GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HOOFDARTIKEL

12 minuten leestijd

Iets over liet Joodscbe probleem.

V.

De motieven der Jodenvervolgins- II.

Tégen een dieel der Joden geldt ook het politiek motief, dat zij zich aan de zijde der revoluüoaairen scliaardexi.

Dit tpeft men vooral aan bij' de Joden, die van het geloof schipbreuk hebben geleden, en het Oude Testament niet meer als Gods Woord erkenden. Bijv. in Rusland, waar zij langen tijd de verdrulitc partij waren en de revolutionaire elementen onder hen in de ambtenaai-skringen tijdens het Czarisme al lang kwaad bloed hadden gezet. Door de bekende pogroms in 1881 v.v. hadden ziji het zwaai' te verduren. Toen nu na den oorlog, 1914—1918, het Czarisme viel en het Sovjetbewind aan het roer kwam, keerde de kans en sohaairden vele Joden zich onder de revolutionaire vanen. De - meeste intellectueelen als Trotzki, Zinoview, Kamenew, Radek e.a. kwamen al spoedig in de hoogste rijen, Velen werden als ambtenaren aangesteld. De ho-oklfiguren der Sovjet, Lenin en Stalin, zijn echter geen Joden. En toen er onder do Sovjet zeil meer geschoolde krachten kwamen, minderde de invloed der Joden en werden zij^ ook om hun godsdienst, weer achteruit gezet. Tal van synagogen werden in arbeidersgebouwen veranderd, al moet erkend dat de Sovjiet-regeering zelf de antisemitische pogroms met kracht heeft tegengegaan.

Ook in Duitschland werd de moord op Vom Rath door den Poolschen jodenzoon Grynspan aan het revolutionaire Jodendom toegeschreven. Volgens de Nazi's zijn de revolutionaire Joden instrumenten van een Joodsch wereldcomplot, dat in het diiister tegen het Duitsche regiem ageert.

En geen wonder, want volgens Rosenberg zijn Jodendom, socialisme en communisme in den wortel één. Kar! Marx, de stichter van het socialisme was immers een Jood. En was hij geen internaUonalist, die alle rassenonderscheid verwierp? Welnu, die vreemde plant moet uit bet Duibsche volk uitgeroeid! worden. Dat is nu de grootste zendinig van de Duitsche arbeidersbeweging.

Opmerkelijk, dat vooral het Oude Testament er * schuld van kreeg. Het Oude Testament staal immers met Marx pp één lijn. Het kweekte dö bolsjewistische gezindheid aan. Door dien Jodentójbel was ook de ziel van het Duitsche volk aangestoken en verpest. Niet ernstig genoeg kan 't volk fi" tegen gewaarschuwd worden. Dr Edelkoort zegt '^_Vox Theologica, Maart 1938: „In dei- Blitz, 1936 no'. 39, kan men het lezen: „Dicr Bolschewismus ist eine Frucht der Judenbibel. Des Bolschewismus besten Schrittmadier ist das Cihristentum". (net Bolsjewisme is de vrucht van den Joden- ^i]bei. Het Christendom is de "beste wegbereider (IM-opagandist) voor het Bolsjewisme).

, p daarbij kwam dat die beginselen reeds door w> Fransche revolutie krachtig waren verbreid, immers de Fransche revolutie predikte^ zooals Rosenberg zegt, de onzinnige leer der „Menschengleichheit". En uit die prediking is voortgekomen de emancipatie (gelijkstelling) der Joden. Zoo kon ieder jood, neger, mulat biu-geir in volle rechten van Europa's staten worden. Vandaar dat tegen dien revolutionairen en vaak overheerschenden invloed van het Joodsche ras, die zich overal gelden doet, niet sterk genoeg geageerd kan worden. Dien invloed wil men breken om het germaansche (ai'ische) karakter van den totalitairen staat zuiver te houden.

Nu gaat het te ver, wanneer men, zooals in Duitschland, de revolutionaire tendenzen aan het Jodendom als zoodanig toescdirijft. Die Joodscbe ziel is als zoodanig niets meer of minder revolutionair dan de germaansdie ziel. Overigens valt het niet te ontkennen, dat vóór den oorlog, zooals Dr Harling te Leipzig, een Jodenvriend en - kenner bij uitnemendheid schroef, een groote invasie van Oost-Joden, in Duitschland over de grenzen gekomen, zich met vele Joden, die in Duitschland geboren waren, aan de revolutionaire partijen verbonden. Geen wonder, dat na den oorlog, toen door den bitteren vrede het nationalisme krachtig opleefde, de haat zich allereerst tegen de Joden keerde, omdat zij in de politiek het intemaüonalisme hadden bevorderd en economisch van Duitschlands hulpeloosheid, toen het in nood was, veel misbruik hadden gemaakt.

Evenals Dr Harling heeft ook Dr Kuyper, hoe lief hij ook de Joden had, in zijn „Liberalisten en Joden", 1878, tegen dien „linfcscii-politieken invloed'' en tegen dien overheerschenden invloed in Europa gewaarschuwd. Men meene echter niet, dat Dr Kuyper de antisemitische pogroms tegen de Joden als zoodanig zou goedkeuren. Integendeel, hij verklaarde uitdrukkelijk wars te zijn van alles, „dat ook maar van verre riekt naar de laatdunkend© minachting, waarmee men in sommige Duitsdie kringen vooral de Joden 'echt joodsch en al zeer onchristelijk vervolgt".

In ons land hebben wij van de revolutionaire politiek der Joden weinig of geen last. Wiji herbergen (de ruim 9500 toegelaten Joodsche vluditelingen niet meegerekend) ongeveer 112.000 Joden. Dit is bet getal volgens de laatste voUistelling van 1930. Ongetwijfeld hebben de linksche partijen daarvan het grootste aandeel. Onder de grondleggers van de S.D.A.P. komen zoO' goed als geen Joden voor. Gerhard, Domela Nieuwenhuis, Vliegen, Helsdingen, Van Kol, Troelstra, Schaper, Van der Goes, geen van allen waren Joden. „Eerst in het tweede stadium verschijnen eenige Joodsche namen: Loopuit, De Levita, Henri Polak. Veel later treden Mendels, Van den Bergh, De Miranda, Ed. Polak, Broekman aan den dag". Van de Communisten is David Wijnkoop bekend. Bij ons houden zij zich doorgaans van alle extremisme vrij. Over het geheel zijn zij trouwe onderdanen van onze Koningin, toonen liefde voor land en volk en hebben op economisch gebied belangrijke diensten aan onze volksgemeenschap bewezen.

Het diepste motief waardoor het Duitsche volk tegen de Joden wordt opgezet is echter het religieus motief.

Onder geen volk werkt dit motief zoO' sterk als thans in Duitschland. Dat komt door de Nationaal- Socialisüsche wereldbeschouwing. Het Nationaal- Socialisme toch is geen poliüek systeem, geen partij-program naast dat van andere partijen, 't Is heel iets anders. Het is een soort religje, een geestelijke beweging, die een totale vernieuwing van de Duitsche natie bedoelt. Er nioet een nieuw volk op^ staan, innerlijk zoo vernieuwd, dat het persoonlijk, huiselijk, maatschappelijk, politiek, zedelijli, geestelijk, kerkelijk leven, in één woord heel het Duitsche volksleven, nieuw wordt.

Dit nu is' de leer van de „Mythe der 20ste oeiiw" van Rosenberg en de zijnen. MyÜie echter niet als een fantasiebeeld of verdichting, maar mythe als „do bron van alle energie", als de ziel-aangrijpende kracht, die heel het Duitsche volksleven stuwt naar een nieuwe toekomst. De mythe van „het ras, bloed en volk", d.i. van een „nieuw geloof" en van een „nieuw leven". Want dat wil de Mythe zijn. Geen rationalistisch stelsel, geen dor betoog, maai' een geweldige mystieke kracht, die de mensdien zóó aangrijpt en beheerscht, dat een heel volk er uit leeft en geweldige dingen doet. Of stomd de gansche wereld niet door stomme verbazing als verlamd te kijken toen Hitler het 6.000.000 groote Oostenrijk in enkele dagen inlijfde zonder oorlog en zonder bloed? Dat is de kracht van de mythe, geen maandenlang wikken en wegen: zullen wij 't wagen of niet wagen? , maar de spontane daad, die geschiedenis maakt en de wereld met bewondering vervult.

In kiem was er die vernieuwende macht vroeger ook al. Ze is overal waar het mysticisme verborgen leeft. Reeds in de middeleeuwscibe mystiek van Meister Eckehart (1226—1327), maar nog sluimerend. Toen had het „innerlijk licht" Eiiropa reeds kunnen redden, maar het werd verdonkerd door de vereering van het oude Bijbelboek. Ook de Her- Vöji-miiig ontstak het licnl nicL volicüg. Lulher heeft wel de verdienste, dat hij met de Roomsche prieslerheerschappij brak en het Christendom germaniseerde. Maar zijn dwaling was, dat hij vasthield aan het Oude Testament, niet radicaal brak met die verhalen van souteneurs en veehandelaars en niet teruggreep naar de Noordsche sagen en sproken. Zoo heeft hij er schuld aan, dat de Duitsche natie verjoodscht is en het nieuwe leven der Reformatie in kiem gesmoord werd. Maar nu, na vier eeuwen van donkerheid, breekt het Ucht volkomen door, in de mythe van de nieuwe religie, in de Noordsche, Germaansche, Arische mystiek. Nu wordt de Duitsche volksziel zich al meer be^ wust van goddelijke afkomst en zelf goddelijk te zijn.

En waarom dit voorrecht nu juist het Dmtsche volk te beurt valt? Dat is niet toevalüg zoo. Dat komt omdat bet Nordische, Arische, Germaanschö volk het ras is, waarin het edelste, schoonste ea beste van de pantheïstische godh-dd zich kon belichamen. En juist het Duitsche ras is het daarvoior bepaald gedisponeerde menschenras. Niet in elke groep van menschen, die toevalüg ergens samenwonen kan de vrije goddelijke ziel zich volledig mandfesteeren.

Geen wonder, dat die nieuwe, in den grond pantheïstische religie zich niet verdraagt met de Oud^Testamentische reUgie der Joden. Want hel Oude Testament leert een persoonlijk God. Alleen reeds de idee van een persoonlijk God is voor het Nationaal-Socialisme onverdragelijk. En dan een persoonlijk God, Die verklaart, dat Hij de Eenige, waarachtige God is, en van de goden der heidfenen, dat zij het maaksel van menschen zijn.

In beginsel gaat de strijd dan ook tusschen pantheïsme en theïsme, vergoddelijldng van den mensch en vreeze Gods. Rasechte volken hebben dan ook van zondebesef en schuldbewustzijn geen last. Nog minder hebben zij aan vergeving en verzoening der zonde behoefte. Beide zijn „onmannelijk, slaafsch, indruischend tegen den aard van den trotschen Germaan". Zondebesef en behoefte aan genade zijn volgens Rosenberg juist een begeleidend verschijnsel van physische verbastering. Zij komen voor bij volken, die door vermenging niet rasecht, d.i. minderwaardig zijn. „Volgens Diuter bereikt men het Godsrijk niet door verzoemng en rechtvaardiging, maar uitsluitend doior eigen zedelijke daad, zalig worden door genade en geloof is „jüdisch-materialistisch-pazifistisch". Er is alleen sprake van „Selbstbegnadung", waartoe de eugenetiek krachtig kan bijdragen. De „Arische geest roept om zelfhandhaving, de „Joodsche" geest roept om bekeering". (Dr Edelkoort).

Vandaar dien bitteren haat tegen het Oude Testament en schier nog erger tegen Jehovah, den God van het O. T. De grootste zonde van het Protesitantisme is, dat het 't Oude Testament tot Volksiboek heeft gemaakt; en van Luther, dat hij het bdjbelgcbruik van het Jodenboek ia het Duitsche volk heeft gebracht. Daardoor is de „woestijndaemon" Jehovali, de God van Europa geworden. En het is nu de taak der Duitsche kerk, het Duitsch'e volk van dien Jodenbijbel met zijn slaven- en loonmoraal te bevrijden. Zelfs door lirant en brochure wordt die haat tegen het Oude Testament tot ia schoolvertrek en woonkamer gebracht. Waar de ouders door traditie er nog aan vasthouden, vraagt zich de jeugd al meer af: „Waarom houdt de kerk nog steeds aan het Oude Testament vast? Vele predikanten stemmen reeds in met Dr Kupsch, < iie verklaarde: „Wij nalionaal-socialistein weigeren een kerk te betreden, waarin het Oude Testament nog als een heilig boek geldt. De nationale eenheid moet worden bekrachtigd door het geloof dat het Oude Testament verzaakt".

Het antisemitisme in DuitscUand keert zioh dan ook niet alleen tegen de Joden, maar evenzeer tegen de Christelijke kerk. '

Niet alleen het Oude, ook het Nieuwe Testament moet het ontgelden. Ook dat is veel te joodsch en moet van alle joodsche smetten gezuiverd worden. Dat is de reformatorische taak der bijbelcintiek. Het aa-gelooze Bijbelgeloof der Protestanten moet onherroepelijk verdwijnen. Alle joodsiche en evenzeer alle Christelijke elementen, die er door Mattheüs, Paulus e.a. zijn ingedragen, moeten er uit verwijderd worden. Alleen een bijbel met germaansche waarden mag er overblijven. Eigenlijk moet er naast of nog beter in de plaats van de vier Evangeliën een nieuw of vijfde Evangelie geschrei ven worden, het „notwendige fünfte Evangelium", zooals Rosenberg zei, en dan niet door een kerfce»lijke vergadering, maar door een volbloed naüornaal-socialist. Dan eerst krijgt het Duitsche volk het echte germaansche evangelie. Maar ook daarbij kan men niet blijven staan. Want wie het Oude Testament uit het Nieuwe Testament verwijdert, houdt geen wezenlijken Bijbel over. Augustinus heeft het eens heel duidelijk gezegd: Novum Testamentum in Vetere latei, Vetus Testamentum in Novo patet, het N. T. is in het Oude verborgen, het O. T. is in het Nieuwe geopenbaard. Het eene zit aan het andere onverbrekelijk vast. Valt het eene, dan valt ook het andere. Het heimelijke doel zal dan ook wel zijn het Duitsche volk van zijn Bijbel en van den God des Bijbels te berooven.

Voor Christus en Zijn kerk is er in dit stelsel natuurlijk geen plaats. Rosenberg en Dinter öedeu nog - een pugüïg öm riem te redden. Hij was niet van Joodsche afkomst, niet naar het vleesch uit Israël. Hij zou uit een Syrischen vader en een Roraeinsche moeder zijn gesproten. Dat Hij „nordisch" bloed heeft verklaart Rosenberg aldus, dat hij uit het heidensdi Galilea stamt, waar vroeger de Amorieten woonden, en uit die menschen met „arisch" bloed in de aderen is later de mensch Jezus geboren. Maar zelfs die poging om Jezus ais Ariër te behouden kon bij de „Duitsche geloofsbeweging" geen genade vinden. Ludendorff bijv. moest er niets van hebben. Hij wees Christus als „Vollblutjude" radicaal af. Zoo blijft er slechts een religie zonder Christus over.

Daaruit volgt per consequentie dat er ook geen „kerk van Christus" mag bestaan. Aanvankelijk verzekerde Hitler plechtig de Godsdienstvrijheid der kerken te zullen eerbiedigen. Maar in hoeverre? Antwoord: „vrijheid van alle godsdienstige belijdenissen van den Staat, voor zoover zij niet voor diens bestaan gevaar opleveren en in strijd zijn met het zedelijkheids- en moraalgevoel van het Duitsche ras". De totalitaire staait is belt meerdere; de bestaande kerken zijn het mindere. En „voor zooverre" het mindere, d.i. de kerk, het meerdere niet in gevaar brengt, mag zij bij de gratie van den Staat beslaan. In dat „voorzooverre" zit juist het gevaar. Volgens het Nationaal-Socialisme is het hoogste gezag wat de ovefheid gebiedt of verbiedt. Volgens de Sclirift is het hoogste gezag wat God gebiedt of verbiedt. Zoodra nu de Overheid gebiedt wat God in Zijn Woord verbiedt, moet de Kerk weigeren de Overheid te gehoorzamen.

Bij de doorwerking der Nationaal-Socialistisehe wereldbeschouwing blijkt dan ook duidelijk, dat die Kerk in gevaar is en al meer in gedrauig komt. De Mythe van het ras en het bloed is ook een nieuwe religie van het bloed. Zij' is de grondslag van een „nieuwe kerk", de kerk van het Duitsche a-as. Het zaad dier nieuwe kerk bestaat uit de begraven lichamen der millioenen gesneuvelden. Zij zijn de martelaren van het nieuwe geloof, van de mythe der 20ste eeuw. Alleen die nieuwe kerk heeft in de toekomst recht van bestaan. Alle oudere geloofsrichtingen en kerken moeien het veld ruimen: Rosenberg zei het duidelijk: „Het Katholicisme, Protestantisme, Jodendom, Naturalisme, moeten voor een nieuwe Wereldbeschouwing het veld ruimen, zoodat er niet meer aan gedacht wordt, evenals de lampen uitgedaan worden wanneer de morgenzon over de bergen schijnt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken