GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De jongste Unievergadering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De jongste Unievergadering

6 minuten leestijd

Amsterdam, 5 April 1907.

De jongste Unievergadering bracht wel een verrassing.

Tot dusverre stond onder de voorstanders van het Christelijk onderwijs vast, dat de school in de eerste plaats onder het toezicht van de ouders behoorde te staan. De vrije school voor heel de natie was de bezielende leuze, waaronder de schoolstrijd gestreden werd. De ouders als de natuurlijke verzorgers van het kind hadden voor het onderwijs te zorgen, en te bepalen in welke richting het onderwijs zou gegeven worden. Dat was de grondslag voor ons vrij Christelijk onderwijs. En het ideaal was, dat de Overheidsschool allerwegen geheel door de vrije school verdrongen zou worden. De Vrije Christelijke school regel, de neutrale Overheidsschool aanvulling, was dusver de uitdrukking van onze gemeenschappelijke overtuiging.

Dat de christelijk-historische groep hierin niet geheel met ons akkoord ging, was bekend. Uitgaande van de gedachte, dat de openbare instellingen een Christelijk karakter moeten dragen, eischten zij, dat ook de openbare school haar neutraal karakter zou s e o n s n aüeggen en meer Christelijk zou worden. Het principieele vraagstuk, ofde school van de Overheid of van de ouders behoort uit te gaan, liet ze daarbij meest terzijde. Ze ging uit van den actueelen toestand, dat ds Overheid een openbare volksschool in stand houdt; dat het grootste deel van de kinderen deze staatsschool bezoekt, en dat de staatsschool als officieele school boven de bijzondere school tal van privilegiën geniet. Het neutrale karakter der staatsschool, dat in werkelijkheid neerkomt op een antichristelijk onderwijs, werkte verderfelijk op de natie en daarom moest volgens haar de neutrale staatsschool door een Christelijke staatsschool worden vervangen.

Den ernst van het probleem, dat hiermede aan de orde werd gesteld, hebben we nooit ontkend. Het droeve feit, dat in een Christelijke natie de officieele staatsschool dienst doet om de kinderen van ons volk stelselmatig van de Christelijke religie te vervreemden, spreekt daartoe te luide. Alleen zagen we niet in, hoe een Overheid, die een neutraal standpunt inneemt, voor een Christelijke staatsschool zorgen kan De eenige oplossing der moeilijkheid scheen ons onder de gegeven omstandigheden geboden te worden door het Unie-rapport, volgens hetwelk de Overheid wel te zorgen heeft voor een behoorlijk volks-onderwijs, maar aan de ouders geheel moet overlaten, in welken geest dit onderwijs zal gegeven worden. In een land met zoo gemengde bevolking als het onze was er geen andere uitweg practisch denkbaar. Het natuurlijke recht der ouders werd zoo op afdoende wijze erkend en tegelijk verviel dan de officieele bevoorrechting van de neutrale school.

Thans is de geestelijke vader van dit Unie-rapport opgetreden, om zoo beslist mogelijk door deze geheele ontwikkeling van ons vrij Christelijk onderwijs een streep te halen. Volgens het jongste referaat van Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman be hoort het onderwijs juist van den Staat uit te gaan. De volksschool moet volgens hem overheidsschool zijn.'Behalve andere gronden werd daarvoor aangevoerd, dat de ouders van het onderwijs geen verstand hebbenen evenmin in staat zijn toezicht op het onder wijs te houden.

Wel erkende de heer Lohman, dat de ouders verplicht zijn, wanneer de Overheid niet zorgt voor een Christelijke volksschool, zelve Christelijke scholen op te richten, maar dat is slechts een hulpmiddel geweest. Het liefst zou de heer Lohman zien, dat de Overheid de zorg voor het onderwijs aan de gemeenten overdroeg; een Roomsche gemeente zou dan een Roomsche school, een Gereformeerde gemeente een Gereformeerde school oprichten. Maar waar hij zelf wel voelt, dat dit voor de meeste gemeenten, die een zeer gemengde bevolking hebben, niet gaat, moet de oplossing daarin gevonden worden, dat de richting van het openbaar onderwijs in overeenstemming wordt gebracht met de richting van het volk. De idee van de neutraliteit moet dus vervallen.

Dat dit referaat zeer ernstige bestrijding heeft uitgelokt, is te begrijpen. We betreu ren het, dat een zoo ingrijpende quaestie plotseling, schier onvoorbereid, in publieke discussie is gebracht, en we vreezen dat daardoor aan de zaak van het Christelijk onderwijs schade zal worden toegebracht Niets werkt verlammender en dooft meer de energie, dan wanneer een der veteranen van onzen schoolstrijd, een man wiens woord zoo groot gezag heeft bij ons volk, verklaren komt, dat heel de richting van onzen schoolstrijd dusverre verkeerd is geweest, en, gelijk terecht is opgemerkt, feitelijk de bezwaren tegen de vrije Christelijke school, door onze tegenstanders aangevoerd, thans tot de zijne maakt.

Ook afgezien van dit bezwaar begrijpen we niet, dat de heer Lohman de ouders der kinderen onbevoegd verklaart om toezicht op het onderwijs te houden en meent, dat dit toch wel veilig zou zijn in de handen der Overheid. Ds. Talma heeft volkomen terecht gevraagd, welken waarborg de Overheid biedt, dat zij voor het christelijk karakter van het onderwijs wel zorgen kan. Een Overheid die, gelijk in de dagen der Republiek, publiek professie doet van de Gereformeerde religie, kan tot op zekere hoogte gerekend worden voor een christelijke volksschool te kunnen zorgen, hoewel onze vaderen toch steeds gewild hebben dat de kerk in de eerste plaats op het christelijk karakter der school toezicht zou houden. Maar een Overheid gelijk deze thans gevonden wordt, die beurtelings uit radicalen, liberalen, socialisten bestaat, biedt geen den minsten waarborg voor het Christelijk karakter der school. Bovendien, waar de Gereformeerde Kerk in haar doopformulier van de ouders de belofte eischt, dat zij hun kinderen in de christelijke religie zullen doen opvoeden, daar gaat het toch niet aan, die ouders geheel incompetent te verklaren om toezicht op het onderwijs te houden. Of de doopsbelofte moet worden afgeschaft, óf de ouders zijn geroepen en verplicht van Godswege om te waken over den geest van het onderwijs, dat aan hun kinderen egeven wordt.

Al erkennen we, dat de vraag van de eutrale staatsschool een zeer ernstige vraag lijft; al stemmen we van harte toe, dat de eutrale staatsschool feitelijk een ongerijmdeid is; al voelen we even diep als de eer Lohman, dat die in werkelijkheid nieteutrale, maar ongodsdienstige staatsschool en bederf is voor ons volk, toch kan de itweg door hem thans ons gewezen, naar nze overtuiging niet bewandeld worden.

Principieel niet, omdat aan het recht der uders daardoor zou te kort worden gedaan. n practisch niet, omdat een christelijke taatsschool in ons land zou neerkomen op en christelijke vlag, die vaak een gansch nchristelijke lading zou dekken en daardoor og gevaarlijker zou worden dan de neutrale chool voor het christelijk karakter onzer atie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 april 1907

De Heraut | 4 Pagina's

De jongste Unievergadering

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 april 1907

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken