GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Leestafel.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leestafel.

9 minuten leestijd

D.'. G. WISSE JR., Gereformeerd Predikant te Driebergen. Het Pessimisme. — Kampen. J. H, Bos, rgoy.

„Pessimisme" is die eigenaardige kijk op wereld en leven waardoor zij ons als de slechtst mogelijke toeschijnen.

Eu die kijk op, dat zóó zien van wereld en leven is dan weer het gevolg van 'n bepaalde gemoedsstemming; een gemoedsstencming, die ook op ons willen, op ons, in de wereld en in het leven, door handelen verandering brengen — kan invloed hebben; dat willen en handelen kin verlammen.

Men moet echter tweeërlei wel onderscheiden. Het pessimisme als stemming en het pessimisme als theorie, of eigenaardig gekleurde beschouwing over wereld en leven.

Als stemming duikt het pessimisme in de geschiedenis der menschheid en die van den menEcli telkens wetr op; als theorie heeft het in het euiopeesche denken zijn „Begiüodet" gevonden in ARTHUR SCHOPENHAUER - |-i860.

Over het Pessimisme nu heeft Ds. WISSE van Driebergen een boek geschreven. Wat hem daartoe dreef is, voor wie hem kent, licht verklaarbaar.

Gemis aan wat ik, men vergeve mij dit germanisme, daadkracht zou willen noemen, gemis aan energie, aan activiteit, aan wilskracht, heeft hij waargenomen bij sommigen zijner tijgenooten en hem, den man van groote energie, van voorliiets-uit-den-weg-gaande wilskracht, was dit een walg._ Weet daarbij, dat Ds. WISSE, ook al beweegt hij zich gaarne op alle terreinen des levens, toch allerminst opgaat in de practijk, maar, gelijk ook dit zijn boek getuigt, tevens een man van studie is; dat hij ook de wijsbegeerte binnen den kring ïijner studie heeft getrokken, — te LEIDEN waat hij als predikant v/erkte, vond hij, te midden van een zeer drukke praxis, tijd om le& sen te volgen bij PROF. BOLLAND, aan wiens onderwijs hij, al is hij ook, naar zijn eigen verklaring op p. 19 van zijn boek, geen aanhanger vaa de oude of nieuwe „Hegelarij", zeker veel te danken heeft; — dat hij genoeg wijsgeerigen zin bezit om naar de diepere oorzaken der verschijnselen te «oeken ; dat hij, ziende op de groote populariteit 'iie SCHOPENHAUER sedert de tweede helft der vorige eeuwgeniet, SCHOPENHAUER, denBegiündet •an het pessimisme als theorie, — in diens theorie 'Ie oorzaak der hem walgende levensmoeheid meent te hebben ontdekt; weet daarbij ook nog, dat Ds. WISSE een warm hart heeft voor het welnjn zijner medemenschen, omdat hij is een oian, die ernstig zijn God lief heeft — en gij oegrijpt, dat hij moest schrijven over, neen tegen het pessimisme van SCHOPENHAUER.

Aan den heer P. VAN BYSTERVELD, den voedsterheer van en ouderling in de Gereformeerde Kerk van LUNTBREN, den man van singuliere gaven op het gebied van medische diagnose, energiek en doortastend als hij zelf, draagt WISSE, als „blijk van dankbare waardeering voor sjenoten hulp in dagen van krankheid en lijden" — dit zijn boek op.

Het Pessimisme van WISSE heeft vier hoofdstukken,

Esrst wordt er in gehandeld over: Stelsel en invloed; dan over het Pessimisme een reactie; Iret derde hoofdstuk geeft Critiek; het vierde stelt tegenover het Pessimisme: de christelijke wereldbeschouwing.

Laat mij beginnen met te zeggen, dat ik het een verdienstelijk boek acht. Verdienstelijk om ie goede bedoeling, om de studie die er aan besteed is, om de rake dingen, die er in gezegd worden. Ik wensch den heer KOK te KAMPEN voor de pennevrucht van dezen auteur dan ook van harte een ruim debiet.

Lukt het WISSE'S Pessimisme in handen te spelen van die niet zoo heel kleine schare van j)nge menschen, welke, — vergiftigd door de in het teeken van het pessimisme staande belletrie; en het, door gemis aan wijsgeerige propaedeuse, niet kunnen reageeren tegen den invloed van populaire, met Schopenhauriaansch pessimisme aangelengde, quasi-philosophische literatuur — aan pessimistische bevliegingen lijden, dan maak ik mij sterk, dat zij door de lezing van dit boek een anderen kijk op wereld en leven zullen krijgen.

Dat p. 3 met haar drie grieksche bijbelteksten er voor deze lezers wat geleerd uitziet, hindert daarbij allerminst. Integendeel, een dergelijk geleerd-doen vinden deze, door mij bedoelde, lezers wel aardig en er staat bij waac zij de plaatsen in den hollandschen bijbel vinden kunnen. Alleen maar, ik geef mijn vriend WISSE in overweging om er, bij een tweeden druk, ook nog aan toe te voegen Efeze 2:12 van wega het „geen hoop hebbende en zonder God in de wereld"; en dan nog — als hij wil in het Hebreeuwsch —die prachtige plaats, welke hij ook ia zijn boek heeft vergeten, uit SPREUKEN 19:3: de dwaasheid des menschen zal zijn weg verkeeren, en zijn hart zal zich tegen den Heere vergrammen, "

Dan, hoeveel lof ik voor WISSE'S Pessimisme ook heb, toch heb ik tegen dit boek ook mijn bedenkingen.

Zoo wil het mij voorkomen, dat in het eerste hoofdstuk: Stelsel en invloed — te veel de nadruk gelegd is op het pessimisme als theorie oi^Xé& é en te weinig op het pessimisme als stemming. Dat de plaats, die aan het pessimisme als theorie, in de wijsbegeerte van Schopenhauer toekomt, niet duidelijk en klaar is aangewezen. Het irrationalisme toch van dezen wijsgeer, of zijn leer van een a-logischen wil, is de grondgedachte van 'heel zijn systeem, en daar sluit zich dan bij aan zijn theorie van het pessimisme. Haar eigenlijke plaats in S. hoofdwerk: die Welt ah Wille und Vorstellung heeft zij in het vierde deel: de etbika, waar zij naast bet inzicht in de onwaarheid van de individueele existentie — het befaamde: „DAT zijt gij! •; als de andere „ Voraussetsung" van de zedelijkheid dienst doet. Ook is het mij niet recht duidelijk kunnen worden, wat WISSE hier met mystischpessimisme bedoelt. Bedoelt hij er het pessimisme als stemming mee, dan is dit des te zonderlinger mdat hij het blijkbaar over het pessimisme als heorie heeft. Trouwens, op dooreenhaspelen van et pessimisme als stemming en als theorie meen k den geachten schrijver meer dan eens te hebben etrapt. „De christelijke mystiek is geen pessiisme in gangbaren zin" lees ik op p. p-olkomen juist, mits men dan maar onder dien gangbaren zin" het pessimisme als theorie vertaat. Mystiek en pessimisme als theorie zijn zeker

allerminst twee begrippen, die zich dekken. En jit gaat door voor alle mystiek, voor de platonische, de neo-platonische, de indische en oiobammedaansche even goed als voor de christelijke. Het sterkst komt dit wel uit in het tJeo Platonisme j de mysticus PLOTINUS toch, is (Jaar niet uitgepraat over de schoonheid van deze wereld. Toch is er ook mystiek, die met pessimisJïie eng verbonden is. Ik denk aan Plato, den ontdekker bij de Grieken van de „twee gereiden", en aan zijn uitspraak over het „zoo snel mogelijk van hierheen daarheen moeten vluchten"; ik denk aan den Apostel en aan zijn üe wereld ligt in het booze". Maar dit, met mystiek verbonden pessimisme is ASi-a stemming. En eindelijk is mijn bedenking tegen dit eerste hoofdstuk, dat de invloed hier aan Schopenhauer toegekend op het denden, het gemoedsleven, en de practijk van veler onzer tijdgenoten, veel te hoog is aangeslagen.

Zeker, als het regent wordt de aarde nat, maar er zijn nog heel wat andere oorzaken, dat (je aarde nat kan worden behalve de regen. Bij den pessimistischen trek in wetenschap en kunst en levenspractijk, moeten nog andere invloeden in rekening gebracht dan S.'s theorie van het pessimisme; en zelfs neig ik er toe, om eerder het door velen aanvaarden dezer theorie uit bun stemming, dan hun stemming uit de kennismaking met deze theorie te verklaren.

In hoofdstuk twee gaat dan WISSE het pessimisme beschouwen als een reactie; zijn bedoeling is hier blijkbaar om het te verklaren. Een reactie vooreerst op het rationalisms en het optimisme. Met die beschouwing kan ik in zoover wel meegaan, als S. irrationalisme, waaraan zich zijn pessimisme aansluit, een reactie was tegen het rationalisme. Men bedenke echter dat het begrip irrationalisme, hier op het gebied der metaphysica ligt en denke dus bij rationalisme niet aan dat hetwelk op het gebied der kenleer ligt. En dat verder pess misme een reactie tegen optimisme is, zal wel waar wezen.

Maar ik krijg weer mijn bedenkingen als ik WISSE nu verder volg en ik dan lees: „Ik noem het pessimisme, vooral van zijn mystieke zijde beschouwd, voorts eene reactie op het modernisme", met welk modernisme hij dan blijkbaar bedoelt het modernisme in de Theologie. Hier gaat het mij schemeren.

SCHOPEKHAUER'S theorie van het pessimisme, en daar hadden wij het toch over, — een reactie op de moderne Theologie! en dat terwijl de eerste druk van die Welt als Wille und Vorstellung reeds in 1819 verscheen!

Zelfs WISSE'S „vooral van zijn mystische jijde beschouwd" maakt de zaak niet beter.

En eveüzoo heb ik er groote bedenking tegen als WISSE twee bladzijden verder het pessimisme een reactie van beteekenis noemt op den geest van naturalisme en materialisme.^ Immers, om nu maar bij het materialisme te blijven, toen S. optrad was deze metaphysica allerminst de wereldbeschouwing van deit tijd. En, zelfs als stemming, is het pessimisme volstrekt niet altijd een reactie op het materialisme. De materialist DEMOCRITUS, de „lachende philosoof", schreef een boek over „de opgeruimdheid" en zijn volgelingen EPICURUS en de zijnen waren alles behalve pessimisten. Neen, het hedonisme, de lust-leer, slaat, als bij de CYRENAICI, die een HEGESIAS den „doodsoverreder" konden voortbrengen, wel in pessimisme om, maar in het materialisme als zoodanig ligt dit allerminst.

Bij hoofdstuk drie: de Critiek, zijn mijn be denkingen, dat hier van kritiek op de gronden die S. voor zijn pessimisme als theorie aanvoert, schier geen sprake is. Die gronden hadden moeten beoordeeld zooals dit bijv. gedaan is door FEIEDRICH PAULSEN in het 3^ hoofdstuk van het 2 e boek van zijn System der Et hik. Verder, dat gewezen had moeten worden op de begripsverwarring bij S. waar hij psychologische onderwerpen behandelt, zooals dit gedaan is door Prof. SPRUYT in 1894 in de Akadeiüie en welke begripsverwarring met S, theorie van het pessimisme zoo innig saamhangt; maar wat door WISSE hier vrijwel verzuimd is. En eindelijk, dat de tegenstrijdigheid tusschen S. theorie van het pessimisme en zijn levensstemming in later jaren, waarop WISSE hier terecht niet nalaat te wijzen, toch nader door hem had moeten toegelicht, zooals dit gedaan is door KUNO FISCHER in diens Arthur Schopenhauer.

Tegen het vierde hoofdstuk heb ik het minst bedenking. Hier, waar WISSE tegenover het pessimisme als theorie de christelijke wereUbe schouwing stelt is, hij in zijn kracht. Alleen maar, het betrekkelijk recht van het pessimisme als stemming, ook als stemming van het christelijk gemoedsleven, komt hier, mijns inziens, niet voldoende uit. Maar overigens is dit hoofdstuk het best geslaagde van heel het boek. Met zijn gloed van overtuiging, zijn waarlijk diepzinnige gedachten, zijn pakkende wendingen moet dit deel van het werk het 'm doen.

Moet en kan het, onder Gods zegen, het verduisterd zielsoog van de levensmoeden, van de in-hun-willen-verlamden verhelderen en weer een anderen kijk op wereld en leven doen krijgen, dan dat deze wereld, voor welke God, omdat Hij haar lief heeft. Zijn Zoon heeft gegeven, de slechtste van alle mogelijke zou zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 juni 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Leestafel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 juni 1907

De Heraut | 4 Pagina's