GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Kinderen.

5 minuten leestijd

Een Begrafenis in Japan.

Een Hollandsch zendeling, die uit Amerika kwam en onlangs een tijd in Japan heeft vertoefd, deelt ons daarvan een en ander mee, dat waarlijk wel verdient eens door de vrienden gelezen te worden. We geven 't hier maar verkort.

Het heeft ons, zegt hij, gedurende den korten tijd, dien wij hier in Japan hebben doorgebracht, niet aan het zien van vreemde dingen ontbroken. Doch weinig dachten we, dat we al spoedig na de aankomst iets zouden zien, hetwelk ook zelfs voor de bewoners van het land geheel vreemd is:

Eenige dagen geleden verspreidde zich door onze stad (Nagasaki) de tijding, dat de vrouw van den Gouverneur plotseling aan een hartkwaal was overleden. Het werd mij 't eerst medegedeeld door onzen mede-zendeling Stout geheeten. De gouverneur had hem ook verzocht een lijkrede uit te spreken. Dit reeds wekte verwondering, daar noch de gouverneur noch zijn vrouw, bij haar leven, openlijk het Christelijk geloof beleden. Doch de verwondering klom, toen hem werd gezegd dat hij moest spreken in het Engelsch, in een der voornaamste tempels in Nagasaki, en dat tegelijkertijd de begrafenis zou plaats hebben, volgens den regel van den Boeddhistischen, dus een heidenschen godsdienst.

Dit was iets ongehoords, zelfs in dit land, waar thans alles verandert en op de wijs der Clnristenen wordt ingericht. De Gouverneur mocht voor zichzelf met tiieuwigheden ingenomen zijn, toch kon hij de gedachten van het volk maar niet zoo links laten liggen. Wij wisten, dat hij eenigen tijd in Europa en Amerika had vertoefd; dat hij de Engelsche taal zoowel spreekt als verstaat, evenals ook zijn vrouw, dat 'Ki]Qe: n persoonlijk vxïené. der vreemdelingen is. Hij dacht ook zelf de begrafenisplechtigheid bij te wonen, iets dat volstrekt tegen de gewoonten der Japaneczen is, bij het overlijden eener vrouw.

Van zulk een bijzondere gelegenheid moesten wij natuurlijk gebruik maken, en tegen het aangekondigde uur, begaven wij ons naar het sterfhuis. Een eind weegs voor ons uit, gingen scharen van jongens, studenten aan de stadsschool, in het gelid. Toen wij het huis naderden stonden zij aan weerszijden van den weg in twee rijen geschaard, waar wij tusschen door gingen, tot aan de poort van het erf.

Bij onze aankomst werden wij verwelkomd en binnengeleid door den secretaris. In de woning bevonden zich eenige Japaneezen, die als ceremoniemeesters dienst deden. Na een oogenblik wachtens werden wij verrast (ten minste ik), door een Japaneesche vrouw, die ons op twee stukken wit papier zeven broodjes, zoo groot als gewone beschuiten, kwam aanbieden. Gelukkig, dat de goede vrouw niet eetst naar mij kwam, dan zou ik zeker, óf voor de geheele zaak met een buiging hebben bedankt, óf hoogstens een van de broodjes genomen en bedaard opgegeten hebben. In elk geval zou ik mijzelf het voorwerp van spotlust hebben gemaakt; want ik vernam al spoedig, dat elk, dien het werd aangeboden, het gebak zonder de minste aarzeling aannam, het papier zorgvuldig vouwde, en zonder van de broodjes te proeven, alles in den zak stak. »'s Lands wijs, 's lands eer"; ik volgde hun voorbeeld en kwam er dus goed af. Gelukkig, dat het dien dag koud genoeg was voor een overjas, ' en dat ik daarin een zak had, groot genoeg voor mijn geschenk; onze pas aangekomen dokter, die zich daarin niet verheugen kon, had het voorrecht zijn broodjes in de hand te mogen dragen. Toen elk der gasten voorzien was van broodjes, werd er ook thee rondgereikt, doch terwijl men hiermede bezig was, en eer nog de beurt aan mij kwam, werd het teeken gegeven tot vertrek naar den tempel.

Men schikte zich tot een stoet d.i. de vreemdelingen deden dat, want wat de Japaneezen aanging, die liepen zonder orde of regel, — dan waren zij hier, dan waren zij daar, in den optocht. Dit was echter het geval niet met hen die vóór het lijk aangingen en het onmiddellijk volgden. Voorop liepen de priesters in hun plechtgewaad. Een lange rij, allen met kaalgeschoren, bloote hoofden; daarop volgden talrijke personen, elk droeg groote kunstbloemen van verschillende kleur. Achter hen kwam de draagbaar met het lijk, besloten in een groote langwerpig vierkante kist, met een hoog rond deksel, en van boven keurig met bloemen versierd.

Naast de draagbaar liepen twee vrouwen in spierwit gewaad, aan eiken kant een; dit waren de voornaamste rouwbedrijfsters. Achter het lijk gingen acht of tien vrouwen, insgelijks in 't wit gekleed; daarop volgden ongeveer evenveel vrouwen in 't grijs, verder leden van het stadsbestuur; achter hen de vreemdelingen, met hier en daar een Japanees in Westersche kleedij tusschen hen in, en eindelijk een bonte menigte van zeker verscheiden honderd menschen. Zoo ging het door de straten van Nagasaki, die allerwegen vol waren van nieuwsgierige toeschouwers.

(Slot volgt).

AAN VRAGERS.

Tot opheldering voor onzen vriend N. N.^ diene, dat als in den Bijbel van een »boek" wordt gesproken, men ten eerste niet moet denken aan een in dien vorm als wij 't hebben, j maar aan een boekrol, gelijk we thans nog kaarten hebben die opgerold worden. Ten tweede dat men niet alleen schreef op dierenhuiden en papyrus (waarover we onlangs spraken), maar ook op lood, koper, boombast, steen, hout en tafeltjes met was bestreken. Ten derde dat het Hebreeuwsche woord Sepher ook beduidt al wat geschreven is, b. v. de brieven, die Hiskia kreeg van den veldheer des konings Sanherib van Assyrië. Het bewijs van verkoop waarvan in het boek Jeremia wordt gesproken, was ook zulk een »boek." Wij moeten dus volstrekt niet altijd denken aan lange verhalen, als er van sboek" gesproken wordt.

P. Q. Pz. te VV. Hetgeen gij bedoelt kan kwalijk iets anders zijn dan de teekenen der nagelen, waarmee onze Heer aan het kruis werd gehecht, en van de wonde door de speer hem toegebracht. Zie verder Hand. i: i. — Zach. 12 : 10. — Joh. 19 : 37. — Openbé i : 7. b

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1887

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1887

De Heraut | 4 Pagina's