Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Taalbederf door de school van Kollewijn - pagina 13

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Taalbederf door de school van Kollewijn - pagina 13

Rede bij de 54ste herdenking van de stichting der Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

5

eigenlijke taal, al valt de grenslijn nog niet zoo gemakkelijk te trekken, voor wie de taal in nationalen en historischen samen* hang en in grammatische onderscheidenheid beschouwen wil. Stellig kan de scftskwestie gedeeltelijk onder taal vallen (bijwoord tegenover bijvoeglijk naamwoord), en moet daartoe heel het samenhangende vraagstuk van geslacht, voornaamwoordelijke aanduiding en verbuiging gerekend worden. De spelling van een taal is zuiver een practische kwestie, zegt men veelal. Het is maar de vraag, wat men daaronder verstaat. Wanneer men een spelling ontwerpen moest voor een volk, dat tot nog toe geen schrift kende, zou dat heel andere eischen stellen van practisch beleid dan waar het wijziging betreft van het systeem, dat een oud cultuurvolk, dat in zijn geheel dagelijks schrijft en leest, tot tweede natuur geworden is. Trekt men aan één punt, dan zal het allicht op vele andere punten ook gaan trekken en schuiven; en al verbeterend kan men gevaar loopen, het geheel te verbroddelen: het oude systeem blijkt dan beter in elkaar te zitten dan men dacht. De reeks e (è, é, ee) in haar bij ons ingeworteld parallelisme met de reeks o (ó, ó, o o ) " en de lastige stomme e, die toch nog vele malen afwisselt met è (den, der, dengene, hem, ten, ter, ver«, enz., die nu eens met den klank u, dan met è worden gezegd) over de hand, die echter zelf weer ge# koppeld zit, in andersoortig verband, aan de soms stomme of bijnasstomme i, ij, o, terwijl bij deze reeks weer met de korte u rekening moet worden gehouden, levert een enkel voorbeeld. Dat er toch ook wel wetenschap aan deze „practische" vraagstukken te pas komen kan, heeft Van Ginneken genoegzaam bewezen met zijn phonologische uiteenzettingen ". Ook De Vries en Te Winkel hebben niet weinig wetenschappelijk nadenken moeten ten koste leggen aan hun Grondbeginselen; en het valt gemakkelijker, een pijler weg te breken (b.v. de etymologie) of hem half uit te hak^ ken (de gelijkvormigheid)" dan er even sterke steun en vastig* heid voor in de plaats te stellen. Er kan bij de groote meerder» heid van het volk een buitengewone gehechtheid sluimeren, al of

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 1934

Rectorale redes | 142 Pagina's

Taalbederf door de school van Kollewijn - pagina 13

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 1934

Rectorale redes | 142 Pagina's

PDF Bekijken