GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

KONING EN VELDHEER,

II,

Voor Frederiks soldaten kwam nu een tijd van zeer ingespannen werkzaamheid. Als door een wonder verrezen hooge wallen met schietgaten, diepe grachten (dikwijls tot 16 voet diep), daarvoor een keten van pallisaden, Spaansche ruiters, en 3 rijen gedekte loopgraven, In't kamp zelf werden schansen opgeworpen, overal batterijen aangelegd en 460 kanonnen opgesteld. Buitendien waren 182 mijnen ieder oogenblik gereed, onder den aanrukkenden vijand dood en verderf te verbreiden. Vreemd genoeg liet de vijand den Pruisen voor al deze werken ruim den tijd, inplaats van door snel optreden zulk eene versterking van 't kamp onmogelijk te maken,

»Vreemd", zeide de koning herhaaldelijk, »de vijand maakt nog steeds g& iry mouvement 1 ') — Wat denkt ge, Zieten, zit daar geen list achter!"

De oude Zieten sprak na eenig denken :

«Neen, dat geloof ik niet. Uwe Majesteit kent het spreekwoord: Veel koks bederven de brei! Maar bij ons beteekent dat: twee bevelhebbers bederven een slag! Ik denk, dat de beide generaals, Laadon en Butturlin, het niet eens kunnen worden, wie het opperbevel zal voeren."

»Daar kunt ge gelijk aan hebben!" meende de koning. En de oude generaal Zieten had ook werkelijk gelijk.

Butturlin, de Russische bevelhebber, geloofde, dat Laudon hem het gevaarlijkste en zwaarste werk wilde overlaten ; ook wilde hij zijn Russen zelf aanvoeren, Laudon achtte het echter noodig het opperbevel over het geheele vereenigde Oostenrijksche leger te voeren, en zoo kwam men dagen lang niet tot overeenstemming. Toen men eindelijk het een weinig was eens geworden, bevond men tot zijn groote verwondering, dat het Pruisische legerkamp inderdaad een soort vesting was, zoodat de Russische generaal het onmogelijk achtte, de Pruisen aan te tasten. Het Oostenrijksch-Russisch leger bleef vooreerst niets over, dan steeds dichter op het kamp aan te rukken, en het met een levenden, ijzersterken muur in een grooten halven cirkel te omsluiten.

De toestand der Pruisen werd dag aan dag ernstiger en Frederik verwachtte ieder oogenblik een overval.

»De helft van 't leger moet steeds rusten, de andere gereed tot den aanval zijn. Als de avond aanbreekt, moeten de tenten afgebroken worden, de kavalerie opzitten en de infanterie met 't geweer in den arm staan, " Zoo luidde 't strenge bevel, en de oude Frits spaarde zich zelf niets van de inspanningen, die hij van zijn soldaten moest eischen. Hij bracht de nachten onder den blooten hemel door, zette zich aan de wachtvuren bij zijn soldaten, of wachtte in onrustige sluimering op een bos stroo den aanbrekenden morgen in een der gewichtigste batterijen af,

Als Frits bij ons slaapt, is 't even goed, alsof er 50.000 van ons de wacht hielden; is Frits bij ons, dan vreezen we zelfs den duivel niet", plachten zijn soldaten te zeggen. Zij hingen met een liefde en toewijding aan hun koninklijken aanvoerder, die hen gewillig alles ontberen, lijden ja soms sterven deed.

Verscheiden weken verliepen met zulk een verlammende werkeloosheid, en in angstige spanning, en reeds begon zich in 't kamp dringend gebrek aan voedingsmiddelen te doen gevoelen. De dappere Pruisen lieten in toenemende moedeloosheid het hoofd hangen; in grooten getale moesten zieken en zwakken naar Schweidnitz gebracht worden. Afgesneden van de buitenwereld, zonder eenig bericht aangaande zijn overige troepen, werd Frederik van dag tot dag meer gebogen onder den last der zorgen — het waren wel de moeilijkste dagen van den geheelen zevenjarigen oorlog, die toen voor hem aangebroken waren.

Zoo had zich weer na een dag zonder iets bijzonders de heldere sterrenhemel over de aarde uitgebreid, en de koning ging naar de uiterste schansen van 't leger, om zelf te letten op de mogelijke bewegingen van den vijand. Op de schans gekomen, vond hij reeds den ouden Zieten, op een bos stroo uitgestrekt, en in zijn met Fransche woorden sterk vermengde spreekwijze begroette hij zijn vertrouweling met de woorden:

Bonsoir monsieur! ^) Wat denkt ge? Zal dan niet eindelijk een evenement ^) plaats hebben, dat ons uit dezen toestand brengt? Och neen, er uit komen we niet, jamais ^); maar het zou inderdaad mij liever zijn, als de kwelling met een snellen coup =) eindigde!"

Zieten zag verwonderd op naar 't door de jongste vermoeienissen van den oorlog zoo vroegtijdig verouderd gezicht van zijn koninklijken heer; zoo dof had zijn stem nog nooit geklonken, zoo droevig hadden de anders zoo schitterende oogen nog nooit gezien als in dezen zomernacht,

Wel zijn 't zware tijden", antwoordde de generaal na een korte pauze, smaar uwe majesteit moet daarom den moed niet verliezen. Bij Leuthen stond een nog sterker troepenmacht tegenover ons, en uw Pruisen hebben toch gezegevierd, "

Bij Leuthen", riep de oude Frits, »ja, dat was bij Leuthen, dat was vóór vier jaar! Waar denkt ge aan; toen is thans niet! Nu zijn mijn beste troepen dood, verminkt of gevangen!"

De oude generaal richtte zich plotseling op, zijn oogen schitterden en bijna beleedigd riep hij uit: > De beste troepen ? Majesteit, uw troepen zijn heden zoo dapper als toen ! Ik geloof dit met een goed geweten te kunnen zeggen,

" Maar Frederik bleef kalm : ija, ja, dat is zoo. En toch zijn wij er erger aan toe dan ooit. Daarom misleid mij niet, beste Zieten, en u zelf ook niet, "

Zieten kon het wel is waar niet ontkennen, dat zij nog nooit zoo vlak voor den klaarblijkelijk te wachten ondergang hadden gestaan, maar hij was toch vol zelfvertrouwen: »Daarom geen moed verloren!" — zoo hervatte hij't gesprek — »De moed komt veel te boven, "

C'est vrail ^) Maar niet alles, en - waarop kunnen we hem bouwen, mijn vriend ? "

Majesteit, op' uw recht en uw goed geweten; " en bij deze woorden richtte Zieten zich hoog op.

De oude Frits schudde mismoedig 't hoofd, en zeide toen spottend: iRecht en geweten ? Bah, die helpen iemand niet veel in de wereld. Wij kunnen het ook niet verhinderen, dat menige onschuldige opgehangen wordt. Ik zeg u, Zieten, het zal niet gaan, het kan niet gaan! We zijn in te slechten toestand, onze zaak is verloren "

Maar de oude generaal was gewoon, zijne meening vast te houden, en ze ook openlijk uit te spreken, zelfs voor zijn koninklijken heer, ook dan, als deze van andere inzichten was dan hij. Hij antwoordde daarom vast en met overtuiging: »En ik zeg, het kan gaan, het moet gaan, en 't zal gaan! Alles zal eindelijk nog een goed, eervol einde nemen!"

't Is waar.

Slot volgt.

CORRESPONDENTIE.

Wegens plaatsgebrek moeten we de beantwoording van eenige vragen uitstellen tot he volgend Nr. Nogmaals verzoeken we den lezers vriendelijk in hun vragen duidelijk te zijn, al wordt hun brief dan ook daardoor iets langer,

beweging.

1)Goeden avond, mijnheer.

2)besHssing.

3)nooit.

4)slag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's