GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Folklore.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Folklore.

4 minuten leestijd

Onlangs is in dit blad door bevoegde hand (Dr C. Tazelaar) over folklore gesproken en een sympathieke beoordeeling gegeven van mijn onlangs versclienen „Nederlandsch Volksgeloof". Wamieer ik thans ook hier ter plaatse een kleine opmerking over folklore wilde maken, dan is, het ter beantwoording van een paar punten, die ik inzake mijn boekje in de christelijke pers vond vermeld en in de hoop, hierdoor verhelderend te kunnen werken.

In het „Schiedamsch Kerkblad" van 21 Maart beveelt Joh. Breevoort mijn geschrift aan, maar noemt als bedenking, dat ik heidendom en bijgeloof ten onrechte zoek achter doodgewone geneesmiddelen zooals genezing van rheumatiefc door een hond bij zioh te doen liggen en genezing van winterhanden door urine-bevóchtiging.

Ik kan het niet, meit de geachte schrijfster eens zijn. In mijn boek meende^ ik, te hebben doen zien welke voorstelhng aan hef bedoelde rheumatiekgeneesmiddel ten grondslag ligt. Ik wil hog twee voorbeelden geven. D'e directeur van den dierentuin te Bresiau kreeg' j'CIL een eenvoudig man het schriftelijk verzoek om een of ander uitbeiemsch diertje te mogen Ontvangen opdat, door contact, het gif der rlieumatiek op dat beest zou trekken. Toen onlatigs een bevriende dame mij uit het leven van haar grootmoeder vertelde, trof mij de mededeeling', dat deze, een teringlijderes, een hondje bij zich op bed had genomen ter overname van de ziekte.

Uit die tweiC' voorbeelden, waartoe ik mij nu beperk, blijkt reeds, dat ©en hond niet het eenige dier is, waarop men ziekte overdraagt én dat overdracht niet enkel in 't geval van rheumatiek geschiedt. Ik leg hierop den nadruk, omdat Joh. Breevoort vertelt, dat genezing van rheumatiek door contact met ©en hond ook plaats vond bij patiënten die enkel uit gewoonte (en dus niet uit bijgeloof) een hond bij zich op canapé of bed namen. Wanneer het geloof enkel rheumatiek en enkel een hond betrof, dan zouden wij er eerder toe kunnen komen om aan de therapie een bizonder©, op ervaring berustende waarde toe te kennen. Thans echter staan wij voor 't feit, dat het inderdaad gaat om 't geloof aan transplantabiliteit van ziekten in 't algemeen. En deze gedachte spruit uit een primitieve denkwijze (en wel de concrete denkwijze die natuurvolken eigen is), welke de onze niet kan zijn. Wij weten, dat wij ouderen kunnen besmetten door bepaalde ziekten, maar wij zijn ons tevensbewust, dat wij hierdoor . de ziekte niet als een tastbaar concreet iets van ons zelf hebben weggedi-agen, gelijk een voorwerp, dat .dan bij een ander en niet meer bij óns is.

Echter is .hiermede niet gezegd, dat wij de geneesmethode moeten ontraden. Immers is het denkbaar, dat geneesmethoden, die hun oorsprong vinden in verkeerde begrippen, toch in de practijk blijken een meer of minder therapeutische waarde te bezitten. Er zijn werkingen aie voor ons, met onze beperkte inzichten, duister blijven. En in mijn „NederlandSch Vollcsgeloof" heb ik mij dan ook niet op een hooghartig en eenzijdig standpunt gesteld, dat bewijzen reeds mijn metiedeelingen aangaande wrattengenezing.

Ik acht dus de mogelijkheid van een gunstig effect der Jcuur niet buitengesloten, maar men kan dan toch niet met Joh. Breevoort spreken van „doodgewone dingen", „eenvoudig een geneesmiddel". Evenmin kan men dit zeggen van de eerder genoemde urine-therapie. Ik ken de geschiedenis dezer geneesmethode niet, maar als men de verschillende volksgebruiken in verband leert zien, dan is het duidelijk, dat het genezen van winterhanden met urine, het genezen van diezelfde kwaal met versch varkensbloed en het genezen van wonden door besmering met faeces (een tijd geleden werd' mij nog een geval bekend, waarin een aan mastitis lijdende vrouw in mijn woonplaats dit middel toepaste) uit eenzelfde begripswereld zijn ontstaan: de meening, dat in bloed, faeoes en urine een magische kracht ligt. Het is dus een „heidensche" opvatting, welke aan die

gebruiken ten grondslag ligt, waarmee-niet gezegd is, dat ik ze op dien grond waardeloos acht. Bovendien kan ik, die geen medicus ben, niet precies beoordeelen in hoeverre de toepassing dier therapie gevaarlijk is.

Naschrift van de Redactie. Zonder ons ïn de quaestie partij te stellen geven we op verzoek van den heer Ucwin aan dit „Ingezonden" plaats.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1925

De Reformatie | 4 Pagina's

Folklore.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1925

De Reformatie | 4 Pagina's