GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Dr G. te Lintum, Nederland en de Indien in de laatste kwart eeuw.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr G. te Lintum, Nederland en de Indien in de laatste kwart eeuw.

8 minuten leestijd

Onder de gebeurtenissen, die de nederlandsche geschiedenis van het jaar 1923 opteekenen zal, is zeker een van de voornaamste het regeeringsjubileum van onze Vorstin. In blijden jubel heeft zich het volk in zijn groote meerderheid geschaard om den troon, om met de Koninklijke Familie in vreugde en dankbaarheid te gedenken den zegen, dien Nederland ontvangen mocht.

Ook de pers heeft van het illustere feit in overvloedige veelheid van geschriften getuigd. JNTaast ontelbare artikelen, jubileum-nummers van tijdschriften, kleinere en grootere boeken, verschenen meerdere „gedenlAoeken", die in bijdragen van gezaghebbende medewerkers een beeld geven wilden van Neerlands geschiedenis en ontwikkeling gedurende de 25 regeéringsjaren onzer Koningin. Vele van deze luxueuse uitga, ven zijn in ons blaid genoemd of besproken, kort na de mooie Septemberdagen, die ons deze geschriften brachten.

Maar een er van, wat' later verschenen naaï ik meen, verdient nog onze aandaicht. 't Is het boek van Dr C. te Lintum, „Nederland en de Indien in de laatste kwart-eeuw" i). •

Dr te Lintum, privaat-docent aan. de Universiteit van Utrecht, is onder ons geen onbekende. Meer dan één geschiedkundig, werk zag van zijn hand het licht, populair geschreven meestal en rijk van inhoud. Ik herinner slechts aan z'n' gedenkboek in 1913 „Een eeuw van vooruitgang", dat in beknopten vorm de 19e eeuwsche historie duidelijk behandelt en met tal van portretten, prenten en facsimile's illustreert.

Thans heeft de Schrijver opnieuw zulk een gedenkboek bewerkt, ook nu met een veertigtal foto's verrijkt. De opzet van h'et werk is, zooals de titel doet zien, de historie van Nederland èn van do Indien te reproduceeren. In ieder van de 14 hoofdstukken is na Nederland „het Rijk' buiten Europa" behandeld „en soms zelfs zijn de Indien vooropgezet", zegt de auteur in z'n voorwoord.

Waar de meeste gedenkboeken zijn samengesteld uit artikelen van medewerkers, deskundigen telkens op-het gebied waarover ze te schrijven hadden, is hier ieder hoofdstuk van dezelfde hand. Eenerzijds is dat een nadeel, omdat één man nimmer oj) ieder levensterrein volkomen georiënteerd kan zijn, aan den anderen kant, echter heeft zulks hel voordeel, dat het behandelde veel meer een eenheid vormt, - omdat naar één methode en één opzet is gewer'k't. En het zoo juist genoemde bezwaar heeft Dr te Lintum zooveel mogelijk trachten te ondervangen, door zich met vele vooraanstaande mannen in verbinding te stellen en hun 'hulp te vragen, 't Is een heele rij, die hij in z'n voorwoord opsomt.

Het eerste hoofdstuk': „Hoe de vette jaren gevolgd werden door de magere" geeft een algemeen overzicht van de verloopen 25 jaren. In heel korte trekken wordt een beeld gegeven van het toenemende verkeer, handel, industrie, landbouw, van het bankwezen, de kunst, de wetenscha.p, het onderwijs, binnen-en buitenlandsche politiek'. Uiteraard zijn deze overzichten vluchtig, maai bepaald oppervlakkig is dat over hét kerkelijk leven. Dan komt de beschouwing van Indië aan de orde en ten slotte Nederland in den oorlogstijd. Het geheel is een voortreffelijke inleiding op wat in den breede volgt in de verdere hoofdstukken.

Een zeer sympathiek gedeelte is caput 2 „Wat Koningin Wilhelmina meebracht op den troon". W.ant aJs zoodanig wordt genoemd de herinnering aan haar doorluchtig voorgeslacht. Nooit genoeg kan gewezen worden op* 'de beteekenis, die heJ Oranjehuis voor Nederland heeft gehad en het is alleszins juist, djat de auteur vóór alle' andere beschouwingen den eeuwenouden, hechten band van Nederland en Oranje heeft behandeld. Danldbaar ook zijn we voor • het mooie stuk over Koningin Emma. Terecht zegt de Schrijver, dat „deze koningsvrouwe een heerlijke verschijning in onze geschiedenis is geworden" en hij bewijst het bovendien overtuigend. Inderdaad „deze vrouw is een bijzondere vrouw, zooals Nederland er .zelden een gezien heeft" en van hafte stemmen we-het den auteur toe „Laten wij dat dankbaar erkennen door te spreken, niet door te zwijgen". Een aardig slot van dit hoofdstuk is het gedeelte over j, la belle reine Wilhelmine".

Een volgend hoofdstulc geeft een overzicht van de gebiedsuitbreiding en dan zoowel door werkelijke vermeerdering in de koloniën, alsook door inpolderingen e.d. Een uitvoerige beschouwing is daarbij gewijd aan het Zuiderzee-vraagstuk.

Caput 4 behandelt de vraag „hoe de bevolking is vermeerderd in 25 jaar en wat er gedaan ië voor haar gezondheid". Zeer onderhoudend ge^schreven, is dit stuk een interessante bijdrage, voor ieder algemeen ontwikkeld mensch van beteekenis. Tal van statistische gegevens worden verwerkt over den groei der' bevolking, de sterfte, de drankzucht, de criminaliteit; voorts over 3en strijd tegen allerlei ziekten en daarmede in verband over de gezondheidswetgeving. Frappiant is daarbij de sterke verandering te constateeren, die de oorlogsjaren hebben gebracht.

Paralel met dit alles wordt behandeld het beeld dat de Indien opleveren op dit gebied.

Het is natuurlijk niet mogelijk van elk der hoofdstukken zelfs bij benadering den inhoud aan te geven. Het onderwerp, dat de Schrijver bewerkt, heeft zoovele zijden, dat we ten aanzien van dg meeste capita slechts met een vennelding moeten volstaan. Zoo zijn er achtereenvolgens hoofdstukken over de vruchtbaarheid van den bodem eri de vooruitgang der agrarische toestanden; de Indische Landbouw; den groei van de visscherij en de slagen, die haar hebben getroffen; de mijnbouw; „hoe de industrie hare vleugels uitsloeg en soms brandde"; „wat de electriciteit bewerkte in 't verlceer en in 't geheele economische leven. En de olie!"; over den handel, vooral ook in de oorlogsjaren, en de groote mannen opi dit gebied, Kröller, Cremer, van Aalst, Deterding; over

de sociale wetgeving, waiaxbij figuren als Kayper, Xalma, Bos, Troelstra, Treub worden behandeld; ; over het ontwaken van Indië, wat natuurlijk tot een spreken over de Sarekat Islam aanleiding; geeft.

Dat alles is belangrijk genoeg en het geeft een duidelijk' inzicht in de ontwikkeling van de economische ' verhoudingen. Een massa materiaal is met groote zorg gerangschikt en bewerkt, en de weergave geschiedt in een vorm, die het meegedeelde ook voor den leek interessant ma, akt.

Dan volgen twee hoofdstukken over het onderwijs en de kimst.

Het eerste draagt tot opschrift: hoe het onderwijs, "niettegenstaande den schoolstrijd, zich ontwikkelde en hoe de wetenschap roem behaalde in en buiten de Universiteiten". De Schrijver toont aan, hoe de schoolstrijd in vele opzichten belemmerend had gewerkt, maar hoe aan het begin van de behandelde periode toch opbloei kwam, dank zij menschen als' Jan Ligthaai, Thysse e.d. Met een prijzenswaardige, poging tot neutraliteit doet Dr te Lintum de voordeelen zien van de op-, komst van het bijzonder onderwijs en de finan-ciëele gelijkstelling, die in latere jaren volgde, 't A'^oortgezet onderwijs, gymnasia, lycea, nljverheids-handelsonderwijs krijgen ieder hun beurt en zoo komt ook vanzelf de Universiteit aan de orde en de coryphaeën der wetenschapi, waarop ons kleine landje bogen mag. Inderdaad rake opmerkingen maakt de Schrijver in dit hoofdstuk telkens weer en, al zijn we' het lang niet in alle opzichten met hem eens, z'n beschouwingen verdienen zeker onze aandactit. Een slotstuk behandelt de Indische onderwijstoestanden, waarbij de figuur van de bekende Kartini op den voorgrond treedt.

Het hoofdstuk over de kunst vangt aan mét een betoog over de welsprekendheid en een pleidooi, dat men bij het onderwijs deze moet trachten te bevorderen. Zeer juist is het, dat „de mooiö ]Nederlandsche taal nog al te weinig naar deeischen der kunst gesproken (wordt)"; alleen door behoorlijke en veelvuldige oefening op 'de scholen kan daarin verbetering komen.

Een uitvoerig overzicht over'de literaire productie volgt, een goed geschreven stuk', met kennis v'an zaken bewerkt. M.i. is de kern ervan ide bewering, dat onze moderne literatuur voornamelijk tot onderwerp heeft het innerlijk' gebeuren in dedicjiterziel en dat ze daardoor min of meer van het leven, geïsoleerd komt te staan; een indicatie, die naar ik meen alleszins juist is. Even waar is het, dat de groote stroomingen op het gebied der literaire kunst niet „iets nieuws (zijn) van onze dagen".

Ook over schilderkunst, bouwkunst, muziek, volkszang, dramatische kunst lezen we allerlei wetenswaardigheden, vooral ook over „Indië en de kunst". Niet minder dan het hoofdstuk over den bevolkingsgroei, is dit vrij uitvoerige opstel belangrijk als bijdrage tot de algemeene ontwikkeling.

. Een slothoofdstuk: „Hoe de Nederlandsche Staat en de Koningin deze tijden doorkwamen, verbonden in lief en leed" handelt over de staatkundige geschiedenis, vooral in en na den oorlog, en is, in z'n rangschikking van wat we fragmentarisch ons herinneren uit krantenlectuur e.d. practisch van niet geringe waarde.

Over 't geheel genomen, geloof ik', dat Dr te Lintum uitnemend is geslaagd in het volbrengen van zijn uiterst moeilijke taak. Een boek als dit is eigenlijk van 't begin tot het eind slechts overzicht, en toch krijgt ge door den pittigen vorm, de herhaalde afwisseling van beschouwing, de vele u niet bekende bijzonderheden, die' ge leest, nagenoeg nooit dien indruk. 'Vervangen kan het natuurlijk de groote gedenkboeken niet. Maar door z'n lagen prijs ligt het meer binnen algemeen bereik dan deze. En wie niet op eenig punt bijzondere inlichtingen wensdht, heeft er ruim voldoende aan.

De 40 foto's zijn mooie portretten op' kunstdrukpapier van vooraanstaande mannen en vrouwen; zooveel mogelijk zijn ze in den tekst tusschengevoegd, waar over hun arbeid gesproken wordt.

Al eerder wees ik op het prijzenswaardig streven naar 't vermijden van alle uitersten, in een boek als dit ongetwijfeld een verdienste. Maar in z'n ontleeningen van motto's boven de hoofdstukken, heeft de auteur dit beginsel niet vastgehouden : het doet vreemd aan, nu eens een bijbelwoord, dan weer een gezegde van Roland Holst of Multatuli te lezen. Beter ware het dan, alle motto's weg te laten: dat is stellig „neutraler".

De keurige wijze van uitgeven maakt mede dit boek tot een van de beste jubileum-geschriften.

') Uitgave, van W. J. Thieme & Cio, Zutphen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

Dr G. te Lintum, Nederland en de Indien in de laatste kwart eeuw.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1924

De Reformatie | 8 Pagina's