GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Kind worden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kind worden.

4 minuten leestijd

Eia Jezus, een kindeke tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen, en zeide: oorwaar zeg Ik u: ndien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zoo zult gij in het koninkrijk der hemelen geens-' zins ingaan. Mattheus 18:2 en 3.

Jezus' discipelen hebben op weg wat met elkander gehad. Ze wa: ren het niet met elkander eens. Ze hadden verschil van opinie. En als ze nu met den Heiland in Kapernaüm zijn aangekomen, ergens binnenshuis, zijn hun gesprekken wel gestaakt, maar de sfeer van oneenigheid hangt nog om hen heen. En op Jezus' vraaig, wat ze met elkander badden, antwoordt er één met een wedervraag, waarin tyj het geschil aan het oorfeel van zijn Meester onderwerpt: „Wie is toch de meeste in het koninkrijk der hemelen? "

Dat was dus de kwestie, de oude kwestie, die zoo dikwijls de geestelijke harmonie in den kring van Jezus' discipelen wreed verstoorde. Het was de kwestie, die in onze dagen theoretisch wèl, maar practisch nog niet is beslist. Wiant men vecht er in andere vormen, niet zoo openlijk als toen, meer vermaskerd, nóg over voort in den kring van 's Heeren volgelingen.

De oplossing is: kind worden! Er moet een jongetje komen., zoo'n dreumes van vier, vijï jaar, die, wat schuchter, hóóg opkijkt tegen Jezus en wie Hem omringen. En dan slaat de Heiland Zijti armen om dien kleinen jongen. En Hij' kijkt Zijn discipelen aan: , , Zóó moet ge worden, zóó, als dat kind! En anders zult ge het koninkrijk der hemelen niet eens ingaan!"

Daar moet ge nu juist kwestie gehad hebben met elkander, wie de meeste is in het koninkrijk der hemelen. In het koninkrijik der hemelen ide méé s te! En dan moet Jezus zóó doen En dan moet Hij' zoo'n antwoord geven! Dan moet Hij zeggen: „ten kind worden anders komt ge in liet koninkrijk niet eens in!"

Ge hadt de gezichten van die discipelen wel eens willen zien! Ze hadden nog wait hóóg© kleur door de opwinding van het debat, want de één had; den ander de eer niet gegund, die hij' voor zichzelveu meende te mogen vorderen. Maar ze zullen wel verbleekt zijn, toen Jezus sprak. Het valt niet mee zoo'n woord uit den mond van den Heiland ie moeten hooren!

Het viel toen niet mee! Het valt nog niet mee!

Ach, wij menschen, wij Christenen, we gaan, eer we het ons nog goed bewust zijn, zoo spoedig op onze teenen staan. Konden we ons nog wat uitrekken, we deden het! Men moet niet zoo min van ons denken! We laten ons niet in een hoek zetten! Wat dacht ge wel! Men moet ons in onze waarde laten! We hebben onze rediten zoo. goed als een ander! Ge zult het eens zien!

Hoe menigmaal is de eenheid in den kring van lezus' discipelen al roekeloos stukgescheurd door die ellendige zucht de mééste te willen zijh, voor den ander niet te willen ondeMoen, geëerd' te willen zijn, gelijk te willen hebben. De één geeft het voor den ander niet op!

Laat ons maar, eerlijk erkennen, dat ook wij het 'Ie gewoonste zaak van de wereld achten, dat de één den ander zoekt voorbij tg streven, dat er o-ek onder ons is de afsdiuwelijte jacht om 'de eer en om de macht!

Het evangelie is historie.

Het is niet enkel historie.

Het is méér dan historie.

Zoolang ge in het evangelie nog maar ziet, wat voor negentien eeuwen daar ergens in Kapernaüm is gebeurd dat oostersche huis en die twaalf discipelen, en Jezus, en dat kind och, dan ziet ge nog maar een historiscli plaatje!

Maar het Woord Gods kent geen afstand van tijd en van plaats. Het leeft en spreekt nü. Wat toen gebeurde, gebeurt nóg. Jezus Christus is in praesente werkelijkheid onder ons, ook in ons kerkelijk leven. Hij is in onze kerken. En in onze kerkeraadskamers. En daar, waar classe en synode vergadert. En Hij neemt er nóg een kind. Én Hij omhelst het. En dan Iqj'kt Hij zóó, met dat kindi in Zijn armen, naar ons. Ook naar wie onder ons vóóraaa staan. En nu mag niemand er zich van afmaken. Nu moet ieder, wie hij! ook zij, zijn houding bepalen.

Nu zegt Hij nóg: „Indien gij, giji^ gij' u niet verandert en wordt gelijk de kinderkens, zoo zult gij' in het koninkrijk der hemelen geenszins ingaan!"

En dat woord is voor geen tweeërlei uitleg vatbaar. Het roept ons op om, stervende aan |0ns zelf, kind te worden door zijn hartveranderenda genade. Of het zal ons om onze hoogheid, om onze hoogheid, om on.s ^-oot-denken-van-ons-zelf, van het koninkrijk der hemelen, iritsluiten!

Zou het niet tijd worden, dat we eens gaan trachten naar de heilige kunst den ander uitne> mender te achten dan onszelf?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1925

De Reformatie | 4 Pagina's

Kind worden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1925

De Reformatie | 4 Pagina's