GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HOOFDARTIKEL

9 minuten leestijd

De Barchem-Beweglng.

IV.

We hebben hier dus het merkwaardige geval, dat de woorden „oprecht verlangen naair God", zoowel gebruikt kunnen worden door hen die in alle dingen rekening houden met het Woord Gods, als door hen, die sledits de menschehjke ervaring als uitgangspunt van hun beschouwingen willen bezigen. Aan deze woorden kan dus practiscli een ieder zijn eigen gedachten verbinden, hetzij hij' de bijbelsch© probleemstelling aanvaardt of niet.

Dit wordt door de Barchemieten ook toegegeven. „Het kan ons bij den aanvang niet deren, of dit lioogste woord onzer taal „God" naar den aaïd onzer traditie en van ons persoonlijk denken verschillend wordt opgevat. Natuurlijk wachten ons teleurstellingen. Natuurlijk moeten we dikwijls uiteen gaan zonder te begrijpen waarom de ander zijn laatste verlangens zoo formuleerde, zioh dus den samenhang dacht en den daaruit volgenden eisch, maar we blijven ons één weten, broeders van het Verlangen. Naast de teleurstelling verblijdt ook waarlijk telkens vervulling. Hoevelen zouden dit niet als een speciale verworvenheid van Barchem kunnen beschrijven, de verlossing van engheid, het uitstijgen boven schijnmuren, de gi-^oei tot wijdheid, de ervaring van gemeenschap, waar die nauwelijks gehoopt werd, en de verwerkelijking daaJ*na van practische kameraadschap. Men kan het dus zoo zeggen: het opreclit verlangen naar God, dat allen die terecht naar Barchem komen samenbindt, is de aanvankelijke ideêele eenheid, die zicii met woorden en daden zal moeten realiseeren, het is de fundeering èn de apotlieose, waartussahen de moeizame weg van het tekortschietend leven zich beweegt." i)

Maar als het waar is dat ieder bij deze foi-mule: „oprecht verlangen naar God" eigenlijk het zijne kan denken, dan Iieeft deze formule als eenheidsformule ook geen waarde meer. Dan is deze grondslag om daar op te bouwen denkbeeldig. Als een ieder bij deze formule het zijne denkt, dan komt men wel met dezelfde formule tot elkander, maar dan zijn er toch eigenlijk zooveel formules als er meeningen zijn.

Wie bij deze formule geen nadere verklaring vraagt, die heeft deze woorden bij voorbaat krachteloos gemaakt en op non-activiteit gezet. De Neo- Calvinist en de Neo-Marxist, die blijkens een uitlating uit een arülcel over „de organisatie van Barchem", beiden wel naar Barchem getogen zijn, denken bij deze woorden immers aan heel verschillende kwesties en vullen ze ieder met een eigen inhoud.

De Barchem-beweging staat op het standpunt; ieder die deze woorden op de een of andere manier wil naspreken is bij ons welkom. „Aan dit klare en vage symbool van het oprecht verlangen naar God wensöht de Barchemgemeenschapi zich te herkennen." ^)

In verband met hetgeen reeds opgemerkt weird, kan er nog het volgende aan toegevoegd worden. Het woord symbool dat gebezigd wordt om deze woorden te typeeren, is al zeer af te keur'en in dit verband. Dit symbool is geen belijdenis meer waaraan men houvast heeft, en is geen uitdrukking van gemeenschappelijk bezit.

Dat deze woorden vaag zijn, werd reeds uiteen gezet. En klaar zijn ze alleen in zoover als er door het bestuur van de Barchem-beweging een bepaalde uitleg aan gegeven wordt.

Men schrijft wel: Menschen van velerlei confessie, met aanmerkelijke verschillen in Godsbeschouwing, in houding tegenover het historisch Christendom, " in toepassing der religieuze waarden in leven en maatschappij, hebben te samen op onzen berg en onze heide geleefd, hebben gesproken van den katheder en geschreven in ons tijdschrift. Gonformatie aan een door besturen of vergaderingen vast te stellen norm, gelijkschakeling op een doorden leider bekrachtigd program waren ons ver en mogen ons ver blijven, s)

Maar intusschen geeft het bestuur van de Biarchem-gemeenschap een uitleg aan deze woorden, die lijnrecht indruischt tegen de belijdenis van hem die leeft bij het Woord Gods.

De vraag kan hier ook gesteld worden: Hoe komt men aan deze formule'? Waar heeft men ze gevonden? Over het verlangen naar God wordt gesproken in de Heilige Schrift. Maar dan is van deze schriftuurlijke gedachte een heel verkeeird gebruik gemaakt. Hier is door de Barohemieten een woord uit de Heilige Schrift losgemaakt en gebruikt op een wijze, die ontoelaatbaar is. We kunnen zelfs zeggen dat men hier een gedachte uit Gods Woord zich heeft toegeëigend, maar daar zijn eigen verklaring aan heeft gegeven.

Achter dezen verschillenden uitleg die aan deze woorden gegeven wordt, ligt dan ook een dieptingrijpend verschil in Schriftbeschouwing.

Ook dit wordt erkend. Het kan blijken uit de citaten die tot dusver gegeven werden om het gevoelen van de Barchemleden weer te geven. Maar men heeft gezegd: „In Barchem wordt een zeer hooge waarde gehecht aan het samen stil zijn, aan de wijdingsstonde lederen morgen, waar men bijeen zit en juist dan niet schroomt in meditatie en gebed zich in verlangen uit de diepste bron te laten vernieuwen. Bijna ieder heeft het moeten leeren, men zou onze verscheurde mensahheid niets beters te leeren toewenschen." *)

De dag zou voor de cursisten te Barchem dus niet goed zijn, als men zich niet had afgezonderd om sül te zijn en te bidden ieder voor zich zelf. De meditatie en de stille overpeinzing dat is de tooverformule, waarmee men voor een oogenblik de menschen die samenzijn aan elkander wil trachten te verbinden.

Het moet een bijzonder gezicht zijn vele menschen, van heinde en ver, uit allerlei kring gekomen, ia stilte en gebed in een zaal te ziait samenzitten. Het moet er dan ©en oogenblik de schijn van hebben alsof het er met kerk en christendom in de wereld nog niet zoo slecht voor^ staat en dat vele menschen diep in hun hart voor den godsdienst nog meer gevoelen dan ze in de dagelijksche practijk van het leven eigenlijk wel woord wUlen hebben. Menschen, die in het dagelijksche leven soms vlak tegenover elkander staan en elkaar scherp bestrijden, omdat ze uit geheel verschillende overtuiging leven, kunnen toch in zoo'n wijdingsstonde samen stil neerzitten in diep gepeins verzonken.

Maar wanneer dat uur weer voorbij is en da debatten weer geopend worden en de werkelijkheid van het leven weerkeert, dan, dan is er voor hel! gebed geen plaats meer over, en leeft men weer naast elkaar voort ieder met zijn edgen ideeën en zijn eigen gedachten.

Hoe komt dat nu? Dat komt omdat ook bij' deze wijdingsstonde niet gedacht wordt aan den inhoud van het echte gebed. Wat behoort tot zulk een gebed dat Gode aangenaam is? zoo^ vraagt de Heidelbergsche Catechismus; en het antwoord is: Eerstelijk dat wij alleen den eenigen, waren God die Zich in Zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, om al hetgeen dat Hij ons geboden heeft te bidden, van harte aanroepen... Voorts dat wij dezen vasten grond hebben, dat Hij ons gebed... om des

Heeren Christus wil zekeriijk wil vefhooi'en, gelijk Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft. (Vraag en antwoord! 117.)

Weer moet dus teruggewezen worden naair het Woord Gods.

Zoo dra men zich stellen wil onder de tucht van het Woord Gods, zal het voor en na de wijdingsstonde in dezen cursus er zonder twijfel anders uitzien en zal men ook meer en beter elkander kunnen onderwijzen.

W© moeten weer tot de conclusie komen: Men kan wel een oogenblik in stil gepeins neerzitten, maar als ieder daarbij zijn eigen gadaohten behoudt, en niet geleid door het Woord Gods en den Geest Gods zijn hart opheft tot den God ©n Vader van onzen Heere Jezus Christus, sohiet men nog niets op.

Da Barchem-menschen kunnen wel in de wijdingsstonde gezamenlijk stU zijn en daarbij voor het oog der wereld een manifestatie geven van de ©ens„gezind"heid, maar als ieder in deze stilte het zijne blijft denken dan zijn we na de wij dings-' stonde evenver.

En daarom moet het gezegd worden: Het Woord Gods moet vooropgaan. Als men dus samen bidt is het een vraag van de eerste orde, of men van harte gelooft het Woord Gods en het evangelie van Jezus Christus. Als men het Woord' niet gelooft kan men wel samen In stilte neerzitten , — natuurlijk, niemand kan dat verhinderen —, maar dan zal er tocli geen vooruitgang en ook geen wezenlijke winst te boeken zijn. Dan blijft de scheidslijn even diep in wezen en de verwarring in werkelijkheid even groot.

Alleen wie de belofte van het evangelie en het Woord Gods met een oprecht geloof aannemen, die zullen kunnen bidden tot den God des levens in eenheid met de anderen. Die zullen in de gemeenschap der heiligen dankend erkennen Gods genade en smeeken om de voortgaande leiding van Gods Geest.

En zoo is het antwoord ook gevonden opi de vraag: Hoe maken we eenheid? waarachtige eenheid? Och het is eigenlijk de oude kwestie, die ook in geding geweest is bij de verhouding tot den wereldbond van kerken en bij' de verhouding tot menige andere organisatie.

We zullen de eenheid nooit bevorderen door een zoo algemeen mogelijken grondslag te nemen om toch maar zooveel mogelijk menschen bij elkaar te kunnen brengen, maar de eenheid wordt alleen bevorderd door zoo getrouw mogelijk te arbeiden op het fundament dat gelegd werd door Jezus Christus. Zal er ooit in de werkelijk grenzelooze verwarring van onze dagen orde gebracht kunnen worden, dan moet er terugkeer zijh tot heE Woordl, dan moet er in gehoorzaamheid geluisterd worden naar de opening der Sahriften.

Ook een beweging als die der Woodbrookers in Holland, kan aan de verwarring, hoe hard het ook klinken mag, naar onze stelhge overtuiging geen einde helpen maken, maar ze slechts vermeerderen.

De mensdien die daar komen op de cursussen en ledenvergaderingen gaan wellicht heen met het besef, dat anderen ook met groote levensvragen worstelen, maar zoolang aan het oprecht verlangen naar God officieel een uitleg gegeven wordt, die het Woord Gods negeert, zal men daar uit de moeilijkheden niet uitgeheven kunnen worden.

De eenheid wordt daarentegen verkregen door in het geloof de Sclirift te openen. Gods Woord zegt ons, dat we mede-arbeiders Gods zullen zijn, en dat wij' in het geloof eiken dag zullen handelen „naar ons inzicht in de geopenbaard© dingen". De Schrift heeft ons de grondregels gegeven, die ons moeten leiden in het mede-arbeiden met God, opdat de voleinding der eeuwen zou mogen worden bereikt, waarin de eenheid volkomen zal zijn; de eenheid van hen die Jezus Christus als hun Heiland en Verlosser naar de Schriften belijden.


1) a.w. pag. 8. 2) a.w. pag. 8.

3) a.w. pag 5. 4) a.w. pag. 9.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken