Marcel Dupré en de C.O.V. te Haarlem.
In deze volgorde mag ik de medewerkers aan dit schoon© concert noemen. Alle ©©r aan den beroemden gast Marcel Dupré, organist van de Nótre-Dame, die bovendien het grootste deel van de avond „aan bet woord" was.
D© dagbladen hebben reeds zooveel bijzonderheden gepubliceerd van de schitterende loopbaan^ di© deze Europeesche vermaardheid achter zich beeft, dat we ons bier van ©en beschrijving zijner prestaties in de historie maar zullen onthouden-
Zeker is met spanning zijn spel op bet magistrale St. Bavo^orgel tegemoet gezien. En de hooggestemde verwachtingen heeft hij niet beschaamd.
Twee hoogtepunten waren ©r die Donderdagavond: d© uitvoering van de motette „Jesu, meine Freude" door bet koor, en d© Bach-v©rtolking door Dupré. In de Fantasie en fuga in g-moU, met jiam© in d© Fantasie heb ik het hoogste meenen t© hooren dat in Bacb-spel t© b©reik©n valt voor ©en organist. Ingeboudenheid van tempo, eenvoudige, klare registratie, en vooimame, uiterst doorzichtige voordracht waren de middelen waarmee bet majestu©use resultaat verkregen werd.
„Wachet auf! Ruft uns die Stimme" was al een pracbtinleiding op hetgeen we verder mochten verwachten. De drie koraalvo orspelen: „In dir ist Freude", „Christ lag in Totesbanden" en „Nun freut eixch lieben Christen g'mein" stonden op hetzelfde hooge peil.
Na de Motette door het koor was de overgang naar César Franck nogal robust. Ik voor mij was na het slotkoraal , , Jesu, meine Freud©!" liever naar huis gegaan.
Na Bach kon de rest me eigenlijk niet voldoende meer boeien.
Dupré speelde van César Franck het bekende „Piece Héroïque", en daarna van Schumann d© grillige, parelende Canon in b-moll. Frisch, maar totaal andersoortige muziek.
Van zichzelf liet Marcel Dupré toen hooran: „Variations sur im vieux Noël". Wat zullen we daarvan zeggen? Buitengeivone virtuositeit bleek eruit, dat is zeker! Maar ik vond er toch iets onbevredigends in. Het prachtige Dorische oude Kerst-motief wekt een bepaalde stemming. Zoo'n oude wlJB legt, naar mijn opvatting, aan de variaties, , die men er op maakt, zekere beperking op. Er zit iets naiefs in de meMie, dat in de bewerking behouden dient te bhjven. Bij Dupré ging dat juist teloor. Een moderne doorwerking be^ hoeft geen bezwaar te wezen, en kan in rustige, ragfijne registratie best de sfeer van het gegevene bewaren. Ik kreeg echter de indruk, dat Dfupré's variatie alleen uiterlijk verband hield met „un vieux Noël" en dat hij op precies dezelfde manier ieder willekeurig thema zoo had kunnen be-varieeren. De puur moderne, als een waterval klaterende klankenreeksen waren interessant; ze werden met virtuositeit voorgedragen; maar er zat iets geraffineerds in, dat met het opvoeren tot het volle werk de gedachte aan het oude hed ail te ver op de achtergrond drong.
Hetzelfde bezwaar drukte de improvisatie op een thema van Hendrik Andriessen. Heel knap! Ttechnisch een buitengewone prestatie, maar als muziek ontroerde het me geen oogenblik. Was bet te veel hersenwerk en routine, te weinig innerhjke muziek? Na het volmaakte Bach-spel heb ik me verwonderd over dit soort improviseeren. Toch... al was het dan wat cerebraal, ook hierin toonde de organist van de Nótre-Dame zich een meester 1
Zooals ik schreef, was de Motette „Jesu, meine Freude" het tweede hoogtepunt van de avond.
Het is een dwaling, als men Bach buiten zijn orgelwerk alleen ia de Bassionen op zijn best meent te kunnen hooren. In de kleinere werken, in zijn motetten vooral, valt er van zijn superioriteit niet minder te genieten.
Er zijn maar zes motetten bekend, die met zekerheid aan J. S. Bach mogen toegeschreven worden, en daarvan is „Jesu, meine Freude" een van de schoonste. Hoewel in de St. Thomaskerk elke Zondag twee motetten werden uitgevoerd, schijnt Bach zijn eigen composities gereserveerd te hebben voor bij'zondere gelegenheden, en zoo werd „Jesu, meine Freude" gezongen in een begrafenisdienst, ter nagedachtenis van zekere „Frau Reese".
Een motette is een meerstemmige bewerking in z.g. imiteerende stijl gewoonlijk van een Bdjbelsche tekst. Verder wordt in de vorm eener motette veel vrijheid toegelaten.
Een a-capella-uitvoering van „Jesu, meine Freude" kan slechts een goed geschoold koor met behoorlijk resultaat geven. De Haarlemsche C.O.V. heeft een uitstekende toepassing gegeven van „non multa sed multum" want in de kwaliteit van. haar zang blonk zij uit.
Reeds het eerste koraal drukte een waardig stempel op de vertolking. , „Aus einem Gusz" kwam het eruit; het werd niet versentimenteeld door al te sterke dynamische schakeeringen.
Daarna volgde: „Es ist nun nidit Verdammliches an denen, die in Christo Jesu sind; die nicht nach dem Fleische wandein, sonder nach dem Greist". Hier moesten de zangers zich blijkbaar even inwerken, want in het begin liet de sniiverheid te wenschen; sondern nach dem Greist werd niet goed getroffen. Toch werd het slot van dit gedeelte heel mooi. Zwakke momenten merkten we vooral bij de sopranen: een enktel© onzuivere hooge inzet, soms even te schril. Toch waren het geen deraillementen die de indruk van het geheel schaadden.
Prachtig was het gedeelte van het fugatisch koor „Gottes Macht halt mich in acht". Heel mooi kwam ook tot zijn recht het eigenaardige, afkapte, markante tegenrhythme in zijn contrasteerende bewogenheid, in het koraal: „Weg mit allen Schatzen"; treffend volgde daarop het terzet: „So aber Christus in ©uch ist, so ist der Leib zwar tot um der Sünde wiUen; der Geist aber ist das Leben um der Gerechtigfceit willen!"
Het kwartet, met de koraahnelodie in de aJt: „Gute Nacht, o Wesen, Das die We.lt ©rlesen" liet in de teere omhj'ning de strak gehouden melodie in volle schoonheid uitkomen.
Zoo zouden we kunnen doorgaan. Maar hierbij laten we het.
De Haarlemsche C.O.V. heeft recht op aller dank voor de organisatie van dit concert, en voor d© uitstekende wij'ze van uitvoering.
Ook door de radio hebben velen bij benadering ©en indruk gekregen van het muziekgebeuren in de St. Bavo; daarom hebben we meer dan amders aandacht geschonken aan de kwaliteit vaa d© uitvoering zelf, terwijl we als regel meer de aard van het uitgevoerde werk bespreken, afgezien van het resultaat.
We hopen in dit blad meer van dergelijke prestaties van het Haarlemsche koor en zijn gasten te mogen gewagen!
JOH. LUIJKENAAR FRANOKEN.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1932
De Reformatie | 8 Pagina's