Vrije Universiteitsblad 1953 - pagina 6
De ¥rije UniverNiteit e n Zuid - Afrika Ere-promoties
op 20 October 1952 Toespraak van Prof. Dr J. Waterink bij de ere-promotie van Prof. J. C. van Rooy
De Senaat der Vrije Universiteit heeft in zijn vergadering van 7 December 1951, op voordracht van de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte, besloten het doctoraat in de Letteren en Wijsbegeerte honoris causa te verlenen aan Johannes Cornells van Rooy. Aan mij werd de eervolle taak opgedragen in deze bijeenkomst de redenen uiteen te zetten, op welke dit Senaatsbesluit gegrond is. Gemakkelijk is de vervulling van deze opdracht zeker niet. O zeker, het is gemakkelijk vele motieven aan te geven, welke de Senaat tot zijn oordeel hebben gebracht, maar uiterst moeilijk is het een tekening te geven van de grote betekenis, welke" Johannes CorneUs van Rooy, in Zuid-Afrika algemeen bekend als Prof. Joon van Rooy, voor zijn volk heeft gehad. Waar de Senaat mede de bedoeling heeft gehad door een tweetal ere-doctoraten in het jaar van de Van Riebeeck-herdenking, het stamverwante volk in ZuidAfrika te ei'cn en waar hij dit heeft willen doen, door aan een tweetal prominente figuren in het nationale leven van Zuid-Afrika, beide met grote verdiensten voor het volksleven, een ere-doctoraat te verlenen, daar zal het voor ieder nationaal voelend mens in Ztiid-Afrika onmiddellijk begrijpelijk zijn, dat Joon van Rooy als een van de meest prominente representanten van het nationale leven in Zuid-Afrika werd aangemerkt. De rechtvaardiging voor het ere-doctoraat van Joon van Rooy ligt niet in de eerste plaats in zijn wetenschappelijke onderzoekingen, ofschoon zijn verkeer in de universitaire kring van ZuidAfrika stellig de diepste eerbied afdwingt; ook Hgt de grond voor het Senaatsbesluit niet in het feit, dat van Rooy op één enkel gebied van het kennen zich een grote naam heeft verworven, ofschoon men in Zuid-Afrika aan alle universiteiten zijn naam kent en met ere noemt; veeleer is het de grote betekenis, die van Rooy gehad heeft voor de volksopvoeding in Zuid-Afrika, die de Senaat bracht tot zijn besluit. Het huidige nationale leven in Zuid-Afrika is zonder de arbeid van van Rooy niet denkbaar. Het zij mij vergund dit nader te omschrijven door een kort overzicht te geven van het leven en de werkzaamheden van van Rooy. Johannes Cornelis van Rooy werd op 9 Juli 1890 in Stijnsburg in de Kaapprovincie geboren. Als hij
2322
in 1913 staat voor de voltooiing van zijn theologische studie aan de theologische school in Potchefstroom, rijpt bij hem de begeerte naar de V.U. te komen om dan af te studeren. Het voornemen is, dat hij zal gaan in 1915. Maar de eerste Wereldoorlog komt en hij slaagt in zijn pogen niet. Na de eerste mislukte pogLug komt hij in 1921 naar Nederland. Maar slechts luttele maanden is hij hier, of moeilijkheden van allerlei aard in Zuid-Afrika zijn oorzaak, dat men hem op de meest dringende wijze terugroept. In 1925 ziet hij, tijdens zijn zomervacantie, kans om naar Nederland te komen en doctoraal examen af te leggen. Zijn voornemen is om zo spoedig mogelijk te gaan promoveren, maar het leven van Zuid-Afrika neemt hem in beslag. Hij is hoogleraar aan het Universiteitscollege in Potchefstroom. Hij doceert daar in verschillende faculteiten: wijsbegeerte, ethiek, godsdienstphilosophie. Straks, als de faculteit voor sociologie en maatschappelijk werk ontstaat, wordt hem het hoofdvak sociologie opgedragen. In de Universiteit van Zuid-Afrika, waartoe het Universiteitscollege van Potchefstroom behoort, neemt hij een leidende positie in. Hij is in dit grote üchaam achtereenvolgens decaan van de faculteit van letteren en wijsbegeerte, van de theologische faculteit en van de faculteit voor sociologie en maatschappelijk werk; wordt daarna voorzitter van de Senaat van die universiteit en komt uiteindelijk blijvend in het hoofdbestuur Op zichzelf reeds een eervolle loopbaan. Maar het zwaartepunt van het leven van Van Rooy ligt toch elders. Na de boerenoorlog is het nationale leven van de mensen van Nederlandse stam terneergeslagen. Bij het onderwijs mag het Nederlands, of beter mag het Afrikaans, de taal van de boeren, geen voertaal zijn. Op allerlei wijzen wordt het opleven der nationale cultuur van de boeren onmogelijk gemaakt. Indien ooit, dan is toen en indien door iemand, dan is door Joon van Rooy beleefd: 'Daar is 'n strijd te strij, daar is 'n nasie te lij, daar 's werk'. Als de Broederbond van Afrikaners wordt opgericht, de organisatie, die bedoelt een beroep te 4oen op het geweten en op het nationaal gevoel van de Afrikaners, is van Rooy de eerste grote leider van deze beweging in de jaren 1919 en 1920. Uit deze Broederbond ontstaat in 1921,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
VU-Blad | 104 Pagina's