GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

POPULAIR-WETENSCHAPPELIJK SCHETSEN

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

POPULAIR-WETENSCHAPPELIJK SCHETSEN

8 minuten leestijd

In Kuyper's Ijjn.

VI.

Het hart, sentrum van het menschenleven.

Een van de grondovertuigingen in de wijsbegeerte der wetsidee is de opvatting, dat het hart is de wortel, het centrum van het menschelijk bestaan. In het hart des menschen vindt zijn wijdvertakt en veelkleurig leven zijn kern en uitgangspunt.

Het hart, de volheid onzer zelfheid, is werkzaam in al ons voelen, denken, spreken, zedelijke handelingen, gelooven, kortom in alles wat we doen. Al ons doen is hartewerk. Ons leven is het zich uitende hart. Uit het hart immers zijn, naar het woord der Schrift, de uitgangen des levens.

Om het woord „hart" gaat het hierbij niet. De Schrift spreekt ook van „inwendige mensch" en van „ziel". Geleid door deze visie op het „hart" des menschen, dat zich „uit"; de „ziel", die in en door en met het „lichaam" leeft, aanvaardt de wijsbegeerte der wetsidee van ganscher harte de scJirifluurlijke dichotomie van hart en leven; inwendige en uitwendige mensch; ziel en lichaam in het ééne, ongedeelde bestaan van den éénen, geheelen mensch.

Dit hart des menschen is het religieuze centrum van gansch zijn creatuurlijk bestaan. In het hart en door het hart wordt n.l. de richting van het leven bepaald: van God af (van nature) of naar God toe (door den Heiligen Geest). Met--het hart wordt dus positie gekozen vóór of tegen God. Het hart is verbonden aan of lós van den Christus. Het wordt beheerscht door den Geest van God of den geest uit den afgrond. Die stellingkeuze des harten ligt ten grondslag aan gansch de levensopenbaring des menschen; ze ligt dus ook achter en beslist eveneens óver alle denken, het w ijs gé e- rige denken natuurlijk inbegrepen. Alle wijsgeerig denken is dus, omdat het door het hart wordt beheerscht, religieus bepaald Het is dienst van God of opstand tegen Hem. ^^)

Ook dezen kijk op het menschelijk bestaan heeft de wijsbegeerte der wetsidee in zeer duidelijke en zeer bewuste aansluiting aan Dr Kuyper ontwikkeld.

Immers gedurende heel zijn leven heeft Dr Kuyper nu eens vanuit dezen en dan weer vanuit dien gezichtshoek deze beschouwing verdedigd en gepropageerd.

Juist het feit, dat hij telkens in ander verband d© opvatting van het hart als het centrum van het menschenleven naar voren schuift, geeft haar te meer relief en doet te duidelijker zien, welke centrale plaats zij in Kuyper's bewustzijn innam.

Met enkele voorbeelden worde het bovenstaande geïllustreerd.

Een van de vele karakteristieken, die Kuyper van de wereld buiten God geeft is deze, dat zij een overgroote waarde toekent aan het verstand.

„De waarde-meter van eens menschen persoon is bij ons: de kennis die hem in het hoofd voer... Aan de gezonde' ontwikkeling der hersenen laat men zich alles gelegen liggen... Onze eeuw leeft uit 's menschen hoofd; zoekt haar kracht in 's menschen denken! Zij, de d e n k eeuw, gleed daardoor af naar een denkbeeldige wereld; en wanende naar „werkelijkheid te dorsten" liep zo niets dan de schimmen van haar ged ach tenwereld na."

Tegenover deze dwaasheid der wereld plaatst Kuyper de wijsheid der Schriften aldus:

„Hoe heel anders daarentegen leert God de Heere het ons!

God in zijn Woord zegt: De poorte der kennis ligt niet in uw hoofd, maar in uw hart.

Het is niet zóó, als ware uw hoofd het middel om kennis te verzamelen en als diende het hart slechts om uw gevoel te laten werken!

o. Neen, in het minst niet!

Maar ook om verstandig te worden, ook om kennis Ie vergaderen, ook om wijsheid deelachtig te worden, moet ge de hoofdwerkzaamheid van uw persoon niet in uw hersenen, maar in de kameren van uw hart plaatsen..." En om alle misverstand omtrent de beteekenis van dit woord hart uit te bannen, voegt hij er aan toe: „Het hart wel te verstaan niet als gevoelsorgaan, maar als de plek in u, waar God werkt en van waar ui'; , '^^' werkt op uw hoofd en op uw hersenen ook". *^)

Een anderen keer spreekt Kuyper over de staatkundige vrijheid. Zal die vrijheid meer dan schijn en zal ze daarbij duurzaam zijn, dan moet ze ge-

•worteld zijn in een diepere vrijheid, de vrijheid die de kinderen Gods bezitten door de verlossing in Jezus Christus. „Nooit staatkundige vrijmaking, dan als \Tucht van zedelijke vi-ijmaking. Christus uit dien hoofde de Messias ook «er natiën, omdat Hij alleen de werken des duivels in uw hart verbreekt."

Men ziet het: weer komt Kuyper tot het hart des menschen, welks gesteldheid heel den mensch beheerscht. Ook zijn vrij- of gebonden-zijn. Is dat hart vrij, dan kan er óók in het staatkundige leven vrijheid komen, anders is er alleen openlijke öf vermomde slavernij.

Hoe bewust dit doordacht is blijkt wel uit het volgende. Kuyper betoogt dat het in de politieke worsteling gaat om een strijd om de macht. En juist in den strijd om de macht komt het verschil openbaar tusschen Christen en revolutionair, t-r is n.l. aan den mensch drieërlei macht verleend, «waarvoor ons har t, ons h o o f d en onze hand de organen zijn, en zulks wel in deze volgorde. Uit net hart zijn de uitgangen des levens; door het öoofd moet de opwelling van het hart tot bewusten vorm gebracht; en straks door de hand de aldus opgewekte en met bewustheid geleide kracht tot werking naar buiten geleid." Hiermee in overeenstemming nu zegt een christen, dat de vrijheid in het hart wordt geboren, de in zijn hart vrijgemaakte alleen de vrijheid kan verstaan en straks wettig voor die vrijheid strijden kan met pen en zwaard. De beschaafde revolutionair werpt zich alleen op de macht van het hoofd en de ruwe massa hanteert slechts de macht van de hand.**)

Sprekend over den eisch van volstrekte liefde door God in zijn wet ons gesteld, betoogt Kuyper, dat met die liefde niet wordt bedoeld een zekeren „gemoedstoestand, waarbij ge wel zoo goed en vroom zijt, om veel aan Hem te denken, gevoelens van genegenheid voor uw God te hebben en desnoods eenige offerande te offeren op zijn altaar".

Neen, de wet eischt „een liefde, die d e allesbeheerschende drijfkracht in den wortel zelf van uw leven zal zijn, en dientengevolge leiden zal (men lette op deze wending — C. V.) tot een „liefhebben met uw gansche ziel, met geheel uw verstand, en met geheel uw lo-acht."" *5)

De echte volbrenging der wet „moet bloeien uit den geestelijken wortel van ons innerlijk bestaan". „Als God, de Heere, op zedelijk terrein in zijn Wet eischen komt, blijft die eisch nooit bij het opus operatum (het werktuigelijk werk — A. K.) staan, maar dringt altoos tot in de bronwei van ons hart door. Niet slechts de uitstorting van de wateren onzer ziel in den oceaan van het leven, maar ook de afvloeiing dezer wateren van de bergen van ons hart moet volkomen zuiver, helder en doorzichtig zijn." *s)

Ook het geloof ziet Kuyper in onmiddellijk verband met het hart.

Gelijk bekend is wijst Kuyper er met nadruk op, dat het geloof door God in de menschelijke natuur is ingeschapen». Het is „die werking van ons b e w u s t z ij n", waardoor we God als God erkenden en bij Hem alleen alle goeds zochten. Door de zonde is dit geloof niet verdwenen, neen het is — en dat is veel erger — omgeslagen in zijn tegendeel: het is ongeloof geworden. In zijn groote genade herstelt God dit geloof weer in zijn uitverkorenen.. Na die herstelling is het wel gewijzigd in karakter — het is zondaarsgeloof en richt zich nu niet op God zonder meer, doch op den Heere Jezus Christus — naar ondanks dat is het in wezen gelijk aan het oorspronkelijke geloof. Het is ook hier een rechtbuigen en doortrekken van de lijn, die door de zonde was kromgebogen en afgesneden.

Zoo is dus ook het zondaarsgeloof een „werking van het bewustzijn". Dat bewustzijn, zoo betoogt Dr Kuyper, is heel wat anders dan ons verstand en moet van het verstand zeer scherp onderscheiden worden. „Verstand is bij ons en naar ons spraakgebruik een functie van de hersenen van het hoofd, van ons denken, en dal als zoodanig buiten het hart om en tegen het hart in kan gaan. Maar zoo is ons bewustzijn niet. Ons bewustzijn is het tot helderheid gebrachte besef van ons leven, in verband met wat buiten ons is. Vandaar dat de Heilige Schrift dit bewustzijn meest aanduidt door op het hart te wijzen en van het hoofd bijna altoos zwijgt." *')

Ook hier dus weer als vanzelf het doordringen tot in het hart, tot „in den wortel" van hel menschenleven.


42) Vgl.: Dr H. Dooyeweerd, Wijsbegeerte der Wetsidee, Boek I, p. 30, 484. Dr D. H. Th. Vollenhoven, Het Calvinisme enz., p. 44. Ds J. M. Spier, Inleiding enz., p. 23.

43) • „De Heraut", No. 79, 15 Juni, 1879.

'M) Dr A. Kuyper, Niet de Vrijheidsboom maar het Kruis, Amsterdam, J. A. Wormser, p. 11, " 16, 17.

45) Dr A. Kuyper, E Voto enz., I, p. 27.

46) Idem, p. 30/31.

47) Idem, .11, p, 294 v.v., vooral p. 308.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

POPULAIR-WETENSCHAPPELIJK SCHETSEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren