GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voorrecht en verantwoordelijkheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voorrecht en verantwoordelijkheid

9 minuten leestijd

„Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik u alleen gekend: daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over u bezoeken.” Amos 3 : 2.

UIT DE SCHRIFT

Amos heeft in de voorgaande hoofdstukken het oordeel Gods over de zonden der volkeren aangekondigd. De HERE is wel in het bijzonder de God van Israël, maar ook de heidenen ontgaan hun straf niet. Om drie, ja vier overtredingen is het gericht zeker over Damascus en de Filistijnen, over Tyrus en Edom, over de Ammonieten en de Moabieten.

Maar daarna zijn ook Juda en Israël aan de beurt gekomen. In naam des HEREN heeft Amos gesproken: „Daarom zal Ik eèn vuur in Juda zenden, dat zal Jeruzalems paleizen verteren" (2 : 5). En wat het tienstammenrijk betreft, heeft Amos dit dreigende woord moeten spreken: „Zie Ik maak, dat het onder u zal kraken, gelijk een wagen kraakt, van garven overvol" (2 : 13).

Dat zal vele hoorders van Amos wel vreemd in de oren geklonken hebben. Juist in tijden van verval leeft bij vele leden van het volk des HEREN de gedachte, dat het altijd goed zal gaan. Dan luistert men gaarne naar goede, troostrijke woorden van profeten, die pleisteren met loze kalk. Dan is het woord op veler lippen: „Des HEREN tempel, des HEREN tempel, des HEREN tempel zijn deze" (Jer. 7:4). Juist de zondaars, die door het zwaard zullen vergaan vanwege hun goddeloosheid, zeggen dan: , , Het Kwaad zal tot ons niet genaken, noch ons overkomen" (Amos 9 : 10). In dagen dat de oversten het recht buigen om een geschenk en de priesters lei-en om loon en profeten waarzeggen om geld, steunen dezen toch (zogenaamd) op de HERE en zeggen: , , Is de HERE niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen" (Micha 3 : 11).

Omdat velen het wel vreemd zullen vinden, dat Amos aan het volk des HEREN het gericht aankondigde, gaat hij dat nu nader verklaren. , , Hoort dit woord, dat de HERE tegen ulieden spreekt, gij kinderen van Israël, namelijk tegen het ganse geslacht, dat Ik uit Egypteland heb opgevoerd" (vs 1). Met nadruk zegt hij: tegen ulieden. Niet alleen de goddeloze heidenen hebben te beven voor Gods gerichten, maar ook het volk des HEREN, dat trouweloos handelt.

Heerlijk is het voorrecht, dat God aan Zijn volk heeft geschonken. , , Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik ulieden alleen gekend." Hier herhaalt Amos wat we lezen in Deuteronomium 7:6: „Want gij zijt een heilig volk de HERE uw God: u heeft de HERE uw God verkoren, dat gij Hem ten volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op de aardbodem zijn."

Als Amos zegt, dat God zijn volk gekend heeft, dan wil dat niet maar zeggen, dat Hij alles van hen wist. Maar dan wil hij zeggen, dat er tussen de HERE en zijn volk een zeer bizondere relatie bestond. Hij heeft met zijn volk het verbond opgericht. Hij heeft voor zijn volk gezorgd, zoals een man voor z'n vrouw zorgt. De Roomse vertaling heeft: „Voor u alleen heb ik zorg gedragen onder alle geslachten der aarde." God heeft zijn volk in zijn genade aangezien, met goedertierenheid het omringd, het wonderlijk bevoorrecht boven andere volken. Hij heeft zijn volk verkoren zijn schat te zijn in deze wereld.

Kennen heeft hier dezelfde zin als in Psakn 1:6: , , De HERE kent de weg der rechtvaardigen." En in Genesis 18:19: „Want Ik heb hem (Abraham) gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij de weg des HEREN houden, om te doen gerechtigheid en gericht; opdat de HERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft."

God heeft zijn volk gekend in zijn verkiezende liefde. Dat is niet iets om groots op te zijn. Dat is geen reden om in zichzelf te roemen. Dat verstaat de wereld niet. Die vindt het grenzeloos hoogmoedig, wanneer het volk des HEREN roemt in Gods verkiezende liefde. Celsus, een der eerste vinnige bestrijders van het christendom, gaf de volgende caricatuur van Joden en Christenen die roemen in hun verkiezing: „Ze komen mij voor als een troep vleermuizen of mieren, die uit hun holen komen, of kikvorsen, die bij een moeras zitten, of wormen, die een vergadering houden op de hoek van een mesthoop en onder mekaar zeggen: „Ons openbaart en verkondigt God alles. Hij bekommert zich niet om de rest van de wereld, wij zijn de enige wezens, met wie Hij omgaat Ons is alles onderworpen: de aarde, het water, de lucht, de sterren." Dat is een spotbeeld van de echte, verkiezende liefde Gods voor zijn volk. Wanneer we goed verstaan wat het is, dat God ons gekend heeft uit alle geslachten der aarde, dan roemen we niet in ons zelf, maar alleen in Gods genade over ons en onze kinderen. En dan maken we van die genade Gods geen oorkussen om maar in de zonde te leven. Dan denken we niet in vleselijke gerustheid: het komt met ons altijd terecht. Want God kent zijn volk, opdat het nu ook Hem zou kennen. Hij kent de zijnen, opdat zij nu ook van alle ongerechtigheid zouden afstaan. Hij zorgt voor zijn volk, opdat het zijn geboden zou bewaren en in zijn wegen wandelen. En als het volk des HEREN dat niet wil, dan zal de HERE zgn volk straks niet meer in liefde kennen, maar in zijn toorn bezoeken.

Zó zegt het Amos: „daarom.zal Ik al uw ongerechtigheden over u bezoeken." Die ongerechtigheden of verkeerdheden zijn in het voorafgaande genoemd. Zij hebben „de wet des HEREN verworpen en zijn inzettingen niet bewaard" (2:4). God zal hen straffen, „omdat zij de rechtvaardige voor geld verkopen en de nooddruftige om een paar schoenen" (2 : 6). Ze maken zich schuldig aan onderdrukking der armen. Ze ontheiligen Gods heilige Naam door ontucht. Ze krenken het recht en maken van de onrechtvaardige mammon goede sier (2 : 7, 8). Ze leven als een krom en verdraaid geslacht. En juist omdat zij door de HERE gekend zijn, daarom zal Hij die zonden aan hen bezoeken.

Bezoeken, dat is niet maar een visite brengen. Bezoeken wil zeggen: omzien naar. Als de HERE zijn volk bezoekt, naar zijn volk omziet, dan kan dat zijn ten goede. Als we in Gen. 21 : 1 lezen, dat de HERE Sara bezocht, gelijk Hij gezegd had, dan wil dat zeggen, dat de HERE zijn belofte aan Sara vervulde: ze ontving dè beloofde zoon. Als we in Ruth 1 : 6 lezen, dat Naomi gehoord had, in het land van Moab, dat de HERE zijn volk bezocht had, dan vinden we de nadere verklaring in het vervolg: gevende hun brood. Als de HERE zijn volk bezoekt kan het een zegen zijn. Maar het kan ook een oordeel en straf zijij.

We kennen allen wel de bekende uitdrukking uit de wet des HEREN: „Ik ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen" (Ex. 20 VS 5). God straft de zonden der vaderen in de geslachten. Welnu, die betekenis heeft bezoeken in de tekst van Amos ook.

Verschillende vertalingen hebben in plaats van bezoeken: bestraffen of straffen of laten boeten. God zal ook zijn eigen volk wel vinden. Ja juist zijn eigen volk zal Hij straffen in zijn toorn, als het zich niet bekeert.

Amos noemt de zonde van Israël , , verkeerdheid, om de groote ondankbaarheid, die zich erin openbaart, om het krasse ingaan tegen de verkiezende liefde van Jahve, die zijn volk heilig hebben wil. Doch Jahve, die alle ongerechtigheid haat, kan allerminst berusten in de verkeerdheden van zijn uitverkoren volk. In het strenge toezien op Israels ongerechtigheden openbaart Hij zijn onveranderlijke trouw als God des verbonds" (Van Gelderen).

Ook deze woorden zijn geschreven tot waarschuwing van ons, op wie de einden der eeuwen gekomen zijn (1 Cor. 10 : 11). Er is over de „gekenden" wel eens zo gesproken, dat men zou denken: die hebben nooit meer iets te vrezen. De verkiezing is wel eens zo geleerd, dat hele geslachten dachten: ons kan eigenlijk de toorn Gods nooit meer treffen. Maar zo spreekt de Bijbel over verkiezing nooit. Was het voor Chorazin en Bethsaida niet een heerlijk voorrecht, dat de krachten van de Here Jezus in haar geschied waren? Inderdaad. Was Kapernaüm niet tot de hemel toe verhoogd, doordat zij Jezus binnen haar muren mocht hebben als bewoner? Zonder twijfel. Maar Jezus zegt, dat het Tyrus en Sidon verdraaglijker zal zijn in de dag des oordeels dan bewoners van die steden, die zich niet bekeerd hebben.

Dit alles geldt vandaag nog. Nu komt het er niet alleen op aan, dat we weer zuiver in de leer zijn. Want iemand kan nog zo zuiver in de leer zijn en toch in de praktijk zorgeloos leven. Laten we maar toezien.

Zijn er verkeerdheden bij u of mij? Dan moeten wc die haastig wegdoen. Uit vrees voor Gods toorn. Omdat we de gunst des HEREN niet willen missen. Omdat we beven voor Gods straffen. Doen we dat?

Ik las dezer dagen bij Origenes, dat wij wel van „toorn" Gods spreken, maar dat dit eigenlijk geen aandoening van God was. Zo sprak Origenes, een groot theoloog. De Bijbel spreekt anders. God toomt over de zonde, juist over de zonde van zijn volk. We doen de HERE verdriet door onze verkeerdheden. En Hij zal ze straffen, als we er in voortleven. We zullen het gewaar worden, vaak reeds in dit leven. Gods kinderen zondigen niet goedkoop. En anders zullen we niet bestaan in het gericht aan het einde der dagen. Bedenkt het wel: God kende ons, opdat wij Hem zouden kennen. God verkoor ons, opdat we zouden zijn een heilig volk. , , Weest heilig, want Ik ben heilig" (1 Petrus 1 : 16). „Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is" (Matth. 5 : 48).

, , Ik zal de heerschappij doen duren bij zijn zaad. Zolang de hemel zelf op vaste pijlers staat. Maar zo zijn kind'ren ooit Mijn zuiv're wet verlaten, Zo 't richtsnoer van Mijn wet ter reeg'ling niet kan

baten, Zo zij ontheiligen, wat Ik heb voorgeschreven. Dan mogen zij gewis voor Mijne straffen beven".

(Psahn 89 : 13).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 september 1952

De Reformatie | 8 Pagina's

Voorrecht en verantwoordelijkheid

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 september 1952

De Reformatie | 8 Pagina's