemd en tot de kerk aller eeuwen gericht had. Men heeft hierbij in het oog te houden, dat de profeet destijds nog den ruggesteun niet had van een geformuleerde belijdenis, gelijk wij; alles was nog in wording • en gisting; de dogmatiek moest nog gevormd worden".

De bedoeling van den apostel met zijn „beproeft alle dingen" is derhalve niet onduidelijk.

Hij wil, dat de christenen van Thessalonica alle profetenwoorden zullen toetsen.

In den apostolischen tijd behoorde tot de bizondere gaven, die de Heilige Geest uitdeelde, ook „de onderscheiding der geesten" (1 Cor. 12:10). Maar ook zij, die deze bizondere gave des Geestes niet bezaten, hadden toch tot roeping, de woorden der profeten te toetsen en te keuren. Zij kenden immers de waarheid en zij hadden „de zalving van den Heilige".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1928

De Reformatie | 8 Pagina's

ALLE DINGEN BEPROEVEN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1928

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken