GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

,,Zij gorde hare lenden met kracht.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

,,Zij gorde hare lenden met kracht."

9 minuten leestijd

Zij gordt hare lenden met kracht, en zij versterkt hare armen. Spreuk. 31 : 17.

Neen, er is niet maar ziekte of gezondheid. Er is ook nog een derde iets. Iets, dattusschen jgezondheid" en jziekte" in ligt, en dat ons, soms reeds op jeugdigen leeftijd, achtervolgt als inzinking van kracht en zwakheid.

ïZenuwen" heet het dan bij den één, sbloedarmoê" bij een tweede, of ook bij een derde suitputting". Maar, waardoor ook ^veroorzaakt, of waaraan ook toegeschreven, de uitkomst blijft één. Er ontbreekt kracht waar kracht zijn moest, en het bang gevoel van niet te kunnen waar men willen zou, keert eiken morgen terug, om tot den avond toe de ingezonken vrouw of den ingezonken man tot een plage te zijn.

Vooral de vrouw, en niet het minst de gehuwde vrouw, lijdt onder deze plage.

Ze werd moeder. Wat God in Gen. 3 aan Eva oplegde, werd ook aan haar vervuld, dat ze met smarte baren zou. Daardoor leed liaar toch reeds niet sterk gestel nog te meer. En nu werd de drukte des levens l'^ar teveel. Het ging al meer boven haar kracht. En onderwijl ze toch nog tegen den stroom poogde op te roeien, raakte ze van lieverlee uitgeput, tot ten leste het moede hoofd, o, zoo mat werd, en de arm dien ze uit wilde strekken, schier machteloos op haar schoot terugviel.

En al is dit in die mate, Gode zij dank, slechts bij enkelen het geval, een bijna algeineen verschijnsel is het, dat onze huisvrouwen en huismoeders, die aan het hoofd van een wat druk gezin staan, vaak geen kracht van hoofd en lenden meer bezitten voor heur moeilijke levenstaak, en dat zij zelven allereerst, maar ook het gezin, en vooral de kinderen, hieronder lijden. Een verdrietelijkheid, die dan nog verergerd wordt doordat ook in haar dochteren zoo vaak de frissche kracht ontbreekt, zoodat deze, in in stee van heur zwakke moeder te steunen, liefst nog zelven op moeder leunen zouden.

En als dan de zonen des huizes er almede flets uitzien, en versterkende middelen noodig hebben, en in plaats van een indruk van gezonde manlijke kracht te geven, reeds zoo vroeg schaduwen naast de oneffenheden van het gelaat vertoonen; en ook de man des huizes klaagt; en er komen tot overmaat van ramp nog dienstboden bij, die ge haast zeggen zoudt dat, op het punt van zwakte, van de familie 'waren, dan wordt het voor »moeder", die ten 'slotte voor alles zorgen moet, in het eind te veel, dan-^Ö? » ze er bij haar eigen zwakheid niet meer doorheen worstelen, en zoo menige vrouw des huizes is ten leste naar het graf uitgedragen, omdat haar druk gezin., gevoegd bij haar zwakgestel.^ neen het is niet te hard gezegd, haar letterlijk had vermoord.

Ook de Spreukendichter had voor het gevaar dat van dien kant de moeder des huizes bedreigt, een open oog, en daarom staat het van »de deugdzame huisvrouw" opgeteekend: »Zy gordt haar lenden met kracht, en zij versterkt hare armen"

Juist dus hetzelfde wat de Psalmist van Jehova zong; zong van den Heere der heirscharen, toen hij jubelde, dat onze God zich bekleedt met hoogheid en sterkte, en dit straks saamvatte in dien e'énen juichtoon: Hij heeft zich otngord.

En omdat de Heere zich »de lenden gordt", daarom is Hij het ook, die zijn gunstgenooten in zwakheid kan bijstaan, gelijk het, als met het eigen woord van Salomo, in Ps. 89, aan David wordt toegezegd: sMet welke mijn hand vast blijven zaï; ook zal hem mijn arm versterkend De lenden gorden^ dat is het besef, het gevoel, de gewaarwording van kracht verhoogen, tot ge ontwaart: nii kan ik weer. En de armen sterken is die herwonnen kracht in de armen overleiden, om nu dan ook niet stil te zitten, maar die herwonnen kracht naar 's Heeren ordinantie aan te wenden.

Deze deugdzame huisvrouw nu gordt zichzelve de lenden., niet pas, als ze zich op den ouden dag de kracht ontzinken voelt, maar onderwijl ze nog als toonbeeld van kracht heel haar huis regeert. Nu is dit natuurlijk beeldspraak, en met het aanrijgen van een keurslijf om een vaster gevoel te hebben, heeft dit gorden van de lenden niets te maken.

_Dat_ gorden heeft niet plaats met een gordel die uitwendig om het lijf wordt gegespt, maar met een gordel van wilskracht en zelfbeheersching en wijze inspanning., die in de binnenkameren van het hart en op de knieën voor God in het gebed wordt geweven.

Een beeldspraak, die u zegt, dat deze vrouw zich niet willoos drijven liet op den stroom, zich niet gaan liet en niet onder haar taak kwam, maar met bewustheid die taak beheerschte, zich aangreep, zich inspande, en het verbruik van haar kracht regelde. Ook dat ze tijdig zorgde, dat als de lamp lange uren gebrand had, versche olie de vlam brandende hield, eer ze zou gaan zieltogen.

Niet klagen en zuchten., maar bidden en danken., en met moed in het oog het leven van eiken nieuwen dag tegengaan, is de kostelijke uitwerking van het stil geloof op de bezige huismoeder.

Want geloof is, leven niet uit wat voor oogen is, maar uit hetgeen ge niet ziet. Naar den regel alzoo, dat niet het lichaam de ziel, maar de ziel het lichaam moet beheerschen, en dat in de voorzichtige wijsheid des verstands en in de stalen kracht van den wil door God ook aan de zwakke vrouw twee machtige wapenen in de hand zijn gegeven, om tegen haar zwakheid te strijden.

Van genezingen door gebed, gaat ook nu weer, vooral in Amerika, de sprake, en het feit valt niet te loochenen, dat er door geestelijke geloofswerkingen metterdaac!, zoowel onder Protestanten als Roomschen, denk slechts aan Lourdes, genezingen plaats grepen, die u aan wonderen doen denken.

En toch zijn deze genezingen niets dan de vrucht van de op één punt saamgetrokkene, door geloof bezielde wilskracht, die tegeh den schijn, alsof de ziel tegenover het lichaam machteloos stond, in hooger kracht reageert.

Bij zwakte ontbiedt men gemeenlijk den arts, en wie zou den zegen van het medicijn willen verachten, maar toch is het een omkeeriiig van de door God gestelde orde, als de ziel in u zich inbeeldt machteloos tegenover het lichaam te staan.

Ge kunt door allerlei zonde, ook door ongeloof, uw lichaam en vooral uw zenuwen zoo ontzettend verzwakken; maar ook kunt ge door geloof en heiliger zin datzelfde lichaam en diezelfde zenuwen zoo ongemeen versterken.

Dit .nu is hst gorden van - uw lenden met kracht.

En de jonggehuwde vrouw, die dit vroeg begint; die, met het" wassen van haar gezin, daarin onverpoosd voortgaat, en nooit een oogenblik haar gezin met zich laat wegloopen, maar kalm en »sterk in het gebed" zich op haar taak voorbereidt, zal de heerlijke ervaring opdoen, dat de godzaligheid een vrucht heeft ook voor haar lichaamskracht te midden van de drukte des huislijken levens.

Wie dit nu verzuimd heeft, en jarenlang haar wil onder haar zenuwen bracht, en dus op ouder dag hiervan de wrange vruchten plukt, kan natuurlijk niet met één ruk in hiar wil die verspilde kracht terug tooveren.

Maar toch, ook dan nog blijft het waar, dat het zich gorden van de lenden met kracht, door ernstige, biddende geloofsinspanning, het eenig middel blijft, om er weer onderuit en er weer bovenop te komsn, en, zelfs in zoo schier hopelooze toestanden, weigert het geloof zijn zegenende werking nooit.

Wil dat nu zeggen, dat daarom de zwakke huismoeder zich in het mysterie moet terugtrekken, om wat tiitwendig haar steunen kon, te verwaarloozen ?

Natuurlijk niet, want dan ware het louter gevoelswerking en geen krachtig werkend geloof. Integendeel, juist het geloof weet hoe de middelen zijn aan te wenden.

Het weet dat God zelf niet enkel de zaligheid voor zijn uitverkorenen verordineerd, maar tegelijk en in een zelfde besluit ook de middelen, der genade verordend heeft, om die zaliging teweeg te brengen.

Van het 'mysterie moet het uitgaan, maar het moet niet in het mysterie besloten blijven. Het geloof kweekt wijsheid., wat nog heel iets anders daa in een boek gevonden schoolgeleerdheid is.

Ge kunt uw huishouden zóó aanleggen en zóó besturen, dat er die wijsheid ontbreekt., maar ook, heel anders, op zulk een wijze, dat er die wijsheid in uitstraalt.

Er kan afmattende dooreenwoeliug en verwarring en wanorde zijn, maar ook goederegel, vaste gang, gestadige stuur en daardoor heilzame orde.

En al naardat dit in uw huishouding is, zal het verbruik van uw kracht óf krachts verspilling, óf spanning van kracht en doeltreffende aanwending ervan zijn.

Ook uw kracht is een gave van uvv God, een u toevertrouwd talent.

Die kracht, dat talent, moet niet blijven wat het is, het moet op woeker gezet. Er moet winste mee gedaan. Het moet toenemen. En voor uw God moet ook gij betuigen kunnen: sDrie talenten hebt Gij mij gegeven, zie Heere, drie andere talenten heb ik er mede gewonnen". En ook al ontvingt ge maar' één talent aan kracht, toch mag ook dat ééne talent niet begraven worden, maar moet het verdubbeld.

Maar hetzij ge het pas ontvingt, of dat het reeds verdubbeld wisrd door een stille plichtsbetrachting, die uit den wortel des geloofs in u opkwam, ge moet op die kracht, op dat talent zuinig zijn.

Er mag niet meê gespeeld., en het mag niet verspild. Zelf beheersching moet al uw doen bestieren.

Er is een verdeeling van den tijd. Er is een verdeeling van de dagtaak. Er is een verdeeling van wat ge anderen opdraagt. En niet de vrouw, die al den dag meêdraaft en zich afslooft, maar juist omgekeerd de vrouw, die rustig in haar leunstoel gezeten haar huishouding indenkt en met beleid doet loopen, dient haar God in voorzichtigheid en straalt zegen in heel haar omgeving uit.

Tot zelfs de slaap., die de kracht vermeerdert, en de geregelde voeding., die het lichaam sterkt, zijn voor de geloovige vrouw stukken van ernst en van geregelde plichtsbetrachting. Ze weet het dat de lampe uitgaat, die geen olie ontvangt en de haard waarop niet telkens brandstof wordt geworpen. En daarom is ook die slaap en die voeding haar geen spel, maar een stuk van plichtsbetrachting en van gehoorzaamheid aan haar God.

Ook een ded van haar huishouding over te geven, opdat het geheel niet aan haar hand ontglippe, kan eisch des geloofs zijn.

Zoo is niets in het natuurlijke te versmaden, mits het haar diene., en ze er niet op leunen ga. Leunen mag ze alleen op haar God, en op wat haar God haar aan geestelijke kracht in de ziel heeft geschonken.

Alleen wie gelooft, niet sentimenteel., maar practicaal., zal ook hier meer dan overwinnaresse zijn.

Zij slechts de gordel des geloofs in dien strijd het mysterie uwer kracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 november 1895

De Heraut | 4 Pagina's

,,Zij gorde hare lenden met kracht.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 november 1895

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken