GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE SCHRIFT

4 minuten leestijd

„De Heer zal voor u strijden en gij zult stille zijn". Exodus 14: 14.

Stille zijn.

Het was een vreeselijke toestand, waarin Israël zich bevond.

Vóór hen: de Roode Zee. Achter hen: Farao's leger. Rechts en links: onbeklimbare rotsen. Maar het vreeselijkste was, dat het volk in deze benarde situatie was gekomen, omdat het Gods stem had gehoorzaamd en volgens Gods bevel had gehandeld.

Zoo kan het nóg gebeuren. Als wij ons door den HEERE laten leiden en gehoorzaam volgen, beteekent dit niet, dat onze voet enkel effen paden vindt en wij voor moeilijkheden gespaard blijven. Integendeel: onder de leiding van 's HEEREN hand kunnen wij in heel moeilijke omstandigheden komen en — nu eens „menschelijk" gesproken — deze omstandigheden zouden we misschien hebben kunnen ontloopen, als wij eigen wegen waren gegaan.

Toch: er is 'n groot verschil. Als wij door eigen schuldin dergelijke situatie komen, dan moeten wij, tenzij wij ons bekeeren tot gehoorzaamheid aan den HEERE, ook door eigen kracht, welke onmacht is, er weer uit trachten te komen. Maar als wij, gaande in den weg der gehoorzaamheid, onder 's HEEREN hoog bestel, in nood gekomen zijn, dan is er een geheel andere weg. „De HEERE zal voor u strijden en gij zult stille zijn."

Dan kunnen wij heel rustig zijn. Wij weten, hoe het toen met Israël is gegaan. Wat toen de grootste moeilijkheid scheen te zijn, werd in Gods handen als middel tot redding gebruikt: de Roode Zee.

Roept ons dit heilsfeit van den Ouden Dag niet krachtig toe: „Laat Hem besturenj waken; 'tis wijsheid, wat Hij doet. Hij zal 't al zoo maken, dat g' u verwondren moet? " Stille zijn.

Dus niet zichzelf willen helpen. Niet trachten door eigen kracht er bovenop te komen. Maar „in stilheid en vertrouwen zal uw sterkte zijn".

't Is als bij de redding van een drenkeling. Zoolang hij om zich heen slaat, zoolang hij' zichzelf wil helpen of mee wil helpen, kan de redder niets doen en moet deze zelfs op een afstand blijven, anders wordt hij zelf no^ mee in de diepte getrokken. Maar zoodra de drenkeling zijn eigen pogingen opgeeft en volslagen passief wordt, zoodra hij zich maar laat redden, is er ook mogelijkheid van behoud.

„Stille zijn".

Dat is overgave. Gelóóf. Maar die overgave is alleen mogelijk voor hem, ie weet, dat onder eigen zinken, de Redder hem oort en op zijn roepen uit de diepte hem ter hulpe snelt.

En dat wéten wij, zooals 't benarde Israël het wist.

Wij weten het in 't Verbond, dat vastligt in Christus Jezus, ook als bergen wankelen en heuvelen wijken.

Wij weten het uit het Woord, door Mozes in 's HEEREN Naam uitgedragen en sindsdien voor alle eeuwen, voor heel de Kerk en voor ieder kind van God van Icracht: „De HEERE zal voor u strijden".

Wat dat beteekent: we zien het in de feiten, waardoor de HEERE Zijn heil voor die Hem vreezen heeft gewrocht. We zien het bij de oevers der Schelfzee, waar Israël uit zoo groeten nood en dood verlost, jubelde : „Uw weg was i n de zee, Uw pad i n groote waat'ren, Uw voetstappen werden niet bekend". (Psalm 77)

We zien 't heel de verbondsgeschiedenis dóór et haar wonderen van goddelijke verlossing. We zien 't het geweldigste, het meest wonderaai-lijk, op Calvariëns-top, waar Hij Zijn volk ten goede het Kruis Zijns Zoons heeft geplant. En we zullen het zien, naar Zijn belofte, dwars oor allen nood en alle raadsel der historie heen, als m Zijn dag onze Christus keert om verheerlijkt e worden in allen die gelooven en wonderbaar in Zijn heiligen.

Maar zoo waarlijk we dit wéten, laten we 't dan ook weten.

Geen ijdele zorg doe ons van 'theilspoor dwalen, oudt m Uw weg 'toog op God gericht!" (Ps. 37). Wees stil.

Geef uzelf met al uw nood vertrouwend in Zijn hand en geloof, gelóóf het toch:

U zullen, als op Mozes' beê, Wanneer uw pad loopt door de zee. Geen waat'ren o verstroomen!" (Ps. 103).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 november 1939

De Reformatie | 8 Pagina's