GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PERSSCHOUW

12 minuten leestijd

Prof. Lindeboom en de aanvangen van „Veldwijk”.

Dö R. E. van Arkel sohrijft in „Utr. Kerkb.":

Lindeboom had reeds in 1863 de stichtingen van Pastor Fliedner te Kaiserswerth bezocht, welk bezoek een diepen indruk op hem gemaakt had. Tien jaar later zag hij „Meerenberg", en vond daar leden der gemeente van Christus als patiënt; en het schokte hem dat zulken • geen verzorging k& nden vinden overeenkomstig 'den eiseh hunner (bijzondere geestelijke behoeften. „Van dien dag af" — zegt hij zelf — „is bet overtuiging biji mij geworden, dat de Kerk van Christus schuldig stond aan zwaiar verzuim jegens de krankzinnigen, inzonderheid jegens ben, die den Naam des Heeren belijden". In zijn bart is toen eigenlijk „Veldwijk" al geboren. Maar het zou nog jaren duren vóór dit ideaal werkelijkheid werd. In dien tijd trok Lindeboom er op uit, om overal in het land zijn plannen gee.sldriftig te bepleiten; en menig oudere zal zich de samenkomsten nog herinneren waailn deze vurige van geest optrad. Op de Centrale Pastorale conferentie van 14 September 1883 gaven negentien mannen hun naam onder een woord, dat in bet land voor deze zaak zou uitgaan; en 28 Januari 1886 is „Veldwijk" geopend.

Liberalen van 1886 en deskundigen van 1935 over „Veldwijk".

üit hetzelfde artikel van Ds R. E. van Arkel:

En hoe heeft bet liberalisme van die dagen „Veldwijfe" ontvangen? Men leze bet nu nog eens na vijftig jaren, en dan ziet men boe achterlijk een richting kan zijn in haar neergang. „Eenige afgescheiden dominé's hebben te Utrecht een vergadering gehouden, om een gesticht voor krankzinnigen te openen, waarbij! den patiënten de eisdh zal gesteld worden, de Drie Formulieren van Eenigbeid te onderteekenen", — zoo sohreef een liberaal blad in die dagen. Wat zal er om die geestigheid gelachen zijn. Een ander. Dr Coronet, schreef dit: „Het is een opmerkelijk verschijnsel, dat juist die geloovige drijvers op kerkelijk en politiek gebied zicb gedrongen be'bben gevoeld, een toevluchtsoord te stichten voor krankzinnigen en zenuwlijders van hunne soort en partij, en dat ziji daar die ongelukkigen willen genezen met dezelfde geneesmiddelen, die bunne kwaal hebben teweeg gebracht. Helaas, bun grootheidswaan zet zich zelfs voort in een stichting voor verbijsterden op Gereformeerden grondslag".

En wat schrijft nu in 1935 een Duitsch specialist op dit gebied. Dr Kart Hermkes, in een tijdschrift voor Psychiatrie? „Juist de op religieuze gronden en motieven opgebouwde genezings-paedagogiek heeft zidh een zeer waardevol bestanddeel van onze ziekenverzorging bewezen; we bobben telkens weer ondervonden, dat zelfs zulke zieken, die in de maatschappij onverschillig of afwerend tegenover de religieuze dingen stonden, voor verstandige leiding en zielzorg dikwijls zeer toegankelijk zijn, en juist op deze wijze leeren ziöh aan te passen in een door den redelijken wil opgebouwde orde, en de spanning tusschen de eigen persoonlijkheid en bun opname in een hooger geheel op te heffen".

Ik denk weer aan bet veelbesproken thema: „Jezus Christus en bet cultuurleven". Neo-calvinistisch noemen ze dat tegenwoordig.

„Onbeschaamde N.S.B.-manieren".

Onder dit opschrift schrijft „N. Prov. Gr. Crt.";

Tijdens de herdenking van de Doleantie in het Concertgebouw te Amsterdam j.l. Vrijdag gehouden, had ook aan de perstafel plaats genomen de heer E. J. Roskam Hzn, secretaris van den Raad voor kerkelijke aangelegenheden vanwege de N.S.B., lid van de Gerei Kerk van Amsterdam-Z., schrijver van den schandelijken „Open brief aan onze Geref. volksgenooten", waarin over de hoofden van onze Geref. predikanten en met name van Prof. Dr K. Schilder, een groote hoeveelheid smaad en laster wordt uitgegoten. De heer Roskam had aan de perstafel plaats genomen voor de redactie van „Volk en Vaderland", hoewel hij geen perskaart als journalist bezit. Meerderen — o.a. verschillende predikanten en ook Prof. Schilder hebben de aanwezigheid van dezen verklager der_ broederen opgemerkt en ook aan de tafel van het comité bleef het niet onopgemerkt. Het is ons een raadsel, waarom men dezen sinjeur niet zonder meer bij de kraag heeft gepakt en buiten de zaal gezet. Het is maar goed, dat de heer Roskam niet zoo beroemd is, dat hij algemeen herkend werd, want dan zouden de aanwezigen zeker zijn verwijdering hebben verlangd. Menschen, die met den vijand heulen en die zich niet ontzien een rol te spelen, die we hier niet nader wenschen te kwalificeeren, behooren zeker niet in onze vergaderingen te worden geduld.

Wanneer in de N.S.B, een figuur meeliep, die de verachtelijke rol speelde, die de heer Roskam thans op zich heeft genomen, hij werd onmiddellijk gelijkgeschakeld!

Persvuil der N.S.B.

Hier volgen nog enkele persstemmen over bet schaneiyk bedrijf van den N.S.B.-er, den heer Roskam, die ich aanduidt als lid der Geref. Kerk van Amsterdamuid. Ds O. Bouwman constateert, daarover sprekende, dat de vijand eigen zwakheid verraadt, door zich aan alle argumentatie te spenen, en persoonlijke vijandschap, een Christen onwaardig, der wereld kond te doen. Ik geloof wel, dat het voor de toekomst het beste is, op deze dingen niet te reageeren, maar deze vlek in het leven van de Pers moet toch gesignaleerd. Deze persactie doet wel even zeer, wanneer men bedenkt, dat hier een lid der Geref. Kerk spreekt, maar overigens is het beter, dat men zich openbaart, en het masker aflegt, want openbaarheid der geesten

zuivert de sfeer, en stelt het ambt voor èen moeilijke, doch ook noodige taak, om de belijdenis van het wezen der kerk in daden om te zetten.

Dr L. v, d. Zanden in „Gron. Kb.":

Inderdaad, de N.S.B, ontmaskert zich zelf, ook door dien „Open Brief', waarmee een politiek blad zich mengt in kerkelijke zaken. De heer Roskam, gevolmachtigde van Mussert voor kerkelijke zaken, kan nog geen bevel uitvaardigen, dat wij zwijgen moeten, hij slaat nu alleen een meewarigen, klagenden toon aan, alsof het welzijn onzer kerken hem zeer ter harte gaat, maar de slag, de nationaal-socialistische slag van de politieke heeren in Duitschland, om zich in kerkelijke zaken te mengen, heeft hij reeds te pakken. Zijn begin doet vermoeden, dat hij eventueel ook het eind wel zou vinden. Den kerkeraad van Amsterdam- Zuid wensch ik in dezen getrouwheid.

Ds J. H. Jonker in „Geref. KW. v. N.-Br. en Limburg", na over den strijd van ondergeteekende tegen de N.S.B. 'gesproken te hebben:

Hij bestrijdt de N.S.B, zoo fundamenteel en principieel, dat er weinig anders ter verdediging overblijft dan onwaardig verweer. Voor 't operatie-lancet zijn alle spieren en zenuwen gevoelig-bang.

Persdebat.

In 1935 hebben we onder terugslag op wat „De Heraut" schreef, een artikel geschreven: „niet één bokje, maar de gansobe kudde naar buiten". Dat artikel was m.i. toen noodig tegenover de o.i. door het blad aangenomen houding tegenover „Den Haag-West". Sedert dien heb ik nog niet kunnen ontdekken, dat deze houding zicb wij'zigde. Het is daarom, dat ik hier telkens inzake het „persdebat" van den laatsten tijd verschillende auteurs citeer over een onderwerp dat ik anders waarschijnlijk zou hebben laten rusten.

Ds O. Bouwman schrijft in , , Ons Kerkblad" (cl. Tiel) over ons blad:

In werkelijkheid zijn er honderden en duizenden, die niet alleen met instemming zijn reformatorische actie meeleven en deze in bijkans alle gevallen onderschrijven, doch ook worden meerderen en meerderen zich bewust, dat hier een taak ligt voor ALLE Gereformeerden, alle Christenen.

Arie van Maasdijk merkt op in „Geref. Kbl. v. Hoek v, Holland etc":

Er gaat een zucht naar eenheid door alle levenspheren van wat zich noemt Christelijk Nederland.

Heel goed, heel best zelfs.

Maar alle eenheid is niet naar waarheid.

Een eenheid zonder waarheid is als een gezelschap, dat heel spoedig lijkt op een schare in Jezus' tijd, waaronder gemurmel kwam om zijnentwil.

Dat gemurmel kon een tijd worden gesmoord door een eenheidsdrijver van dezelfde categorie als Willem I was, die boven alles eenheid wilde en wiens werk op kerkelijk gebied niets anders dan verdeeldheid heeft gebracht.

Het was dan ook een zeer goede gedachte van Prol. Honig, toen hij' bö de doleantieherdenking beenwees naar Filippenzen 2. Prof. Greijdanus geeft daarvan (korte verkl.) deze paraphrase:

Indien er dan eenige vermaning in Christus is, d.w.z. indien gij dan waarlijk deel aan den Heere Christus hebt, ... zoodat een beroep op de gemeenschap met Christus bij u iets vermag, en een vermaanwoord als in Zijnen naam noodzakelijk een goede uitwerking moet hebben; indien er eenige bemoediging, of opwekkende toespraak, der liefde is, d.i. wanneer bij u heilige liefde aanwezig is tot den Heere en wie van Hem zijn, en tot mij; en indien er eenige gemeenschap des Geestes is, d.w.z. wanneer gij... dien Geest... niet wilt wederstaan, noch bedroeven; en indien er eenige barmhartigheid en ontferming is, doet mijne blijdschap... volkomen worden, dat gij hetzelfde bedenkt, d.w.z. uw denken en zinnen, vgl. 1 : 7, OP HETZELFDE RICHT, EN MET DEZELF­ DE ZAAK ZICH DOET BEZIGHOLJDEN.

Dit laatste nu wordt dadelijk prijsgegeven, als men elkander loslaat in ernstige gevallen van meeningserschil.

' Ds B. A. Bos oordeelt in „Asser Kb.":

Het staat er met de N.S.B, slecht voor. Zij wringt zich in allerlei bochten om zichzelf te rechtvaardigen.

Eerst kwam ze als een „brieschende leeuw". In een anonym, op breede schaal verspreid schrijven, werd Prof. Dr K. Schilder belasterd.

Nu komt „Volk en Vaderland" met een hoofdartikel en hierin tracht de N.S.B, zich te openbaren als een „engel des lichts".

Even later:

De bedoelde klacht biedt geen enkel argument. En niemand zal toch ontkennen kunnen, dat Prof. Dr Schilder wel argumenteerde.

Zoo is die klacht een symptoom van bedroevende zwakheid.

Ieder oordeele over een „Beweging", die een dergelijke strijdwijze kiest!

Ook dit nog:

Uit welk een mentaliteit het hoofdartikel geschreven is, blijkt voorts uit het feit, dat eerstens verschillende Gereformeerde predikanten met name worden genoemd en geprezen. Daarover zeg ik geen woord. Die Dienaren des Woords zullen voor zichzelf wel spreken en aan dezen „Gereformeerde" wel duidelijk maken, dat zij op zijn lof niet zijn gesteld. En voorts moeten enkele reeds-lang-gestorven Gereformeerde strijders voor de eer van God, de N.S.B.-zaak nog dienen.

Men moet maar durven.

God heeft het anders beschikt, en Zijn doen is enkel

wijsheid. Maar voor mij staat het vast, dat de oude Sikkel, indien de Heere hem gespaard had, in zijn „Hollandia" die z.g.n. „Gereformeerde N.S.B.-ers" wel met een anderen naam zou noemen.

Ds I. de Wolff in „Pro Ecclesia":

Er wordt geklaagd over de geestelijke verwording, over „snelle afloop als der wateren", over toenemende verwildering van ons volk, neo-malthusianistische praktijken in onze kerken, schouwburgbezoekers en Saar-burgemeesters, aan wie de toegang tot het Avondmaal niet wordt verboden, er wordt in gebeden: Ontferm, U, Christus over Uw kerk en over Uw arme volk.

Maar tegelijk wordt aan de gereformeerde predikanten verweten, jacht naar hooger salaris, verdwaasd standsbegrip, ontrouw in hun ambtelijk werk om duurbetaalde bij betrekkingen, het stelen van brood uit den mond van anderen, het oefenen van geestelijke terreur, het verwekken van een crisis in het leven van „vaders en moeders" (N.S.B.-ers), die „weenend , .- staan aan de wieg van hun ongedoopte kinderen", Christusverloochening, farizeeïsme.

Schandelijk is daarbij het vuil geschrijf over Prof. Schilder, over wiens arbeid de steller van het stuk wel eens wat schijnt gehoord te hebben, maar waarvan hij niets heeft begrepen.

Ook de Overheid wordt erin aangetast, Colijn (ofschoon met name niet genoemd) en de leiders der A.R. Partij. Er wordt gesproken over „politiek partijgekonkel-terreur van rechts met links", van economisch wanbeheer, van politiek parasietendom, dat in tien jaar tijds ons volk vijf maal zooveel gekost heeft als de heele wereldoorlog. Ook wordt er gelonkt naar de boeren en werkloozen, die men op het oogenblik gebruiken kan, terwijl de N.S.B, als de door Gods ontferming geschonken gave aan ons arme volk, wordt aangeprezen.

Jakobs stem (in het eerste gedeelte), maar Ezau's handen.

Ds IJ. K. Vellenga in „Geref. Kbl. Dr. en Overijsel": En. om te kunnen oordeelen over die soort van uitingen behoeft er eerst niet een generale synode te worden afgewacht.

Ds J. H. Jonker in „Ons Kerkblad": Het smaadschrift, dat ik ontving, was nu klaarblijkelijk bestemd tot bewerking van gereformeerden en verdachtmaking van den arbeid van Prof. Schilder. Jammer voor de N.S.B., dat de opsteller door zijn blunders blijk gaf, dat hij niet al te best thuis is in ons kerkelijk leven.

Even later: De door Prof. Schilder gestelde vraag „Is de N. S. B. C h r i s t e 1 ij k " wordt door een circulaire als deze feitelijk aldus beantwoord: „neen.... en niet fatsoenlijk ook".

Het „Geref. Jongelingsblad" oordeelt: Zoolang iemand als de heer Roskam mee de verantwoordelijkheid draagt voor een schandalig pamflet, dat pas geleden door de N.S.B, is verspreid onder den titel „Machten der Duisternis", waarin over de Gereformeerde predikanten in het algemeen en over Prof. Schilder in het bijzonder de meest grove leugens worden verspreid, moet hij niet aankomen met beweringen als: „Liefst zouden wij daarom over heel deze in-droeve zaak zwijgen, ma^r het is nu zoover gekomen, dat zwijgen schuld wordt".

Ook dit: Ge bemint het troebele water, omdat ge daardoor meent iets te kunnen vangen. Maar dat is juist het beste bewdjs, dat uw tranen allerminst tranen van echte droefheid zijn, maar krokodillentranen, die ge slechts te voorschijn roept om anderen te misleiden.

Even later: Wanneer ge dit leest dan zoudt ge waarlijk zeggen: „Wat draagt die man aan de predikanten een groote liefde toe.

Laat u echter door deze mooi-klinkende woorden niet bedriegen.

Want deze zelfde heer Roskam is mede-verantwoordelijk voor een pamflet van de N.S.B., waarin verteld wordt, dat onze Gereformeerde predikanten voor ons ingezonken kerkelijk leven niets beters wisten te doen dan ons des Zondags in de kerk — liedjes te laten zingen.

Het blad concludeert: Die Open brief kan niet eerlijk zijn, maar dient slechts om te misleiden.

Ook nu echter geldt nog het woord der Heilige Schrift, dat tweeërlei weegschaal den Heere een gruwel is.

En het optreden van den heer Roskam, hoezeer hij dat tracht te verbergen, is g r u w e 1 ij k.

Ds E. H. Broekstra in „Leidsche Kb.": Een van de ergerlijke dingen in dezen brief is ook, dat hij tegen predikanten, die nota bene als „hoogstaande" door den schrijver worden aangediend, durft insinueeren: „Zeer zeker is het ons bekend, dat er vele hoogstaande predikanten zijn, die dit standpunt reeds meer en meer tot het hunne maken, maar door de ontzettende terreur in hunne kringen (de spatiëering is van mij, Br.) worden hun stemmen gesmoord en durven zij zich nog niet volledig uitspreken".

Als zulke predikanten bij den schrijver „hoogstaande mannen" zijn, van welk een gehalte moeten dan wel in het oog van dezen schrijver de „gewone" zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1936

De Reformatie | 8 Pagina's