GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

TOCH BETAALD.

II. (Slot)

Nu bestelde onze vriend wat hij wenschte, schikte zich, terwijl de vrouw weer afdaalde, zoo goed mogelijk in zijn lot, en na een half uur stonden emdelijk spijs en drank, meer dan genoeg, op tafel. De vrouw had breiwerk meegebracht, en bleef wachten.

Het eten en drinken was opgebruikt en het werd tijd om te betalen. Lefavre tastte in zijn zak. o Schrik hij had zijn beurs niet bij zich 1 In den haast dien hij des morgens maakte, had hij vergeten, achteloos van nature, om zijn huisklceding voor andere te verwisselen, en de beurs zoodoende thuis gelaten. »Dat ziet er gek uit, goede vrouw, " sprak hij, beschaamd en verlegen, »nu heb ik geen geld bij mij. Hoever is 't van hier naar Heidelberg? "

*Een uur of drie."

»Dat is wat ver om er even heen te sturen. Ik ben van morgen maar zoo weggeloopen, en bemerk nu eerst dat ik geen geld bij mij heb." »Nu mijnheer, wat zou dat? " sprak de vrouw eenvoudig. „Gij wilt toch zeker wel betalen en dus.

»o Wel dubbel. Maar weet ge wat; neem mijn zilveren teekenpen tot pand. Dan kom ik het morgen inlossen."

»Neen, neen, " sprak de vrouw; »ik vertrouw u best. Gij zult mij het geld wel brengen, 't Is zes stuivers." Meteen stond zij op en ging heen.

De teekenaar bleef nog even zitten, terwijl hij bij zichzelf sprak: „Zulk een goed ver­ D trouwen zou niet iedereen hebben." Op eens D scheen een gedachte bij hem op te komen. Hij scheurde een blad uit zijn schetsboek, nam D een potlood en ging aan 't werk. Na een tHt half uur scheen hij gereed, en steeg den heuvel weer af, verkwikt en gesterkt.

Beneden gekomen, was zijn eerste werk om aan het eenige huisje dat hij zag, den naasten weg naar Heidelberg te vragen. Gelijk hij wel vermoed had, deed de vrouw, die hij boven had gesproken, hem open.

Toen zij hem nu den weg goed beduid had, vroeg de teekenaar:

»Komt gij zelf ook deze week nog in Heidelberg? "

»Neen, maar mijn man moet er morgen heen." »Nu, laat hem dan dit papier meenemen, " sprak Lefavre, haar het blad overreikende, waarop hij in de hut gewerkt had en dat hij had opgerold en toegebonden. Hij moet er mee gaan naar Kramer, den boekhandelaar, op de markt. Dan zal die u de rekening betalen. Geef hij iets meer, dan is dat ook voor u. Ik kom dan de volgende week hooren hoe 't is afgeloopen. Maar maak het papier niet open."

De vrouw beloofde dat alles zoo geschieden zou en Lefavre keerde naar Heidelberg terug. Eenige dagen later ging hij het huisje waar de vrouw woonde, weer opzoeken. Hij vond haar thuis.

_»Nu; hoe is het gegaan? " vroeg hij. „Heeft hij de zes stuivers betaald? "

»o Mijnheer, zei de vrouw, »gij hebt u zeker vergist. Toen mijn man hem 't papier gaf en vertelde wat er gebeurd was, begon mijnheer Kramer te lachen, en daarna gaf hij mijn man twaalf daalders. Die wou ze niet aannemen, maar er was niet aan te doen. Wij hebben ze bewaard en ik zal ze u geven."

»Niet te gauw, " was 't antwoord; »heb ik niet gezegd dat Kramer u de rekening zou betalen en als 't wat meer was dat het voor u zou zijn ? Nu is het ook alles voor u. Gij zijt een eerlijke vrouw en hebt mij vertrouwd; daar moogt ge wel eens iets voor hebben."

En eer de verbaasde vrouw, die er nog niets van begreep, iets kon zeggen, was de onbekende uit haar oogen verdwenen.

Of de goede vrouw ooit recht begrepen heeft, hoe de hark in den steel zat, weten we niet. Wel echter kunnen we het, voor wie t nog niet begrepen heeft, duidelijk maken.

Lefavre had namelijk zeer vlug een fraaie teekening gemaakt van het schoone landschap, dat hij op de hoogte overzag. Daaronder had hij aan Kramer, die hij zeer goed kende geschreven: »Geef aan den persoon, die u deze teekening brengt, wat zij u waard is." Hoe Kramer dat deed, weten we reeds. De vrouw was voor haar goed vertrouwen ruim beloond, en voor wat zij had opgezet met dubbele winst betaald.

AAW VRAGERS.

Dikwijls heb ik, als er, 'ets gebeurde dat men juist anders had gehoopt of waarop men niet verdacht was, hooren zeggen: »'t Is of het spel spreekt". Is, vraagt L. G. ook de oorsprong dier uitdrukking bekend?

Een verklaring, die zeer voor de hand ligt is: De zaak gaat als wanneer iemand bij het spel het telkens gelukkig of wel ongelukkig treft, bv. als hij telkens een zelfde nummer krijgt enz. 't Is dan alsof het stomme spel wilde spreken en zeggen: zoo moet het zijn.

Hoewel ik nu gaarne wat het naast ligt aanvaard, leert echter de ondervinding dat het niet altijd het juiste is. In dit geval althans komt het mij voor, dat het beter is »spel" te nemen in zijn zeer oude beteekenis van »tooverij", »betoovering". Dan wil de uitdrukking zeggen: 't Is of er tooverij onder loopt; zoo wonderlijk is 't of er zich tooverij in uitspreekt.

Een tweede, minder duidelijke vraag van onzen vriend luidt: of men bij alle Bijbelsche namen op de beteekenis heeft te letten?

Het is zeker, dat oorspronkelijk alle namen een beteekenis hadden; ook dat in zeer oude tijden de namen gegeven werden om iets aan te duiden, dat zij op iets wezen. Denk bv. slechts aan de namen Noach, Benjamin en Mozes, waarbij dat uitdrukkelijk staat vermeld. De namen hadden onder het Oude Verbond veelal groote beteekenis, veel meer dan later.

Tijdens des Heeren omwandeling op aarde echter, dus onder 't Nieuwe Verbond was 't reeds gansch anders. Dan vinden we vele namen die of, zoover wij weten geen beteekenis hebben of al hebben zij die, toch enkel als nu bij ons tot onderscheiding dienen. Paulus bv. had een vriend die Aquila heette, dat Arend beteekent, doch uit niets blijkt, dat deze Aquila nu ook een arendsnatuur of zoo had, en ook niet dat zijn naam hem is gegeven om zoo iets aan te duiden.

Men moet dus voorzichtig zijn en niet uit den naam steeds den persoon in de Schrift willen kennen. Vaak digt er iets dat hem kenmerkt in beschreven, zooals bv. bij de aartvaders Abraham, Izaak, Jakob, maar een vaste regel is het niet, te meer daar zij die den naam gaven, niet altijd datgene zagen gebeuren wat hij uitdrukte.

HoOGENBIRK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 augustus 1893

De Heraut | 2 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 augustus 1893

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken