GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Kinderen.

5 minuten leestijd

OM EEN PENNING.

IX.

DE VAL.

Er is een oud en ernstig rijmpje, dat zpgt:

Tusschen mond en beker Is nog veel onzeker.

Of burgemeester De Regt dat versje kende is niet zeker. Wel dat hij menigmaal in de zaal van het raadhuis, waar het dorpsbestuur vergaderde, boven_den schoorsteen een ander vers had kunhen lezen van. dezen inhoud :

Gij die naar eenig doelvvil tracht, Neem deze regel wel in acht:

Bedenkt dat al hier ongewis En, schijnt het na, onzeker is. Mistrouw de krachten van den man Die niet schoon hij het wil 't ook kan, En heeft hij ook het wit in 't oog. Zoo menig dien de hoop bedroog. Te vast bouw op uw reekning niet Die al te vaak den mensch ontschiet.

Maar op het oogenblik dacht onze burgemeester aan dicht noch ondicht. Hij zag alleen Frits; die hijgend en kuchend tegen den slagboom leunde en schijnbaar geheel uitgeput was.

Hij zit in de val, dacht de burgemeester. 'kHeb zoo menigeen die' vlug was, in mijn leven al ingehaald. Nn is die onbeschaamde deugniet aan de beurt. Bedaard aan nu maar.

En. zonder zich nu eenigszins te haasten stapte Wouter de Regt kalm over de spoorlijn op Frits toe. 't Was duidelijk, dat hij alles vergat en zelfs geen begrip had van wat de neergelaten slagboom hem toch duidelijk toonde. Elk oogenblik kon de trein hier wezen. Reeds hoorde men het fluiten van den locomotief. Maar de burgemeester ziet op dat oogenblik alleen Frits die een onbeschaamd, sarrend gezicht zet; hij is doof voor alle geluid behalve voor het vroolijk deuntje, dat de jonge land-Icoper neuriet. Bijna heeft hij Frits bereikt...

Daar flikkert en glinstert iets tusschen de ijzeren spoorlijnen, 't Was den burgemeester niet ontgaan. Trouwens hij was 't gewoon nederwaa.rts te zien en wat bruikbaar was van den grond op te nemen. Wat daar nu lag moest een goudstuk zijn. Zeker had deze of gene het uit den wagen laten vallen, 't Ging toch niet aan zoo'n schat te laten liggen. Die kon nog meegenomen.

Haastig bukte zich de burgemeestei^en greep het begeerlijk stuk, dat hij straks wel als buitenkansje zou kunnen boeken.

Dat is het laatste wat ge opraapt."

Die stem kwam van Frits, die spottend had toegezien. Meteen deed de jonge man een geweldigen sprong over het hek en stelde zich zoo in veiligheid.

En de burgemeester ?

Hij wilde ook nog zijn vondst in veiligheid brengen toen hij zag hoe Frits hem ontsnapte. Tegelijk echter werd hem het gevaar duidelijk. Ratelend, grommend en sissend kwam het nader als een' booze geest, die den roekelooze bedreigde, 't Was den burgemeester als verzengde hem een heete adem, als rees een zwart monster voor hem op. Dat is de locomotief, dat is de dood! Die gedachte' schoot hem eensklaps door, het hoofd. Hij beeft, 't is of zijn zinneir hem" begeven. Hij strekt de armen uit en stort als levenloos neer.

Had het zwarte monster, de locomotief, hem gedood ?

Te verwonderen zou het niet geweest zijn. Maar de Heerg God, die over Wouter De Regt nog gedachten des vredes had, verhoedde het. De sterke man was toch tegen vrees en ontftTering niet bestand gebleken. Doch God beschikte het zoo, dat de machinist van den naderenden trein nog juist bij tijds het zwarte punt voor hem op den spoorlijn ontdekte. Gelukkig was de trein, die pas het station had verlaten, nog niet in volle vaart. En zoo slaagde men er in, schoon niet zonder moeite, den lokomotief tot stilstand te brefigen vlak bij de plek waar de ongelukkige was neergevallen.

Voldoende hulp was spoedig aanwezige Een geneesheer werd in der haast gehaald, die aanstonds verklaarde dat de burgemeester door een beroerte was getroffen. Geen wonder zeker als we bedenken welk een schrik na de opwinding gevolgd was. Bewusteloos werd Wouter De Regt naar zijn woning gebracht. Zijn verstijfde vingers hielden nog krampachtig het stukje metaal omklemd, de penning die hem reeds een oorzaak van onheil was geworden en die ook middelijkerwijs aanleiding tot nog wat anders wezen zou.

Dood kalm had Frits dat alles aangezien. Nu echter achtte hij het zaak zich uit de voeten te maken, eer hij wellicht geroepen werd om te getuigen hoe de zaak, zich had toegedragen. Dat kon hem in allerlei moeilijkheid brengen. Juist "wilde hij zich daarom verwijderen, toen een forsche hand op zijn schouder werd geleSd, en iemand tot hem zei:

. »Wees zoo goed even op het raadhuis te komen, om als ooggetuige te vertellen wat er met onzen burgemeester is gebeurd.«

Frits kende die stem en opziende den spreker ook. Het was de veldwachter dien hij liefst zoo min mogelijk ontmoette. Doch hij hield zich onverschillig.

sik heb niets op het raadhuis te doen«, zei hij norsch. »Ik heb niet meer gezien dan een anders«.

Meteen wilde hij zich losrukken en" verwijderen. Doch de politieman wilde dit oin meer dan een reden niet gedoogen. En nu ontstond tusschen de beide mannen een worsteling, die lang had kunnen duren, zoo de veldwachter niet een kameraad uit de stad vlak bij zich had bespeurd. De man was op hét bericht van een spoorwegonheil zoo snel mogelijk op een boerenwagen naar de plek gereden.

Zoodra hij het gevecht zag endden veldwachter die hem wenkte, haastte hij zich tot diens hulp. En zoo was Frits weldra vermeesterd, gelijk jaren geleden zijn vader overkomen was.

BRIEFWISSELING.

Aan hen die vragen inzenden wordt nog eens beleefd herinnerd :

1. Dat vragen die ongeteekend zijn, onbeantwoord worden ter zijde gelegd.

2. Dat noodig is er bij te vermelden dat het gezondene is voor De Heraut, , wijl andei; s zeer licht verwarring ontstaat met andere bladen, die ook een vragenbus hebben.

3. Dat al zijn wij ruim van opvatting, de vragen toch altijd min of rheer moeten behooren in den kring van lezers hierboven aangeduid. Zijn ingekomen vragen daarvoor niet. geschikt, dan worden zij gezonden waar zij behooren.

HOOGENBIRK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 september 1916

De Heraut | 2 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 september 1916

De Heraut | 2 Pagina's