GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

KERKELIJK LEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJK LEVEN

6 minuten leestijd

Als ik Chiristelijk Historisch was..... II.

Nog een paar dingen heb ik in de rede of in het verslag van de rede van prof. Slotemaker de Bruine recht te zetten, vóór ik mij' op Christelijk Historisch standpunt stel en van daaruit wat hij sprak beoordeel.

Zoo is b.v. zijn voorstelling v, an de subsidiëering van het Bijzonder Hooger Onderwijs niet korrekt.

Hij prijst, gelijk wij zagen, de roomsch-katholieken en - de anti-revolutionairen, omdat zij voor hun geestvervi/anten een hoogleeraarsplaats aan de openbare Universiteit aanvaarden.

De onjuistheid hiervan hebben we een vorig maal aangetoond. Hij konstateert hier als feit wat volstrekt geen feit is.

Daarmee vervalt ook zijn waardeering, dat zij zich daarmee stellen op Nederlandsch standpunt, wijl het beteekent eenheid van studie en nationale samenwerking.

De gebruikelijke waardeeringsme'thode kan hier geen dienst doen.

Met wijlen prof. Is van Dijk zijn we het eens, dat men in den tegenwoordigen tijd lijdt aan een overmaat van waardeering.

Die waardeering is hoogst eenzijdig.

Ze raakt slechts bijkomstigheden, maar .piet het wezen.

Want dat er een paar Roomsche en Gereformeerde hoogleeraren arbeiden aan openbare universiteiten is iets zeer 'bijkomstigs.

En de Roomschen èn de Calvinisten in ons land hebben zich zeer beslist uitgesproken voor een. universiteit, welke op den grondslag van hun beginselen staat.

Dat is het wezen der zaaTj.

Daarom houdt de waardeering van prof. Slotemaker de Bruine eigenlijk afkeuring in.

De universiteit, die een principiëele basis heeft, is voor hem on-Nederlandsch.

Zij verstoort de eenheid van studie.

Zij toont zich afkeerig van nationale samenwerking.

Zij is veroordeeld.

Het zijn echt liberalistische klanken, welke prof. Slotemaker de Bruine hier doet hooren.

Van liberalistische zijde heeft men ons uit den treure voor de voeten geworpen: gij verdeelt de natie, in plaats van eenheid brengt gij verscheuring. Echte vaderlandsliefde werd alleen bij de Thorbeckianen gevonden, niet bij ons.

Wanneer liberalen zoO' iets beweren, maakt het geen indruk meer op ons. Wij zijn er immuun voor geworden.

Maar wanneer iemand, die zooveel dichter bij ons staat, die beschuldiging overneemt, doet het even pijn.

De 'Vrije Universiteit heeft het in haar bijna vijftig-jarig bestaan bewezen, dat zij het heil der Nederlandsche natie beoogt.

Niet de optelsom van alle gevoelens, welke op Nederlandschen bodem tot uiting komen, mag als Nederlandsch, als nationaal worden aangemerkt, maar dat, wat werkelijk de verheffing van Nederland als natie beoogt.

Prof. Slotemaker de Bruine laat de kwantiteit het zwaarst wegen.

Wij de kwaliteit.

En een kwantitatieve beschouwing karakteriseert zich steeds door oppervlakkigheid.

Het oog voor het diepere wordt er door verduisterd.

Zelfs heeft het als gevolg feiten, welke men niet gebruiken kan, over het hoofd te zien.

Zoo verging het ook prof. Slotemaker'de Bruine.

Hij zegt: „Op dit standpunt (n.l. het denkbeeldig Nederlandsche, waarop Roomschen en Anti-revolutionairen zich zouden hebben gesteld door voor hun geestverwanten hoogleeraarsplaatsen te aanvaarden) is subsidiëering van'iet bijzonder hooger onderwijs ondenkbaar. Kuyper heeft dit gevoeld, toen hij in 1903 de Vrije Universiteit verdedigde, met de openbare universiteit te kenschetsen aJs rationalistisch en paganistisch. Is de openbare universiteit dat niet, dan is de bijzondere universiteit niet noodig. Lohman heeft in de reeds genoemde Kamerrede van 1904 gezegd, dat hij voor het bijzonder hooger onderwijs geen penning wenschte".

En een weinig vroeger laat het verslag hem uitspreken, dat het beginsel der financiëele gelijkstelling door, de wet is aanvaard voor het algemeen vormend lager onderwijs: „voor het algemeen vormend m(ic|delbaar) o(nderwijs) is niet gelijkstelling, maar subsidie-toekenning aanvaard en voor het overige is er niets aanvaard, voor het bewaarschoolonderwijs niet, voor het nijverheidsonderwijs niet, voor het vakonderwijs niet en het h(ooger) o(nderwijs) niet."

Hierin nu vergist Prof. Slotemaker de Bruine zich deerlijk.

Wij wijzen nu niet op de subsidiëering van het experimenteele physisch onderzoek, dat later aan den arbeid der Vrije Universiteit is toegekend.

Maar reeds bij de Hoogeronderwijswet van Kuyper is subsidiëering van de Vrije Universiteit bedongen.

Zij zou 100.000 gulden ontvangen verdeeld over 25 jaar.

Alzoo 4000 gulden per jaar.

Dat is ook geregeld uitgekeerd.

Die subsidie is ridikuul laag.

Wij hebben haar eens een jodenfooi genoemd.

Doch het beginsel van subsidiëering is daarmee wettelijk vastgelegd.

Nu prof. Slotemaker de Bruine zoo vrij' was dit te vergeten, zijn wij zoo vrij hem hieraan te herinneren.

Dit feit staat vast.

En het laat zich niet door stoute beweringen omverkegelen.

Daarmee ligt een essentieel deel van het betoog van prof. Slotemaker de Brmne tegen de vlakte.

Het vergt van Jnem. een nieuwe redevoering.

Zijn beschouwing moet daardoor een algeheels herziening ondergaan.

Getorpedeerd ?

Ds M. van Grieken betreurt het in de Waarheidsvriend, dat door tegenstand van leden der Gereformeerde Kerken de samenwerking van alle Gereformeerden in ons land aanmerkelijk averij heeft o-pgeloopen.

Hij schrijft: „En zoo is onze Calvinistenbond getorpedeerd vóór dat het schip is uitgevaren, nog in de haven liggend."

Wij bejammeren bet met hem, dat veel medewerking, waarop we gehoopt hadden, is onthouden.

Maar zóó donker als hij zien wij den toestand niet in.

Van torpedeeren is hier werkelijk geen sprake.

Varen kan de Calvinistenbond toch.

Hij zal het voorloopig alleen met wat minder bemanning moeten doen.

Daardoor zal hij niet zooveel knoopen in het uur kunnen maken, als waarop gerekend was.

Maar het lijkt ons geraden het zeewaardige schip niettemin in gebruik te nemen.

En als dan zij, die nu nog hoofdschuddend' aan den wal staan, voor hun oogen zien, dat het goed gaat, zullen ook zij zich laten aanmonsteren.

Een Calvinist moet niet zoo spoedig het hoofd laten hangen.

Geen anti-kritiek.

Naar ik hoorde is er eenige kritiek gekomen op het rapport over de uitbreiding onzer belijdenis.

Ik "ben nog niet zoover door mijn werk heen, dat ik er kaïnis van kon nemen.

Maar ook als ik er aian ben toegekomen, zal ik mij, hoezeer deze zaak mij ter harte gaat, wel wachten ©r anti-kritiek op uit te oefenen.

Dat houdt natuurlijk niet in, dat zulk eer^ antikritiek niet te leveren is.

Doch waar het rapport ook door mij is onderteekend, geloot ik, dat de verdediging ervan, voorzoover mijn deel betreft, en de ontzenuwing van de argumenten der kritiek, eerst op de Synode moet plaats hebben.

Het lijkt mij minder gewenscht, dat rapporteurs, vóór de Synode samenkomt, ïiun rapport in bescherming nemen.

Op dit punt ontsta dan geen misverstand.

Men late er zijn opinie niet door beïnvloeden. Men waehte rustig af.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1930

De Reformatie | 4 Pagina's

KERKELIJK LEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1930

De Reformatie | 4 Pagina's