Vrije Universiteitsblad 1953 - pagina 86
Gebouwen Met dankbaarheid mogen wij vermelden, dat de besprekingen van Directeuren met het Gemeentebestuur van Amsterdam betreffende het terrein voor het nieuwe gebouwencomplex in het eindstadium zijn gekomen. In zijn vergadering van 22 en 23 JuU 1953 besloot de Gemeenteraad zelfs reeds een crediet ter beschikking te stellen om het eerste gedeelte van het aangeboden terrein, dat zal worden bestemd voor het eigen academisch ziekenhuis, te kunnen ophogen. Misschien kunnen wij een volgende maal berichten, dat de overeenkomst definitief tot afsluiting is gekomen. Zolang echter het nieuwe gebouw er nog niet is, zullen telkens nog weer tijdelijke oplossingen moeten worden gevonden, in het bijzonder met het oog op de nog in opbouw zijnde medische faculteit. In ^^rband
hiermede hebben Directeuren een nieuw perceel aangekocht, gelegen aan de Prins Hendriklaan, nrs 29 en 31, onmiddellijk naast de reeds in gebruik zijnde laboratoria voor anatomie en voor microscopische anatomie en histologie. Het laatstgenpemde laboratorium zal daarin nu voor het grootste gedeelte worden ondergebracht (wegens de te beperkte ruimte in het bestaande gebouw), terwijl voorts in een meer of minder nabije toekomst ook verschillende andere laboratoria der medische faculteit in het nieuw aangekochte perceel een onderdak zullen vinden. Een andere belangrijke gebeurtenis is dat in begin September het nieuwe biologische laboratorium aan de Rapenburgerstraat 128 La gebruik kon worden genomen. Wij hopen hierop nog wel eens terug te komen. J.D.D.
V.U.enVolk Stille Getuigen J e ziet ze haast niet meer, die driedelige boekenrekjes aan een koord opgehangen in de huiskamer. Mahoniehouten plankjes passend bij het kabinet en de tabakspot. Geheel in stijl waren de leren banden: deftige gewaden voor Calvijns Institutie, de preken van Smytegeld en Floor, de Redelijke Godsdienst van Vader Brakel en andere brede en diepe geestesproducten der oude schrijvers. Ze zijn verdrongen door langwerpige muurkastjes op manshoogte aangebracht, met of zonder gordijntjes. Kastjes te klein voor de hoge Institutie, maar net passend voor het handboek van Groen, 'Ons Program' van Kuyper, dat echter al spoedig minder gezien werd dan Colijns 'Saevis' en waarnaast veel lichter kost van Koks V.C.L. serie vertoond werd. De mode wijzigde zich opnieuw en staande kastjes met boekenruimte naast borrelglaasjes verklappen nu de interesse van de bewoner die in deze eeuw zelfs zijn geest niet alleen met 'geestrijke' dranken schijnt te kunnen voeden. Een enkele fijnproever geniet de weelde een echte boekenkast te bezitten en demonstreert er elke bezoeker mee dat de mens bij krant en radio alleen niet (profetisch) leven kan. Wie de kamer van zo'n stille geestelijke kapitalist binnenkomt, kan niet nalaten even de titels langs te gaan en zelfs onder het gesprek door verkeerd gezette rugtitels te ontcijferen. Boeken zijn immers stille getuigen van de bezitter, de schrijver, de uitgever, ja van heel het publiek en de geesteswereld van den tijd door het jaar van u'.tgave aangeduid. 2386
Stille getuigen óók van de Vrije Universiteit! Hoe heeft niet Kuyper jarenlang zulke rekjes, kastjes en kasten versierd, telkens weer met andere banden. Gelukkig geprezen werd een veertig jaar geleden de man die de 'prachteditie' van 'Om de oude wereldzee' bezat, en ras zat men verwikkeld in de vele erin besproken problemen, dat van het 'gele gevaar' niet het minst. Bescheiden maar vierdelig stond ' E voto' ernaast; echt Kuyper, een vreemde titel, 'Latijns' nota bene! Maar door het gewone volk als koek opgegeten, zodat het dominees avondpreek al kende vóór hij hem hield. E n de Herautlezers spaarden net zo lang tot zij 'Van 's Heeren ordinantiën' er naast hadden staan. Die Geesink, eerst nogal gewantrouwd om zijn nieuwlichterij bij zijn boekbespreking, had met zijn hoofdartikelen het hart van Jeruzalem gewonnen en hij werd hun gids in de praktijk des leyens. Maar de ouden grepen toch maar liever naar Oude Brams 'Honig uit de Rotssteen' en andere zoet klinkende en diep gravende bundels 'Uit het Woord'. Maar dan kon het gebeuren dat boekenrekje en boekenkastje in feilen oorlog kwamen. Vader Brakel en Dr Kuyper over de doop en het duizendjarige rijk; of de Gebroeders Erskine en Abraham de Geweldige over het verbond! Er kwamen er. die hen allen lieten staan en Bavinck gingen lezen: Magnalia Dei, alweer een zware titel, maar een 'hoofd en hart' verkwikkend boek; 'Het Christelijk Huisgezin', waar ook 'Moeder de vrouw' naar greep, lang vóór zij inleidingen voor een vrouwenvereniging maken moest. Later waagde men zich ook aan het werk van jon-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
VU-Blad | 104 Pagina's