GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Iets over het Antinomianisme in de 17e eeuw.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Iets over het Antinomianisme in de 17e eeuw.

4 minuten leestijd

XXI.

DE THEOLOGISCHE STUKKEN.

Lang genoeg had de Classis zich nu bezig gehouden met de feiten en gesprekken, van welke Ds. Stroobant beschuldigd was. Het werd nu meer dan tijd de leerpunten onder de oogen te zien, tenzij de beschuldigde volledige bekentenis van schuld wilde afleggen. Daar hij hierop nog geen plan had te antwoorden, ontvingen de afgevaardigden voor deze zaak op de vergadering van 9 Pebr. 1690 het woord.

Him taak was, om te rapporteeren, wat zij dachten van Stroobants antwoorden op hunne leerstellige vragen, ."^ooraf lieten zij zes consideratiën voorafgaan.

1. is Stroobant in zijn antwoord in strijd met zijne ''ooïafgaande, door getuigen gestaafde, uitspraken;

2. heeft hij tot nu toe zich »raet sooveel onwaarheden *n bedekselen der schande beholpen" ;

3-is zijne orthodoxe verklaring (in zijn antwoord) in ^Wjd met zijne vorige verklaring »in 't bijwezen van DD. ^chores en Ds. Hulsius en van mij op den 7 October 1689 over de plaatse Mth. 7 : 13, 14 sonneclaer gebleken";

4. verandert hij dikwijls van gevoelen;

5. Gaat hij om met menschen (hoe eerlijk en onbesproken zij ook anderszins mochten wezen van handel en wandel in hunne burgerlijke bedieningen) die van het gemeen gevoelen van de gereformeerde kerk in het stuk van gewonen predikdienst en leeraarsambten zoo verschillend spreken, en uit dien hoofde zich ook wel veelszins van de gewone predicatiën in Middelburg onttrokken.”

6. Dat doet hij ondanks vermaan zijner vrienden. En nu de leerpunten.

I. Over het geied.

Het antwoord van Stroobant over de noodzakelijkheid van het gebed is goed, zeggen de gedeputeerden, maar Van Hattem was ook bereid den ganschen Catechismus te onderteekenen. Bovendien sluit het antwoord van den Catechismus, door Stroobant aangehaald, »dat God zijn genade en Heiligen Geest niemand anders geeft dan alleen aan die Hem met hartelijke zuchten daarom bidden, het volgende uit:

a. het gevoelen, dat meer menschen zullen zalig worden dan verloren gaan, want hoe weinigen zijn er, die God met hartelijk zuchten, zonder ophouden daarom bidden; h. het gevoelen van Stroobant zelven, dat het gebed, geen bedelaarseisch is;

c. het dcen van Stroobant en de Antinomianen, te spotten n.l. met dat zuchten en steenen der teere Christenen,

Want art. 15 der confessie leert, dat onze verdorvenheid, die bij God door zijne genade en barmhartigheid vergeven wordt, nochtans de geloovigen dikwijls moet doen zuchten. Ziet wat Calvijn-tegen zulke Libertijnen zegt Cap. 18:2': ndien zij (de Antinomianen) iemand door gewetenswroeging van het kwade afgeschrikt zien, zeggen zij : •»Adam, ziet gij nog niets ? De oude mensch is in u niet gekruisigd." Indien zij zien, dat iemand Gods oordeel vreest, zeggen zij : -^Hebf gij nog den smaak van den appel? Wacht u, dat dit brok u niet verstikke", en Rutherford, verhalende dezelfde spotternijen der Antinomianen, bevestigt dit.

Dat noemen zij eene wettische en vleeschelijke daad, voortspruitende uit ongeloof enz.

d. den omgang met zijn vriend Ds. Verschoor. Van de tweede vraag: »Zijn er ook andere soorten van gebeden noodzakelijk, behalve dankzegging en verheerlijking Gods ? " achtten de afgevaardigden het antwoord door Stroobant gegeven, ook goed, mits hij dan ook niet anders spreke.

De derde vraag, of het noodig is onder het N. V. tot God met verootmoediging te naderen, is, volgens de afgevaardigden wel door Ds. Stroobant juist beantwoord, maar hoe is dit antwoord te rijmen met zijne bewering, dat het gebed geen bedelaarseisch is, maar een eisch van hetgeen wij door den geloove aangenomen hebben en door de hope verwachten ? Of het gebed om vergeving na het volbrachte werk van Christus, nog noodig is, heeft Stroobant met »ja" beantwoord. Maar dat gaat in tegen zijne verklaring, dat gelooven en twijfelen niet samen kunnen bestaan.

II voor De uitlegging van het woord brood in Matth 6:11 geestelijk brood noemen de afgevaardigden onwaar.

Ook het antwoord op de zesde vraag, of het bidden om regen, vruchtbaarheid enz. na de predicatie, gegrond op Gods Woord aan te bevelen was, hielden de afgevaardigden voor strijdig met zijn eigen woorden, in de schuit gesproken, en de bijvoeging »als het slechts is om God te verheerlijken" overbodig, daar alle gebeden tot Gods eer moeten zijn.

Eindelijk merkten de gedeputeerden tegen Stroobants antwoord op de vraag: Of iemand, die niet ten volle verzekerd is van zijne verzoening, niet mag bidden, dat het ^oed is, maar niet te rijmen met zijn woord : die twijfelt liegt.

De Algemeene Genade.

Volgens Stroobaht is er geen algemeene verzoening; maar waarom weigert hij teksten als Matth. 7 : 12, 13; Matth. 20 : 16; Matth. 12 : 14 hierbij aan te halen?

Over de vraag of weinigen of velen zalig worden, wil Stroobant zich niet uitlaten. De Schrift doet dit wel iru Matth. 7 enz. merken de afgevaardigden op.

DE GAAV FORTMAN,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1887

De Heraut | 4 Pagina's

Iets over het Antinomianisme in de 17e eeuw.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1887

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken