GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Lofzang en stilheid.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lofzang en stilheid.

4 minuten leestijd

De lofzang is (in) stilheid lot U, o God, in Sion. Ps. 65 : 1.

Naar dien inhomd te oordeelen, is de vijf en zestigste psalm voor het eerst gezongen als danklied na een periode vaai aagstwekkende droogte, Idoor welke menisch en dier tein plaat met ondergang wefden bedreigd.

Toen gaf •'de Heere op' het gebed van Zijn volk uitkomst.

Hij zelf heeft het land bezocht. En waar Hij Zijh voeten gezet heeft, druipt het al van vruchtbaarheid. De aarde is in feestdosch, de heuvelen •omigoiiden zich met vreugde, de weiden zijn bekleed met kudden, "de dalen hullen zich in koren, de sdiepping zingt haar zang.

Het is het jaar van Gods goedheid.

En nu roept deze vijf en zestigste psalm het bevooTrechte volk op, om met al Gods geschenken ••i-in den Heere te eindigen.

Het zal een bijzondere sam'enkomst zijn. De hai'ten zijn vol bewogenheiid.

En reeds ruiischen de eerste tonen van het danklied: „De lofzang is in stilheid, tot U, o God, . ïn Sion!"

Op het eerste hooiden klinkt 'dat wat vreemd!

We dachten miisschien, dat het daar druk daveren zou in die voorhoven des Heeren, in ontembare volheid van geluid!

We dachten misschien aan een danldied in fortissimo', ingeleid met zware bazuinen, schetterend© trompetten, helle combels!

En nu begint het danklied zoO' vreemd: „De lofzang is in stilheid..."

Of eigenlijk staat het er nog; anders, waïit het woondje „in" is er door de vertalers aam toegevoegd-

„De lofzang is: stilheid..."

Maar bij' een lofzang behoort toch eerder drukte, ge zet er uw longien voor uit, ge spant er uw krachten voor in, uw geluid moet uiLklateren.

En hier worden nu „lofzang" en „stilheid", immers ongeUjKsoortige girootheden, met elkander yereenzelvigd. ^ ,

Zoodat ge „lofzang" wegvlairken kunt en er „BtUheid" voor in de plaats kunt schrijven.

Dat is op z'n minst genomen vreemd!

Er zijn ioldeiidaaid oogenblikken in het zieleleven van Gods kinderen, waarin alles in hen vraagt om de saamvoeging van al wat klanken en geluid dien voortbrengen kan tot één uitbrekende lofharmonie. ,

Gelijk het is in dien laatsten psalm: », , Looft Hem met het geklank der bazuin, met de luit en met de harp, met trommel en fluit, met snarenspel en orgel, met helklinkende cimbalen, met cimbalen van vreugdegeluid!"

En dan eindelijk als 't zóó nog niet genoeg is:

„Alles wat adem heeft, love den Heere!"

Eén maohtig fcooirgezang!

En dan vinden we 't nog te gering!

Dan is ons loven nog te schriel!

Er zijki ook andere oogenblikken.

Dat we van dat drukke, onstuimige zoo m> ets moeten hebben. We krunnien er. toch niet mee reiken aan ons dankbaarheidsideaal. We gaan hoe langer hoe minder zeggen. Maar ons oog begint .hoe langer hoe levendiger te schitteren, We worden met de weldaden Gods verlegen. We weten er geen woorden meer "voor.

Het gaat ons als dien kleinen jongen op' den morgen van zijn verjaardag. Toen hij het eefste geschenlc had uitgepakt, omhelsde hij vader en moeder onstuimig. Maar toen er weer en weer en nog eens weer wat bijkwam, werd z'n toon, al meer gedempt.

Totdat hij ten laatste spraJieloos z'n ouders stond aan te kijken en niet meer wist, wat hij zeggiem; moest.

Toen was - die jongen dankbaar'!

Zoo dankbaar 'is deze zanger: „De lofzang is stilheid tot ü, o God!".

Deze stilheid van den lofzang is' dus geen stilte zonder meer, geen stüte van den dood, geeti etilte van het graf.

Het is stilheid... ja maar: stilheid' tot God 1

Het is een leviende stilte. Het is een welsptekende stilte. Het is geen stilte uit gebrek maar uit overvloed van stof!

Het is de 'stilheid van dö stralende zön, 'de stilheid van de geurende bloem!

Het is de stilheid van de ziel, die ia spra'keloioze aanbidding is neergezonken 'voor haar God, vol heilig ontzag, overvloeiend vap. verwondering over Zijh onmetelijke goeidheid.

En deze stille hulde is mieer dan Jiet jnacji'fcigl samenstemmen van bazuin en cimbel, tromm'el en harp!

Dat is de bteste lo& ang... de stilheid tot God, de zelfovergaaf, waarbij ge u met al wat u tot daiikbaarheid ontroert, aan uw God veriielst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1921

De Reformatie | 8 Pagina's

Lofzang en stilheid.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1921

De Reformatie | 8 Pagina's