Vrije Universiteitsblad 1953 - pagina 102
zeggend woord van Chesterton. Ons gebrek aan interesse voor het verleden is vaak ten diepste een zekere vrees voor het verleden. Chesterton heeft scherp de oorzaak van deze vrees gezien; er is in het verleden zoveel brandend geloof geweest, dat wij niet kunnen bevatten, en zoveel heldenmoed, die wij niet kunnen navolgen. Zo kon hij de toekomst noemen: 'een toevluchtsoord voor de scherpe concurrentie van onze vaderen'. Het wordt tijd, dat wij onze toekomende-tijdenmanie ontmaskeren. Onze critiek op de vorige generaties en ons enthousiasme voor wat W I J als jongeren nu zullen gaan presteren, is vaak alleen maar camouflage van onze al of niet bewuste angst, dat wij nooit zoveel zullen kuimen bereiken als onze vaderen, dat wij steeds onder de maat zullen blijven. Wij mogen niet gaan meezingen in het veelstemmig koor, dat op de wijs van 'zo zijn onze manieren' allerlei verschijnselen van deze tijd (zoals b.v. de Oecumenische Beweging) bestrijdt met niets meer dan een beroep op 'historische lijn' en 'gereformeerd karakter'; wij mogen als jongeren gerust blijven volhouden, dat deze verschijnselen nieuw zijn en dat wij de vaderen niet een oordeel in de mond mogen leggen over wat nog nooit in hun hart was opgeklommen. Maar — wij schieten er niets mee op, als wij de historische lijn ons uit de handen laten schieten en midden in het Heden gaan staan, alsof de Kerkgeschiedenis begint op de dag, waarop wij belijdenis deden. Wij moeten gedenken hoe voor dezen (historie) ons (actueel) de Heer heeft gunst bewezen. Dan gaan ook wij ons hart verlichten door onze spaarpot te verlichten. Ergens in een heidens land werden eens verschillende bekeerlingen gedoopt. Toen één van hen juist het doopvont genaderd was om neer te knielen, rende hij plotseling de kerk uit tot verbazing van de zendeling en ontsteltenis van de gemeente. Even later kwam hij terug, met zijn portemonnaie. Hij maakte zijn verontschuldiging tegenover de verbouwereerde zendeling en bracht er hijgend en blazend uit: 'Ik dacht ineens: mijn portemonnaie moet ook gedoopt worden!' Tot dat inzicht zijn nog niet alle Christenen gekomen. Maar het millioenplan voor de V.U. geeft ons de gelegenheid om alsnog deze fout te herstellen. O.J.
Kort verslag van de buitengewone Ledenvergadering van 21 November 1953 Zaterdag, 21 November 1953, is overeenkomstig het besluit van de Jaarvergadering van 9 Juli 1953, in het Kuyperhuis te 's-Gravenhage een buitengewone ledenvergadering gehouden. Onmiddellijk na de opening door den Voorzitter, Mr G. H. A. Grosheide, k%vam de voorgestelde wijziging van het huishoudelijk reglement voor de algemene vergaderingen aan de orde.
2402
Besloten werd artikel 14, lid 2 en 3, van het reglement als volgt te doen luiden: 'Deze commissie bestaat uit tenminste drie leden; het aantal leden der commissie wordt door de ledenvergadering bepaald. Hun benoeming geschiedt door de algemeene vergadering, van welke ieder lid hét recht heeft vooraf één of meer namen op te geven van personen, op welke hij de aandacht wenscht te vestigen.Om de twee jaar treedt een lid van de commissie af, op den dag van de dan plaats hebbende jaarvergadering der Vereeniging; het aftredende lid is niet terstond herkiesbaar. Zij die lid zijn van de commissie moeten, zoolang zij dit zijn, tevens behooren tot de leden der Vereeniging. Indien na afloop van de desbetrefi'ende jaarvergadering meer dan ééne vacature in deze commisBie ontstaat of blijft voortduren, moet binnen drie maanden een algemeene ledenvergadering worden gehouden om in die vacature te voorzien.' Vervolgens werd besloten het aantal leden van de commissie van toezicht op het geldelijk beheer te bepalen op vier en in de vacature, welke daardoor ontstond, te benoemen den heer J. D. J. Roos te Bloemendaal. Nadat de Voorzitter de rondvraag aan de orde had gesteld, werd de vergadering gesloten.
EXAMENS Theologische faculteit Candidaatsexamen: D. Pasman Han Bing Kong G. RikkerB J. C. Schouten W. Horlinga Doctoraal exament W. D. Jonker Ds B. Rietveld
Juridische faculteit Doctoraat examen: J. H. Bolt H. C. van der Mye D, de Groot H. Heins Mej. R. E. Herrmann G. H. Roosjen
Litterarische faculteit Propaedeutisch examen theologie: M. Kievit J. Blok P. Wamelink W. H. Gispen W. E. M. Honig W. F . H. Smeenk G. Brouwer
Candidaatsexamen: Candidaatsexamen: H. van 't Hui (Gesch.) J . H. Bieriing (Gesch.) Mr C, A. van Swiohgem (Gesch.) Mej, J. Vreugdenhjl (Ned.) Doctoraal examen: P . den Ottolander (Ned.) Mej. J . G. Portielje (Psyoh-^)
Wis- en Natuurkundige faculteit Candidaatsexamen i A..N. Habermaim (A) J , D. A. Bareman (A) P . H. Everhardus (E) P . H. Bikker (E) J. P. Okkea (A) G. Torenbeek (F) Doctoraal examen: H. Alosery (Scheik.) C. de Vroedt CWisk.) Tj. van der Hauw (gcheik.)
Economische faculteit Candidaatsexam<en: A. Kolthof J, van Briemen A. WyemuUer
Medische faculteit Candidaatsexamen (Ie gedeelte) i G. J. Brouwer Candidaatsexamen: F . Haasbeek J, C. Molepaar
Verenigde faculteiten van Wis- en Natuurkunde en Letteren en Wijsbegeerte (Psychologie) Candidaatsexamen: Mej- C. A. van der Gang Mej. E. van der Aarssen Doctoraal examen: R. W. van der Giessen, cum laude.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
VU-Blad | 104 Pagina's