GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Die mij op den rechten weg geleid heeft.“

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Die mij op den rechten weg geleid heeft.“

8 minuten leestijd

En ik neigde mijn hoofd en aanbad den Heere; en ik loofde den Heere, den God mijns heeren Abrahams, die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter van mijns heeren broeder voor zijnen zoon te nemen. Genesis 14 : 48.

Een voor het eerst aangekomen vreemdeling loopt heel anders door een groote stad, dan een opgeschoten knaap die er gewonnen en geboien werd.

Die knaap vraagt naar geen weg, kijkt niet om, loopt recht door, en vindt als op den tast af de straat en het huis waar hij wezen moet. Die vreemdeling daarentegen, die heg noch steg noch weg weet, aarzelt, leest naaml)ordjes, slaat verkeerd om, , vraagt naar den weg en vindt

hem loch niet, en neemt ten leste zijn toevlucht tot een politieman of leeg voorbijgaand rijtuig, om uit zijn verlegenheid verlost te worden. En door dat enkele verschil van den weg te kennen of niet te kennen, is die knaap toonbeeld van vlugheid, kennis en kracht, en die vreemdeling daarentegen van aarzeling, besluiteloosheid en slaphandig tobben.

Datzelfde nu is in overdrachtelijken zin evenzoo op alle gebeurtenis in ons leven, en op dat leven in zijn geheel toepasselijk, ook al rekent ge buiten het geloof.

Twee zult ge er zien in eenzelfde ambt, in eenzelfde bedrijf, voor eenzelfde moeilijkheid staande, dat de één er zich met energie doorslaat, weet wat hij wil, recht op zijn doel afgaat, en het bereikt ook; terwijl de ander bij precies gelijke omstandigheden onder zijn telkens wisselende voornemens en plannen bedolven wordt, nooit kiezen kan, tot op het laatste oogenblik besluiteloos blijft en dan nog een dwaas besluit neemt, en na het genomen te hebben, nog half steken blijft in de uitvoe ring.

Natuurlijk stuit ge in het leven niet altoos op die twee uitersten. Er zijn ook tal van menschen van halve veerkracht of van een kwart doorzicht. Die twee, die we teekenden, vormen slechts de twee polen, waartusschen alle andere zich voortbewegen; maar de tegenstel ling tusschen den éen, die rechtsdraads doorgaat, en den ander die bij alle hoekjens stilstaat en niet vooruit komt, gaat door. Gaat door niet alleen bij een enkele gebeurtenis, maar ook voor heel het leven.

Als er twee sterven, wier leven ge nauwkeurig na kondt gaan, dan vindt ge, onder overigens gelijke omstandigheden, telkens, dat de één den rechten weg vond en afliep en slaagde, terwijl de ander het o, zoo goed bedoelde, en zich het hoofd moê peinsde, maar gedurig struikelde, een eind vooruit-en dan weer terugliep, en na dien kronkelweg voleind te hebben, schier nog even ver was als toen hij begon.

De rechte--v}tg of de kronkel-wtg, ziedaar het verschil, want daarin juist ligt de tegenstelling eenerzijds van kennis, kracht en levensmoed, en anderzijds van altoos gissen, nooit weten, wilszwakte en slapheid van karakter. Dit nu geldt reeds zienderoogen voor zooveel ons leven afhangt van ons eigen doen en laten, maar het geldt veel sterker nog van de macht, die geloof en ongeloof op ons leven uitoefent. In Eliëzer blijkt dit treffend, toen hij in Paddan Aran neerknielde, en zijn God dankte en loofde dat Hij hetn op den rechten weg geleid had.

Het gold voor Eliëzer een schijnbaar klein geval. Hij toog van Berseba naar Paddan Aran om Rebekka te zoeken. Maar hij kende Rebekka niet. Hij wist niet dat hij Rebekka voor Isaac hebben moest. En toch, reeds bij zijn eerste aankomen ter plaatse ontmoet hij haar, en is nu op eenmaal zeker, dat zij de jonge maagd is, die God voor Isaac be stemd had.

Hij heeft niet geaarzeld, hij heeft niet heren derwaarts gewandeld om haar te vinden. Zóó bij zijn aankomst kwam hij precies op het punt uit, waar hij zijn moest om haar op dat oogenblik bij de waterfontein te vinden. En nu geeft hij Gode de eere, want het is de geheimzinnige leiding van zijn God, die gemaakt heeft dat hij den rechten weg vond, recht op dien weg doorging, en juist op het voorbeschikte oogenblik, langs dien weg, uitkwam op het punt waar Rebekka, die hem evenmin kende, stond.

Dit is nu geloofs mystiek. Door de breede woestijn heen, die Berseba van Paddan Aran scheidde, had hij drie, vier wegen kunnen gaan. Genaderd aan die plaats, had hij langs drie, vier paden de plaats kunnen binnentrekken. Hij had iets vroeger of later kunnen aankomen. En toch was er maar één weg en één pad en één oogenblik, waarop hij juist Rebekka bij de fontein vinden zou.

Nu had hij zelf dien weg gekozen, dat ééne pad en geen ander ingeslagen, en door zijn vroeg opstaan en den tred van zijn gang het oogenblik van aankomst bepaald, maar zonder het te richten op dat ééne oogenblik dat Rebekka aan de fontein zou zijn, want haar kende hij niet en hij wist er niets van, wanneer ze daar komen zou.

Hij had twee dingen gedaan. Hij had eenerzijds naar zijn beste weten den weg en het pad gekozen, en was voortgetogen toen het, om geen dag te verzuimen, tijd was, maar ook anderzijds had hij gebeden.

En het resultaat van die twee nu, van dat handelen naar zijn beste weten, en van dat bidden in diepe afhankelijkheid, is, dat hij juist uitkomt waar hij wezen moet, en dat zijn tocht wonderbaar slaagt.

En nu zegt hij niet: wat heb ik dat juist gemikt, en, ja. God heeft mij ook geholpen, maar hij schrijft het alles alleen aan zijn God toe.

„U, Heere mijn God, loof ik en dank ik, want Gij zijt het, die mij op den rechten weg geleid hebt!”

En diezelfde macht van het geloof kunt gij nu telkens om u heen en in uw eigen leven waarnemen; waarnemen bij een enkel voorval, en waarnemen als ge heel den gang van het leven overziet.

Krachtig geloovende personen worstelen even goed als personen die van geloof ontbloot zijn, zoolang ze vóór een zaak staan; maar ze staan er zoolang niet voor. Ze pakken aan. Ze tasten toe. Ze handelen. Ze handelen met beslistheid en veerkracht. En ze komen er. En dat ze dit konden, danken ze alleen aan hun stellige geloofswetenschap, dat de teugel die hun gang richt, in Gods hand rust, en dat God ze links of rechts doet gaan, naar Hij weet dat ze gaan moeten.

Als ze 's avonds bidden om raad en kracht voor den dag die volgen zal, dan weten ze, dat als ze den volgenden avond weer nederknielen, de zaak beslist, hun handeling verricht en de uitkomst verkregen zal zijn. Ze weten ook, dat wat morgen gebeuren zal en wat zij morgen doen zullen, reeds nu bij God vaststaat, en dat met onweerstandelijke kracht en onveranderlijke genade hun God hen op het punt zal brengen waar ze wezen moeten. Ze gaan scheep, en ze weten dat God aan het roer staat, en dat God hen in de haven brengen zal.

En juist dat bij alles rekenen met die ongeziene leiding, met die verborgen kracht, met die mystieke inwerking, maakt dat ze niet kunnen aarzelen, dat ze altoos moed hebben, en dat hun wilskracht werkt als ze werken moet. Wie nu op die wijs tien, twintig jaar heeft doorgemaakt, voor dien is dat rusten op zijn geloof een tweede natuur geworden. Steeds wordt helderder zijn blik, staat hooger zijn evensmoed, werkt krachtiger ? ijn wilskracht, en ontwikkelt zich machtiger zijn onwankel baar vertrouwen.

Hij doet zelf üieê, maar wat hij zelf doet wordt in zijn eigen oog steeds kleiner, en steeds meer leeft voor zijn innerlijk besef de zekerheid op, dat zijn God alleen den rechten weg kent, maar dan ook onveranderlijk hem op dien rechten weg leidt.

En dit nu alleen geeft aan heel een leven bezieling en eenheid, en brengt te weeg, dat als het leven hier voleind is, dat leven een doel bleek gehad te hebben en dat doel bereikt heeft. Geenszins, alsof wie aldus uit het geloof leefi, begonnen is met zich zelf zijn levensdoel klaar en helder voDr oogen te stellen, en voorts met schrander doordenken en berekenen op dat doel is afgegaan.

Eer omgekeerd ontwaart wie gelooft gedurig, dat zijn eigen plannen verijdeld worden, dat gekoesterde verwachtingen in teleurstellingen ondergaan, en dat het gedurig anders uitkomt dan hij zich had voorgesteld.

Het plan, de bedoeling van zijn leven leert hij eerst kennen uit wat God er van gemaakt heeft, en er van gemaakt heeft dwars door zijn eigen zonde en tegenwerkingen heen, ja, hoe hij het er soms ook op scheen toe te leggen, om het plan zijns Gods te verijdelen. Maar is de uitkomst te zien, ontsluiert God in het eind zijn bedoelen, dan zinkt hij in bewondering weg voor de wondere wijze, waarop zijn God, buiten zijn weten en vermoeden zelfs om, het alles zóó besteld, gericht en bereid heeft, dat alle levensvoorvallen saam als één grooten draad vormen, die heel zijn leven doorloopt. Zoo kan er dan geen verheffing zijn, en kan geen korrel wierook gerookt worden voor het net dat hij zelf weefde.

Het is heel zijn leven door, van kind af, dat zijn God hem, ja van voor zijn geboorte, toebereid, begenadigd en geleid heeft. Zijn leven is niet zijn werk, maar Gods werk. Hij zelf is er het product en niet de bewerker van. En daarom kan hij, in stee van te roemen, niet anders doen dan danken en loven, want zijn eigen kleine leven is nu voor hem het rijkste toonbeeld van de wond-ere Voorzienigheid Gods.

Plij leert die Voorzienigheid Gods niet meer uit een boek. Ze ligt in heiligen glans voor hem uitgespreid door heel zijn leven. En daarom kent hij geen vertsagen, maar treedt hij vol heiligen moed ook de toekomst tegen.

Hij weet dat zijn God zijn zal waf Hij was, en daarin rust zijn hart met onverstoorbaren vrede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 februari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

„Die mij op den rechten weg geleid heeft.“

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 februari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken