GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

MUZIKALE KRONIEK

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

MUZIKALE KRONIEK

7 minuten leestijd

Nieuwe orgels.

III.

In de voorafgaande artikelen werd nog maar in het algemeen over de teclinische zijd© van den orgelbouw gehandeld. In een tijdschrift van algemeen-cultureel karakter is het niet wel anders mogelijk, alleen het optreden in het algemeen aan te geven.

Als concrete voorbeelden voor het streven om aan de boven gestelde eischen te voldoen kunnen de onlangs voltooide orgels in de Gereformeerde kerken te West-IJsselmonde en Utrecht (Tuindorp) dienen.

Niet alsof dit in alle opzichten-geslaagde instrumenten zouden zijn! Bij beide was b.v. de beschikbare ruimte te krap bemeten, waardoor voor het nevenklavier als rugpositief op de klankbord^ ruimte boven de preekstoel beslag moest worden gelegd (een opstelling intusschen, die het geluid onbelemmerd de kerkruimte doet instroomen en aan den varialierijkdom in liet meer sterke geluid ten goede komt). Bij het IJsselmondsclie orgel waren belangrijke tegenwerkende factoren de ongunstige plaats van het orgel tegen de zoldering van celolex achter een kapspant, en het totaal gebrek aan eenigen nagalm in het kerkgebouw. In het Tuindorporgel moest oud materiaal van middelmatige kwaliteit worden verwerkt, hetgeen voor den adviseur een niet onaanzienlijke beperking in de mogelijIcheden beteekende. 'En tenslotte waren in beide gevallen.de beschikbaar gestelde financiën zeer beperkt.

Ieder, die deze omstandigheden in aanmerking neemt, zal verrast zijn door het resultaat, dat hier werd verkregen en in hoofdzaak te danken is aan het volgen van de gedragslijn, die in de vorige artikelen werd uitgestippeld.

Deze orgels hebben in verhouding lot hun registerbezetling ongewoon rijke begeleidingsmogelijkheden voor het gemeentegezang. Hun „volle werk" doet denken aan instrumenten van' bijna den dubbelen omvang. Toch zijn de afzonderlijke registers niet brutaal, noch zoetelijk bioscoopachtig, maar ingetogen, deftig, schoon.

Voor luxe-regislers lieten de geldmiddelen en de ruimte geen plaats; elk redster heeft zijn eigen karakteristieke functie, en is een element van beteekenis in liet geheel. Zulke orgels zou men symbolen kunnen noemen van een gemeente, die één lichaam is, waarin alle leden met hun onderscheidene gaven tot één doel eendrachtig samenstemmen. Het is verrassend, hoe ver deze symboliek in het geluid van deze orgels kan worden nagespeurd.

In hun uitwendig aspect (het front) geven deze orgels een juiste uitdrukking van hun inwendige opstelling, en voldoen zoo aan den eisch van waarheid, ook in de vormen der gebruiksvoorwerpen van het Huis des Heeren. Van hoeveel orgelfronten, oftewel schuttingen en pijpenmaskerades, in onze kerken uit de laatste twintig jaren kan dit worden getuigd?

Eenvoud en concentratie op de hoofdzak en spreken uit de strikt noodzakelijke speelhulpmiddelcn, uil de sobere behandeling van kast en front, uit de afwerking van de speeltafels, uit de keuze der registerfamilies.

Inzicht in de eischen van dezen tijd, waakzaamheid, accuratesse leidden tot een passend gebruik van beproefde resultaten der moderne techniek (windmachines, gelijkrichters, electrische tracluur, unilslemmen, e. dgl.).

Toch werd voortgebouwd op de resultaten, die de „vaderen" in den orgelbouw van vroeger tijden hadden bereikt (dispositie, mensureering, intonatie).

Van verantwoordelijkheidsgevoel en werkelijkheidszin getuigen de keuze van degelijke en duurzame materialen.

In deze paraphrase is zoo langzamerhand! ten voeten uit opgerezen een „levens- en wereldbeschouwing" ook in den orgelbouw in onze Kerken. Wij mogen blij zijn, dat er thans een bestaat. Over haar bestaansrecht behoeft na het in de vorige artikelen opgemerkte niet meer te worden gedelibereerd

Wel is het leerzaam, ofschoon niet altijd vcrkwikkelijk, de kritiek na te gaan, die ook in Gereformeerden kring werd! uitgebracht op deze orgels als uitingen van die „levens- en wereld^ beschouwing". Wij sluiten daarbij de meer technische kritiek op détails uit, niet alleen omdat deze in een vakblad thuishoort, maar vooral omdat voor ons doel slechts kritiek op de c o n c e p- t i e van deze orgels en niet op incidenteele kleinigheden van beteekenis is.

De eerste kritische opmerking, die wij beschouwen, is deze: „Zijn de boven gestelde eischen niet toepasselijk op alle orgels, dus niet alleen op die in Gereformeerde Kerken? " Deze vraag is misplaatst, wanneer ze wil loochenen het oorspronkelijke karakter van de Gereformeerde levensbeginselen. Ze moet echter toestemmend worden beantwoord, wanneer wij de universeele gelding dier beginselen inzien. De boven gestelde eischen gelden met een wisselenden cultureelen inslag in eiken eeredienst waarin van het orgel begeleiding en omspeling van den gemeentezang wordt gevraagd. Ze werden dan ook in vroeger tijden, met name die van de Gereformeerde staatsreligie, nuchter en reëel opgevolgd.

In dezelfde lijn kan de opmei-king liggen, dat „het in den orgelbouw slechts op doelmatigheid en praktijk, en niet op beginselen en theorie aankomt". Ik acht deze neuli-alileitsbewering door hel in het vorige artikel opgemerkte voldoende ontzenuwd en zou er aan toe willen voegen, dat elke principiëele actie zijn eigen doelmatigheid heeft, terwijl ook het begrip „praktijk" principieel en niet neutraal is bepaald.

Zij, die het bovengeschetste streven als „een cultureele bloemlezing" brandmerken, mogen bedenken, dat het samenvoegen van resultaten van verschillende culturen nooit een karaktervol, stijlvol geheel kan tot stand brengen. Dei levendige discussies, die beide orgels hebben opgewekt, zijn er een bewijs van, dal juist iets mei ©en eigen karakter tot stand kwam, waar meer achter zat. Het argument, dal hier dan toch! maar antieke registerfamilies weer in eei-e werden hersteld, zegt niets, daar deze slechts als materiaal dienden voor den smelloven, waaruit later een nieuw product te voorschijn kwam. Bovendien zijn in beide orgels sommige vindingen voor het eerst op nieuwe wijze toegepast.

De bewering, dat deze orgels „producten zouden zijn van persoonlijke liefhebberijen", is in zoover juist, dat een orgel als kunstproduct evenals een kerkgebouw het cachet draagt van zijn ontwerper. Zij kan zelfs geheel waar worden genoemd', wanneer men hier onder „liefhebberijen" verstaat: inzichten in de eischen, die de Gereformeerde Eeredienst aan het orgel stelt. Zij is er geheel naasl, wanneer men meent, dat de adviseurs hier op kosten van de betrokken orgelcommissies hebben geëxperimenteerd. D© adviseurs kunnen, na het gebriük dezer orgels in den Gereformeerden Eeredienst gedurende verscheidene maanden, zeggen, dat (op misschien een enkel ondergesclükt détail na) met het beschikbare bedrag in de beschikbare ruimten het best mogelijke resultaat is bereikt, evenals ze dit van te voren op grond van hun ervaring en kennis konden voorspellen.

Natuurlijk hadden zij daarbij veel steun aan de vakkundigheid en toewijding van den orgelbouwer, die mei name aan de intonatie van beide orgels het verlangde karakter heeft gegeven. Dit resultaat is een welsprekende weerlegging van het argument, dat een orgelmaker alleen maar goed werk kan leveren als hij met geen voorschriften te maken heeft. Juist door een samenwerking ten deze kan het zelfstandig inzicht van den orgelbouwer in de eischen van den Gereformeerden Eeredienst worden verdiept.

Intusschen dreigen ook bij deze „levens- en wereldbeschouwing" allerlei gevaren, die elke principiëele actie kunnen besluipen:

Gedachteloos imiteer en van onderdeelen, zonder uit het geheel in zijn inspireerenden rijkdom te leven. Verouderen of archaïseeren en in den tijdstroom achterblijven. Gemakzuchtig schablonewerk leveren. Persoonlijke liefhebberijen op de spits drijven. Voor Gereformeerd' beginsel uitgeven, wat het niet is. Deze dingen wreken zichzelf wel op den duur, maar kunnen beter achterwege blijven, al was het alleen maar om de vele lasten en ergernissen die ze met zich sleepen.

De orgels in de Gereformeerde Kerken te West- IJsselmonde en Utrecht (Tuindorp) hebben de orgelbouwkwestie in onze Kerken actueel gemaakt. Mogen zij de aanleiding zijn, dat de Gereformeerde kerkgangers ook dit onderdeel van den Eeredienst in het groote verband gaan zien en beleven, opdat zij hierin aan adviseurs en orgelbouwers de hoogste eischen stellen.

Dan zal dit mettertijd tol gevolg moeten hebben, dat het Christendom ook op deze bescheiden plaats zijn herscheppende kracht bewijst!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

MUZIKALE KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren